Zo'n houterig duiveltje

Ulf Stark & Anna Höglund: Mijn zusje is een engel. Vert. Bernadette Custers. Querido, ƒ 27,50

Ulf zijn haar staat zo gek rechtop dat zijn schaduw net een duiveltje lijkt. Misschien is het daarom dat hij zo graag fantaseert over zijn zusje dat een engel is: 'Ze had lang blond haar en grijze ogen en ze was heel anders dan de zus van Per-Olov of andere grote zussen die ik kende. Die zeurden altijd zo en ze wisten het ook altijd beter en ze trokken aan je haren als je niet deed wat ze zeiden. Nee, mijn zusje was lief en leuk.' Maar zijn zusje is dus een engel, want ze is dood. Ze was al dood voor ze geboren werd, en daarna kwamen eerst Ulfs broertje en daarna Ulf zelf.

In Mijn zusje is een engel lezen en zien we het Grote Verlangen van Ulf. De malle tekeningen van Anna Höglund kenden we al uit eerdere boeken (onder andere van het dit jaar met een zilveren penseel bekroonde Afrika achter het hek) en schrijver Ulf Stark had al eens eerder met haar samengewerkt (onder andere in Kun je fluiten Johanna?) waardoor de nieuwsgierigheid naar wat ze deze keer weer hadden gemaakt groot was. Höglund en Stark bereiken samen een ontwapenende combinatie van brutaliteit en gevoeligheid, die bovendien erg monter is. De tekeningen zijn quasi-stijfjes, alsof ze getekend zijn door iemand die wel voor zich zag wat ze wilde, maar die zich met een iets mindere versie daarvan tevreden heeft moeten stellen. Maar als je wat beter kijkt, zie je er zo veel op, en dan wordt elk gevoel zo precies uitgedrukt, dat je wel moet concluderen dat er helemaal niet iets zwierigers en volmaakters bedoeld was, maar precies dit, deze veelzeggende stramheid. Je zou Ulf, of Uffe zoals hij ook wel genoemd wordt, beslist niet anders willen dan als zo'n houterig blond duiveltje dat als verliefd naar zijn doorzichtige engelzusje kijkt.

Het leven van Ulf wordt beheerst door gedachten aan zijn zusje en vooral door wat hij haar wel graag allemaal zou willen laten zien, ruiken, proeven van de aardse genoegens. Hij verzint een omweg waardoor hij zijn engelzusje toch een middagje mee uit kan nemen op aarde: door zichzelf in haar te veranderen met een blonde pruik op en een jurk aan en zo chocoladetoffees te eten '[ik] legde een toffee op mijn tong en liet haar de chocoladesmaak proeven', naar de film te gaan en zijn vrienden te bezoeken. Ulf heeft een heerlijke tijd met zijn zusje, maar de volgende dag bellen allerlei mensen naar zijn ouders om te zeggen dat ze hem als meisje verkleed hebben zien rondlopen. Dat wordt een gesprek met vader:

'Tja Ulf', zei hij. 'Waarom deed je eigenlijk alsof je een meisje was?'

'Ik weet niet', zei ik. 'Dat kwam gewoon im me op.'

'Voel je dat vaak? dat je een meisje wil zijn?'

'Neehee,' zei ik. 'Alleen gisteren.'

'Jaja', zei pappa. 'Het was misschien gewoon een inval.'

'Ja, dat was het', zei ik. 'Mag ik nu gaan?'

'Ga maar', knikte pappa. 'Dit hebben we nu wel uitgepraat.'

De ernstigkijkende vader en het bedremmelde Ulfje op zijn sokken en met zijn blonde horentjes, het is allemaal even grappig en vertederend. En uiteindelijk komt het toch wel min of meer goed met Ulf.

    • Marjoleine de Vos