'We zijn alleen goed genoeg om Europa te helpen verdedigen'; Gesprek met Turkse vice-premier Çiller

De Turkse vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken, Tansu Çiller, was de afgelopen twee dagen in Nederland om met het oog op het komende Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie (EU), de Turkse positie uiteen te zetten.

DEN HAAG, 29 NOV. Mevrouw Çiller is helemaal niet tevreden over de houding van de Europese Unie ten opzichte van Turkije. “Europa komt steeds met nieuwe voorwaarden. Wij zijn overeenkomsten aangegaan en zij moeten hun verplichtingen nu nakomen.” Bovendien, onderstreept de Turkse vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken: “We hebben Europa tegen het communisme verdedigd. We zijn goed genoeg als bescherming, maar niet als partner.”

Op 19 september aanvaardde het Europees Parlement een resolutie waarin het Turkije veroordeelde en een procedure in gang zette om de financiële steun aan het land in het kader van de douane-unie tussen de Europese Unie en Turkije te bevriezen. In die resolutie stelde het Europarlement met name dat “de mensenrechtensituatie in Turkije merkbaar is verslechterd en er geen waarneembare vooruitgang is geboekt naar democratisering”.

Tegelijkertijd, aldus het parlement, waren “externe spanningen zoals provocaties in de Egeïsche Zee en Cyprus en agressie in Noord-Irak verveelvoudigd”. De toenmalige premier Tansu Çiller had “verbeteringen beloofd op het gebied van democratisering en mensenrechten, vooruitgang in de kwestie-Cyprus en een vreedzame oplossing voor het Koerdische probleem”. De leider van de socialistische groep in het Europees Parlement, Pauline Green, verklaarde voorafgaand aan de stemming dat “het vertrouwenscontract is geschonden”.

Het Europees Parlement vindt u onbetrouwbaar. Uw integriteit staat ter discussie.

“Er is een invloedrijke Griekse lobby in het Europees Parlement. En ik vertegenwoordig als persoon de Turkse hoop op integratie in Europa. Die kritiek op mij is een middel om Turkije buiten Europa te houden. Maar het parlement moet precies aangeven wat er nu zou zijn misgegaan in Turkije, of op welke fronten ik mijn belofte niet heb gehouden. We moeten naar de feiten kijken. Ik had toegezegd de grondwet te hervormen, en dat heb ik gedaan. En ik heb artikel 8 van de antiterreurwet (restricties op de vrijheid van meningsuiting, red.) versoepeld.”

“Er zijn veel dergelijke voorwaarden gesteld. Het Turkse volk voelde zich daardoor in zijn eer aangetast. Hierdoor heb ik veel stemmen verloren bij de parlementsverkiezingen in december. Ik trek me meer aan van de gevoelens van het Turkse volk dan van wat ze in Brussel over mij zeggen. Want ik weet dat het het werk is van de Griekse lobby, die de persoon die voor Turkijes integratie in Europa werkt in diskrediet brengt - dat dat ben ik in eerste instantie in Turkije.”

“Ik geloof hierin, ik werk hieraan - niet alleen voor Turkije, maar voor de regio. Ik geloof dat het samenbrengen van verschillende culturen een stap is naar vreedzame coëxistentie. En dat is tevens de weg naar grotere democratie en respect voor de mensenrechten.”

Ook de bilaterale problemen met Griekenland staan de Turkse toenadering tot de EU voortdurend in de weg.

“Ja, dat is zo, we hebben een overeenkomst gesloten met betrekking tot de douane-unie en wij zijn onze verplichtingen nagekomen. We hebben veranderingen aangebracht in de grondwet, de eerste fundamentele hervormingen sinds de oprichting van de Turkse republiek (in 1923 red). We zijn nu bezig de nationale wetten aan de geamendeerde grondwet aan te passen. De laatste ontwikkeling is dat de regering mijn wetsontwerp heeft goedgekeurd om de detentieperiode van 30 tot 7 dagen terug te brengen, in lijn met de rest van Europa.”

De Europese Unie besloot in juli zich te scharen achter de Griekse eis dat Turkije instemt met behandeling van het territoriale conflict met Griekenland door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Minister van Buitenlandse Zaken van Mierlo toonde zich eerder deze week geïrriteerd door het uitblijven van een antwoord op deze eis.

Çiller: “Wij zijn altijd voor een dialoog met Griekenland, maar niet op een à la carte basis. Je kan niet één van de problemen die we met Griekenland hebben uit het hele pakket lichten. Alles is met elkaar verbonden. We zijn bereid alle uitstaande problemen te bespreken. We wensen wel zelf te beslissen of en wanneer we naar het het Internationaal Gerechtshof gaan.”

