Bad trip

HET DRUGSBELEID in Nederland valt in de eerste plaats onder de minister van volksgezondheid. Het drugsbeleid in de Europese Unie, ondergebracht in de 'derde pijler' van het Verdrag van Maastricht, valt echter onder de ministers van justitie.

In dit verschil ligt de kiem van de nederlagenstrategie waarin Nederland zich heeft gemanoeuvreerd met de onderhandelingen over een Europees drugsbeleid. De tekst van deze zogenoemde action commune, met Franse regie opgesteld door het Ierse voorzitterschap, is gisteren door de ministers van justitie zonder wijzigingen aanvaard. Ook door minister Sordrager, nadat bleek dat veertien van de vijftien lidstaten zich in het ontwerp konden vinden. Nederland stond geïsoleerd en moest genoegen nemen met een toelichting: landen mogen hun nationale drugsbeleid voortzetten, zolang dat betere resultaten afwerpt.

Iedereen bemoeit zich er in Nederland inmiddels mee: het kabinet, het parlement, een enkele europarlementariër en ambtenaren van vijf ministeries. Dat is een recept voor bestuurlijke chaos, zoals de afgelopen anderhalve week in volle omvang duidelijk is geworden.

Tussen de ondoorzichtige procedures in de EU en de Nederlandse gevoeligheid over het gedogen van softdrugs, zijn de nationale prioriteiten volslagen uit het oog verloren. En zijn tevens het gebrek aan ambtelijke coördinatie en politieke sturing in Den Haag wat betreft de hoofdlijnen van de Europapolitiek pijnlijk aan het licht gekomen, alle herijking van het buitenlandse beleid ten spijt. Nadat Den Haag en Brussel de boel in het honderd hebben laten lopen, proberen de verantwoordelijke politici elkaar nu vooral de schuld voor de ontstane janboel toe te schuiven.

PRANGENDE VRAGEN dringen zich op. Hoe valt te verklaren dat ambtenaren van Justitie akkoord gaan, dat de hoogste Nederlandse diplomaat bij de EU instemt, maar dat ambtenaren van Volksgezondheid daarvan geen weet hebben en op eigen houtje een tegenactie ondernemen? Daarmee gijzelden ze het Haagse Europabeleid een maand voordat Nederland het voorzitterschap overneemt. Wat heeft Sorgdrager bewogen om in de Tweede Kamer vagelijk te spreken over een Nederlands voorbehoud dat gemaakt zou zijn, maar niet in de tekst is te vinden? En waarom heeft minister Borst op een spreekbeurt verklaard dat het belang van het gedoogbeleid groter is dan dat van het 'Verdrag van Amsterdam' waarmee het Nederlandse voorzitterschap in juni moet worden afgesloten? Waar was de Europese coördinatie van het departement waaraan Van Mierlo leiding heet te geven?

D66 verkeert in alle opzichten in een no-win situatie met ministers op drie betrokken departementen en een Kamerfractie die het verst gaat in de tolerantie jegens softdrugs. Dat kan nog lastig worden in het parlement, omdat op grond van een motie-Van der Linden (CDA) de Kamer goedkeuring moet verlenen aan de standpunten die de ministers innemen in de Europese Raad voor justitie en binnenlandse zaken. De bedoeling van die motie was om de diffuse parlementaire controle op de derde pijler te verbeteren, maar nu dreigt een binnenlands politiek conflict over een Europese zaak. Want Sorgdrager heeft ingestemd met een tekst waarvan de hele Kamer vorige week nog eiste dat er veranderingen in zouden worden aangebracht. De toelichting die nu als handreiking is geformuleerd, heeft niets toegevoegd dat al niet eerder duidelijk was.

EEN CANNABIS-CRISIS, een kabinet dat in de Kamer struikelt over de marihuana, zal wel vermeden kunnen worden. Ook zal premier Kok op de top in Dublin de overige regeringsleiders niet hoeven uitleggen dat coffeeshops een Nederlands vitaal belang vertegenwoordigen en dus een veto waard zijn.

De opwinding draaide om de zin dat de lidstaten zich zullen inspannen om de strijd tegen de drugsverslaving aan te binden. Door hiertegen zo krampachtig in verzet te komen, heeft Nederland de verdenking op zich geladen dat het gedoogbeleid niet alleen een kwestie is van volksgezondheid, het scheiden van de markten voor soft- en harddrugs en het beheersen van de consumptie. Dan lijkt het er inderdaad op dat de verslaving als een gegeven wordt geaccepteerd. Maar bovenal dat Nederland danig aan het 'blowen' is als het gaat om het stellen van prioriteiten in het Europabeleid.