Zelf een tempel bouwen op zolder

Pierre Marchand: Geheimen - Tempels, Piramide. ƒ 19,90

Sally Hewitt: Doe-het-zelf Atlas, De wereld binnen handbereik, Piramide. ƒ 34,90

H. Keith Melton: Het groot spionnenboek, Bosch & Keuning. ƒ 49,90

Scott Steedman: Hoe zou je overleven als een prairie-indiaan, Ars Scribendi. ƒ 24,50

Bill Asikinack: Verkenningsreizen in Noord-Amerika, Ars Scribendi. ƒ 22,50

Als je alles over pinguins wilt weten, of over spionnen, of wilt overleven als een prairie-indiaan: je kunt er tegenwoordig een rijk geïllustreerd, keurig verzorgd kinderboek over kopen.

Er is zelfs een boekenreeks, 'Geheimen', die niet alleen informatie in veel plaatjes en wat tekst biedt, bijvoorbeeld over tempels, maar waar in het boekje ook werkelijk een tempeltje zit dat je kan bouwen - in dit geval de tempel van Aegina (een eiland voor de Griekse kust) uit 490 voor Christus.

Die doe-boeken vallen op in de enorme stroom informatieve boeken voor kinderen, die in het algemeen allemaal goed verzorgd, bont en vertaald zijn. Eén van de betere informatieve doe-boeken is de Doe-Het-Zelf Atlas. Het is een fors formaat boek, met heldere kaarten op glad papier gedrukt. Bij het boek zijn velletjes met stickers geleverd met daarop vlaggen van de afgebeelde landen, dieren, en gebouwen. Er staan steeds onder die kleine plakplaatjes paginanummers en coördinaten. En langs de kaarten zijn ook steeds coördinaten aangegeven, zodat de lezer zelf in vakje H4 bij Canada bijvoorbeeld de ijsbeer plakken kan, enop pagina 16 op het Verenigd Koninkrijk op E3 de Big Ben.

Bij die kaarten staat ook steeds kort wat informatie over het land of wereld-deel. Het is een leuk, toegankelijk boek, waarin de informatie heel nadrukkelijk gepresenteerd wordt. De stickers kunnen weer van de kaarten gehaald worden, en in een speciaal bijgeleverd kinder-paspoort opgeborgen worden. Daarnaast is er ook een setje ansichtkaarten uit alle delen van de wereld bijgesloten, waar achterop in korte tekstjes een of twee informatieve vragen over de atlastekst over het betreffende land gesteld worden. Het is een soort kaartspel over de landen in de atlas.

Behalve dat de activiteiten bij dit (van oorsprong Britse) boek leuk zijn, valt het ook op door de dosering van de visuele informatie. In veel van de informatieve plaatjesboeken voor kinderen worden tegenwoordig emmers vol prachtig gekleurde afbeeldingen over de kijker (meer dan lezer) uitgestort.

Nu zijn kinderen natuurlijk wel meer dan oudere lezers beter ontwikkeld in het 'visuele lezen'. Terwijl een oudere lezer nog kleurenblind zit te staren, heeft een jongere al lang zijn weg gevonden naar de informatie die hij interessant vindt: visuele en geschreven informatie, want veel van die informatieboeken bevatten ondanks hun plaatjesachtige uiterlijk wel tekst. Alleen wordt het verhaal veel meer in beeld dan in tekst verteld, zoals oudere lezers gewend zijn.

Dat zulke zwaar visuele boeken wel degelijk een goed inzicht kunnen geven in bijvoorbeeld de gebruiken van Indianen is te zien in het boek Hoe zou je overleven als een prairie-indiaan?

Na een inleiding, ondermeer met de kaart van Noord-Amerika met daarop de verschillende stammen begint het 'beeldverhaal' met grote platen van ondermeer een indianendorp, de bizonjacht. Bij details staan steeds vragen: hoe werd de jacht uitgevoerd? Hoe wordt een tipi gemaakt? Allerlei vragen die bij het bekijken van de tekeningen kunnen opkomen, worden gesteld, en voor het antwoord is steeds verwezen naar de pagina's waarop die onderwerpen aan bod komen. De weetgier wordt aan de hand van plaatjes opgewekt. Verderop in het boek worden thema-gewijs allerlei onderwerpen behandeld die je zou moeten weten als je zelf tussen de prairie-indianen terecht zou komen: de bizonjacht, de rituelen, de spelletjes, de kleding, de geesten en medicijnmannen.

In de reeks 'Verkenningsreizen in...' is een nieuw deel over Noord-Amerika verschenen, dat voornamelijk over indianen gaat. Het boek is meer een geschiedenis in tekst, met goedgekozen sfeervolle foto's van landschappen, indianen, kunst over en van indianen, en gaat tot het heden. Ook zijn er tijdbalken waarin de ontwikkelingen in Noord-Amerika van 9000 v Chr. tot nu naast die van Europa en 'Elders' naast elkaar worden gezet.

Er is ook recent een boek verschenen waar de visuele en geschreven informatie elkaar perfect in evenwicht houden; waar beeld en tekst even intrigerend zijn. Dat is Het Groot Spionnenboek, met gedetailleerde informatie over allerlei spionnen van vroeger en nu, en met fascinerende illustraties van camera's verstopt in boeken, luciferdoosjes, geweren in paraplu's, verftubes en pijpen, uitbreeksets in schoenzolen, zenders in manchetknopen en wurgdraden verborgen in condooms. Het is, zoals uit het laatste blijkt, niet echt een kinderboek, maar voor avontuurlijke, vroegrijpe jongeren is het zeker interessant. En voor volwassen ook. Maar dat geldt eigenlijk ook voor de meeste goede kinderboeken.

    • Paul Steenhuis