Aids in Svetlogorsk: een epidemie

SVETLOGORSK, 30 NOV. De stad werd in 1961 gesticht en gold als pronkstuk van het Sovjet-denken. De naam betekent letterlijk lichte, opgewekte stad. Maar Svetlogorsk, in het zuiden van Wit-Rusland, is nu getroffen door een plaag: tenminste één op de zeventig inwoners blijkt te zijn besmet met het aidsvirus.

“We wisten dat ook wij ooit met aids te maken zouden krijgen, maar zo'n explosie binnen een half jaar is volgens mij een wereldrecord”, zegt Svjatoslav Samosjkin, plaatsvervangend geneesheer-directeur van het regionale ziekenhuis. De arts spreekt afwisselend van een 'lawine', een 'bosbrand' en een 'ramp'. Maar of Svetlogorsk echt uniek is in de voormalige Sovjet-Unie, betwijfelt hij.

Cijfers lijken Samosjkin gelijk te geven. In Rusland werden dit jaar al vijf keer zoveel HIV-dragers geregistreerd als vorig jaar. Officieel is het aantal vergeleken met de rest van de wereld nog steeds laag, slechts iets meer dan tweeduizend, maar de groei is explosief. In de Sovjet-tijd werd de verspreiding van aids geremd door het isolement van het land en het relatief geringe drugsgebruik. Maar de Sovjet-tijd is nu voorbij.

Prof. Vadim Pokorvski, een van de leiders van het Russische anti-aids programma, schatte onlangs op een persconferentie het werkelijke aantal HIV-dragers in zijn land op tienduizend. Hij voorspelde een getal van 100.000 voor eind volgend jaar en “als er niet snel actie wordt ondernomen, hebben we over twee jaar werkelijk een half miljoen HIV-dragers. Het aantal besmette mensen groeit nu zo snel dat sprake is van het begin van een aidsepidemie.”

In het Witrussische Svetlogorsk kwam de omvang van het probleem dit voorjaar aan het licht, toen twee drugsverslaafden uit deze stad van 70.000 inwoners zich voor medische behandeling meldden in de hoofdstad Minsk. Bij tests bleken beiden seropositief te zijn. De autoriteiten in Svetlogorsk reageerden op dit nieuws door alle drugsgebruikers, vrienden van drugsgebruikers en mensen die eruit zagen als drugsgebruikers te laten oppakken en verplicht te laten testen.

Van de 10.000 jongeren die de afgelopen maanden in het regionale ziekenhuis zijn onderzocht, blijken er maar liefst 940 HIV in hun bloed te hebben. Dr. Samosjkin verwacht dat het aantal nog zal oplopen: het aantal drugsgebruikers in Svetlogorsk wordt op drieduizend geschat en de manier waarop zij de verdovende middelen tot zich nemen getuigt niet van veel kennis over de gevaren van aids. Daarvan kan Misja getuigen, een 22-jarige verslaafde die sinds twee weken is geveld door Hepatitis-B.

“Aids was voor mij iets dat de homo's in Amerika hebben”, zegt deze Misja. Voorlichting op school of van zijn ouders heeft hij nooit gekregen. Beide bezoekt hij trouwens al niet meer sinds hij vijf jaar geleden met drugs begon. Hij vertelt het bekende verhaal van oudere vrienden, het een keertje proberen en verslaafd raken. “Veel meer is hier toch niet te doen?”

Wat dat laatste betreft heeft Misja een beetje gelijk. Svetlogorsk is, zoals zoveel Sovjet-steden, in de jaren zestig gebouwd voor arbeiders van enkele omliggende fabrieken en hun jonge gezinnen. De kinderen uit die gezinnen zijn nu groot, maar uitgaan is er tussen de prefab-flats en de speeltuintjes niet bij. De enige dansgelegenheid is 's winters te koud en de filmzaal is zelfs helemaal gesloten. Misja had zijn belangrijkste activiteit de afgelopen jaren buiten de stad: papaver plukken. Hij maakt, zoals meer jongeren in Svetlogorsk, zijn verdovend middel zoveel mogelijk zelf.

De prijs voor een dosis van dit spul, bij Misja of buiten het seizoen bij handelaren die het importeren via de Oekraïense havenstad Odessa (Svetlogorsk ligt aan de spoorbaan Odessa-Petersburg) bedraagt 40.000 Witrussische roebel. Dat is nog geen vijf gulden, een fles wijn is duurder. Op drie shots kom je de dag door, zegt Misja.

