Wel eens boos

De egel zat onder de rozenstruik en dacht na over alles wat hij wel eens was geweest.

Ik ben wel eens vrolijk geweest, dacht hij. Op de verjaardag van de eekhoorn bijvoorbeeld, toen ik danste met de krekel. Toen was ik heel vrolijk. En ik ben wel eens verdrietig geweest. Toen het zó hard woei dat al mijn stekels van mijn rug woeien. Die keer. Toen was ik heel verdrietig. En ik ben ook wel eens tevreden geweest. Nu ben ik tevreden.

Hij knikte en keek om zich heen. Het was zomer, hij was tevreden en hij dacht na. Nadenken, dat deed hij het liefst. Nadenken over niets en over alles, over niemand en over iedereen, het maakte niet uit.

Maar ben ik wel eens boos geweest? vroeg hij zich af. Hij dacht heel diep na, maar hij kon zich niet herinneren dat hij ooit boos was geweest. Misschien moet ik dat eindelijk maar eens worden, dacht hij.

Hij wilde heel graag alles, al was het maar één keer, zijn geweest.

Het was laat in de middag en de egel kneep zijn ogen dicht. Hoe word je eigenlijk boos? dacht hij. Dat wist hij niet.

Hij had wel eens boze dieren gezien. Hij had ze zien stampvoeten en schuimbekken, hij had ze zien bijten, steken en slaan, en hij had ze horen razen en krijsen. Maar dat waren allemaal dingen die hij niet kon, dat wist hij zeker.

Hij fronste zijn voorhoofd. Dát heb ik wel eens eerder gedaan, dacht hij. Hij krabde tussen de stekels achter zijn oor. Dat ook, dacht hij.

Het was al bijna avond toen hij ten slotte dacht dat hij misschien wel nooit boos zou worden. Wat erg, dacht hij.

Plotseling kreeg hij een idee. Weet je wat, dacht hij, ik ga het schrijven. Als ik het schrijf dan ben ik het ook. Want als ik schrijf: ik ben tevreden, dan ben ik ook tevreden. Anders zou ik het niet schrijven. Als ik onder een brief schrijf: De egel, dan ben ik ook de egel.

Hij knikte. Ik ben altijd wat ik schrijf.

Hij pakte een stuk berkenschors en schreef:

Ik ben boos.

Hij las zijn woorden en schudde zijn hoofd van verbazing. Zo zo, dacht hij, nu ben ik dus boos. Wat eigenaardig! Hij probeerde heel precies te voelen wat hij voelde, las zijn woorden nog een paar keer over en schudde zijn hoofd opnieuw.

Het is het raarste gevoel dat ik ooit heb gehad, dacht hij. Het lijkt nergens op. Maar hij was wel blij dat hij nu eindelijk eens boos was.

Nu ben ik dus boos en blij, dacht hij. En ook verbaasd!

Op dat moment stak de wind op en rukte het stuk schors uit zijn hand.

“Hola!” riep de egel. “Geef terug! Het is geen echte brief!” Want hij wilde niet dat iemand las wat hij had geschreven. Als ze weten dat ik boos ben... dacht hij, dan... dan... Hij wist niet wat er dan zou gebeuren, maar het was vast iets verschrikkelijks.

De wind gierde en loeide en hoorde hem niet. Hij dacht dat het stuk schors een echte brief was en sleepte hem mee, de lucht in. Er stond niet in aan wie de brief gericht was en ook niet van wie hij afkomstig was. De wind liet hem nog lange tijd rondvliegen, hoog boven het bos. Ten slotte verscheurde hij hem. Langzaam dwarrelden de snippers naar beneden.

De egel zat toen al verder na te denken, in de schemering, onder de rozenstruik. Boos ben ik nu dus geweest, dacht hij. Maar ben ik wel eens geheimzinnig geweest? dacht hij. Hij kneep zijn ogen half dicht. Misschien ben ik het nu... dacht hij. Hij glimlachte, Misschien ook niet...

De nacht viel en tevreden, zoals hij het liefste was, rolde de egel zich op en dacht niet langer na.

    • Toon Tellegen