In Turkije groeit de irritatie over het feit dat Brussel blijft weigeren met Turkije over volledig lidmaatschap van de EU te praten. U bent een van de mensen die die ergernis in Europa heeft laten doorklinken.

“Wij Turken voelen dat Turkije Europa heeft beschermd tegen het communistische blok. We zijn goed genoeg als bescherming, maar niet als partner. Dat is onacceptabel voor ons. We hebben Europa tegen de Oostbloklanden beschermd die nu op de uitbreidingslijst van de EU staan. Turkije moet tot de landen behoren die uitzicht op lidmaatschap hebben.”

De Koerdische kwestie vormt een belangrijke hindernis tussen Turkije en Europa. Brussel vindt dat er geen vooruitgang is geboekt op dit terrein.

“Wij blijven erop hameren dat er geen Koerdisch probleem is, maar een kwestie van terrorisme. De PKK (Koerdische Arbeiderspartij) is een Koerdische, separatistische, terroristische groep die terreur gebruikt als werktuig. Ze doden mensen voor hun doeleinden. Wij kunnen dat niet toestaan, noch terrorisme, noch separatisme. Dat wil niet zeggen dat we tegen de Koerden zijn.”

Dus kunnen we politieke maatregelen verwachten?

“Als u bedoelt speciale rechten voor verschillende etnische groeperingen, dan is het antwoord: néé, dat zullen we nooit accepteren. Dat wil niet zeggen dat we geen respect hebben voor de mensenrechten, maar democratische rechten kunnen niet worden toegespitst op etniciteit. Alle individuen, wie zij ook zijn, moeten dezelfde democratische rechten hebben. Er moet geen situatie ontstaan dat verschillende etnische groepen verschillende rechten hebben. In een land als Turkije met zoveel etnische groeperingen, is dat absoluut onaanvaardbaar. Dat zou alleen maar meer problemen geven.”

U regeert sinds vijf maanden samen met de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij. Om de douane-unie tot stand te brengen heeft u vorig jaar tegen Europa gezegd: ik ben het schild tegen het fundamentalisme. Kunt u deze koerswijziging verklaren?

“Er begon een tweedeling te ontstaan tussen moslims en secularisten. Dat was een gevaarlijke ontwikkeling. Ik heb toen de moeilijke en riskante beslissing genomen door met de Welvaartspartij in zee te gaan. Ik kom nu tot de conclusie dat dit de Turkse democratie ten goede is gekomen. Er was een consensus nodig. Nu luisteren we naar elkaar, en de mensen ervaren dat we tegelijk seculier en moslim kunnen zijn.”

Voor veel Turken staat echter vast dat Tansu Çiller haar coalitie met de Welvaartspartij is aangegaan om een aantal corruptieschandalen waarbij zij wordt genoemd, van de agenda te houden. Een commissie van het Turkse parlement stemde deze week tegen verder onderzoek naar een beschuldiging van corruptie, met name dankzij de steun van de Welvaartspartij voor Çiller. Een ondercommissie had er eerder voor gepleit de zaak voor het Hooggerechtshof te brengen. Mevrouw Çiller wordt overigens nog geconfronteerd met drie andere corruptiezaken, onder andere met betrekking tot onregelmatigheden bij de privatisering van een autofabriek en misbruik van een staatshotel.

Çiller: “Deze zaken komen één voor één in het parlement aan de orde, waardoor de waarheid boven water komt. De eerste zaak is al rond. Ook leden van de oppositie concludeerden dat deze aantijging ongegrond was. Ik heb het gevoel dat de corruptiezaken politiek geladen zijn, uit concurrentie-overwegingen. Concurrentie in de politiek is goed, maar het moet tot uiting komen aan de hand van beleid, in de manier waarop we het volk dienen. Als alles rond is, zullen we zien dat ik onschuldig was.”

Vóór zij met de Welvaartspartij ging regeren heeft Çiller de fundamentalistische leider Necmettin Erbakan, nu premier, tijdens een hectisch televisiedebat een heroïnehandelaar genoemd en hem ervan beschuldigd opgehaalde hulp voor Bosnië in eigen zak te hebben gestoken. In een daarop volgend proces wegens laster werd zij woensdag door een rechtbank in Ankara veroordeeld tot het betalen van 40.000 dollar schadevergoeding aan haar coalitiepartner.