Het theekleurige middel wordt door deze doe-het-zelf brouwers echter niet verpakt in pasklare flaconnetjes. “O nee, waar moet ik die vandaan halen? Het zit gewoon in een fles en wie betaalt mag zijn spuit komen vullen”, vertelt deze gebruiker annex producent annex dealer. “Wie geen eigen spuit heeft, leent er een.”

In portieken, kelders en 's zomers in het bos komen groepjes jongeren bijeen om gezamenlijk te gebruiken. 'De Partij', noemen de drugsgebruikers van Svetlogorsk zichzelf. Het schijnen boeiende bijeenkomsten te zijn: met z'n vieren of vijven rond een fles, spuiten en naalden delen. “Aan aids denkt niemand. Je goed voelen is het enige dat telt.”

Misja ligt nu op de afdeling infectieziekten van het regionale ziekenhuis. De afdeling is gevestigd in een apart gebouw en is strikt verboden voor onbevoegden. Een plakkaat op de gang verbiedt het de patiënten de afdeling te verlaten, kaart te spelen of uit het raam te hangen.

Desondanks speelt Misja bijna de hele dag Black Jack met zijn drie kamergenoten. Het gesprek moet hij twee keer onderbreken: één keer om over te geven en één keer om door het open raam van een vriendje de doses voor de volgende dag in ontvangst te nemen. “Als ik niet gebruik, kan ik niet slapen en als ik niet kan slapen, word ik gek”, verklaart hij.

Samosjkin laat het er maar bij. Het is met deze patiënt al erg genoeg. Een test heeft uitgewezen dat hij seropositief is, maar Misja weigert het te geloven. “Wat moeten we met die mensen”, vraagt Samoskjin. “U komt uit Nederland, weet u niet iets?” Nederland heeft in de voormalige Sovjet-Unie, zoals in wel meer delen van de wereld, een naam op het gebied van drugs. Niet alleen wat betreft de bestrijding overigens. In het Moskouse jeugdblad Ptoetsj, oplage 95.000, stonden deze maand 'praktische tips van het Amsterdamse café de Grashopper'.

Het verhaal ging dat Samosjkin Nederland al heeft bezocht, maar dat blijkt toch ietsje anders te liggen. Hij is eind september een weekje in Nijmegen geweest, als arts met het plaatselijke zaalvoetbalteam dat was uitgenodigd door een Nederlands bedrijf dat houtprodukten uit Svetlogorsk afneemt. Collega's heeft hij toen echter niet te spreken kunnen krijgen. “Jullie artsen hebben een strak dagschema”, ontdekte Samosjkin.

Het niet besmette deel van de bevolking weet allang wat er met de zieken moet gebeuren. “Allemaal een kamp in”, zegt een man in een kruidenierswinkel desgevraagd. “De isoleercel”, weet een ander. Erover praten willen ze echter niet - al helemaal niet als ze horen dat hun gesprekspartner net op de afdeling infectieziekten van het ziekenhuis is geweest.

Om paniek te voorkomen heeft het ziekenhuis onlangs een informatieavond op de lokale televisie georganiseerd. Het programma liep uren uit door de hoeveelheid vragen van de kijkers. Kon het virus worden overgedragen door het schudden van iemands hand? Of in restaurants? Via bankbiljetten? Eén kijker meldde te hebben gehoord dat drugsverslaafden bloed aan deurkrukken smeren. “Goed reinigen met bleekmiddel”, had Samosjkin geadviseerd.

Hoe nu verder? Ook Wit-Rusland heeft sinds 1995 een anti-aidsprogramma. Dit najaar heeft Svetlogorsk voorlichtingsmateriaal gekregen. Verspreid door de stad hangen eenvoudige posters met daarop afgebeeld een vuile spuit. Aan de naald zijn drie lijkjes geregen. “Maar hoe gaat dat nou in Nederland?”, dringt Samosjkin nog eens aan.

Hij vraagt nadrukkelijk om hulp, in welke vorm dan ook. Als de arts hoort over het ruilen van gebruikte tegen schone spuiten zakt hij zuchtend achterover. “Wij hebben nog niet eens voldoende schone spuiten voor onze gewone patiënten.”

    • Hans Nijenhuis