Tovenaar van Oz vertaald; Tussen inbeelding en waarheid

L. Frank Baum, De tovenaar van Oz. Illustraties Lisbeth Zwerger, Vertaling Ernst van Altena, De Vier Windstreken, 112 blz. Vanaf 9 jaar, ƒ 39,90

Een meisje met haar hondje, een vogelverschrikker, een blikken man en een leeuw zijn op weg naar een tovenaar, allen met een specifieke wens. In Amerika en Engeland kent iedereen het verhaal The Wizard of Oz van L. Frank Baum, dat voor het eerst verscheen in 1900, maar hier kennen de meeste mensen alleen de film. Onlangs verscheen een nieuwe Nederlandse vertaling van Ernst van Altena, ideaal om voor te lezen op donkere winteravonden, met illustraties van Lisbeth Zwerger. Eerder was al uit de bewerking van de gedichten van Christian Morgenstern (1995) gebleken dat zij een uitstekende combinatie vormen.

De tovenaar van Oz is een verbazend boek, vol tegenstrijdigheden die eerder uitdagend zijn dan storend. In de inleiding betoogt L. Frank Baum dat 'de moderne opvoeding (-) de moraal al in zich (heeft), daarom zoeken hedendaagse kinderen alleen nog amusement in hun wonderverhalen en doen ze maar al te graag afstand van alle onaangename gebeurtenissen.' Met dit in het achterhoofd zou dit 'gemoderniseerde sprookje' ontstaan zijn, 'waarin verwondering en vreugde behouden zijn en hartzeer en nachtmerries afgeschaft.' Maar wat volgt is een verhaal vol griezeligheden, een huis dat wegwaait in een wervelstorm, een veld vol enorme papavers waarvan je in een eeuwige slaap sukkelt, heksen, vliegende apen en 'Kalida's' (monsters met het lijf van een beer en de kop van een tijger).

Tussen al deze bedreigingen door huppelen de hoofdpersonen naar de tovenaar. De vogelverschrikker wil hem om hersens vragen, maar blijkt onderweg in staat tot het bedenken van de meest vernuftige ontsnappingen. De blikken man wenst een hart, maar barst bij het minste of geringste, als hij bijvoorbeeld een miertje dood trapt, in snikken uit (waardoor zijn kaken vastroesten). De leeuw zegt laf te zijn, maar trotseert op zijn beurt de grootste gevaren en redt zijn vrienden keer op keer van een wisse dood.

Het kleine scharminkelige mannetje dat zich blijkt voor te doen als de grote tovenaar van Oz, hoeft hen niet te helpen. Maar zij zijn er zo van overtuigd dat ze hem nodig hebben, dat hij doet alsof. Hij haalt het stro uit het hoofd van de vogelverschrikker en vult het met zemelen en spelden, waardoor deze zich ineens heel scherpzinig gaat voelen. Zo wordt de grens tussen inbeelding en waarheid op een geestige manier verkend. Uitsluitsel wordt niet gegeven, want als de tovenaar niet bestaat, waren de verschrikkingen van de reis dan wel reëel? Dat mag elke lezer zelf uitmaken. De moraal van dit verhaal, wat je zoekt is in jezelf te vinden, is kortom allesbehalve prekerig verpakt.

Illustratrice Lisbeth Zwerger werd in 1990, voor een relatief bescheiden oeuvre, onderscheiden met de internationale Hans Christian Andersenprijs. Haar tekeningen, in potlood en waterverf, zijn sober en sereen. Zwerger schildert in grijstinten of donkergeel, -rood en -groen, details zijn vaak fel gekleurd. Ze maakt regelmatig gebruik van de diagonaal om vaart te geven aan haar composities, die echter zo afgewogen zijn dat ze soms statisch worden. Dat komt ook door de eenvoudige gezichten die ze haar figuren geeft, het meisje dat de hoofdrol speelt, is net een glimmend houten poppetje.

Op een groteske manier geven de illustraties de kracht van de verhaalfiguren weer. Een grauwblauwe heks met rode hoed, geel parapluutje en zwarte das, verrijst als een berg op de tekening, terwijl de wolven, die ze op de hoofdpersonen af zal sturen, als een piepklein kudde'tje op haar gigantische romp staan.

Achterin het boek is een groene bril te vinden, voor de 'Smaragden Stad' waar Oz woont. In een verantwoording schrijft Zwerger dat ze, hoewel groen haar 'favoriete kleur' is, er tegenop zag alle scènes te schilderen; vandaar de bril. Maar dat is een grap zoals de schrijver die ook steeds maakt, want net als de lezer dragen alle bewoners van de stad zo'n gekleurde bril: rondom hen is geen glimpje groen te vinden.

    • Judith Eiselin