Speakerboxen

Ze komen in spierwitte bestelbussen op je af, de nieuwe generatie colporteurs. Met een aan bewustzijnsvernauwing grenzend enthousiasme hangen ze uit het portier als ze je klemrijden. “Meneer, meneer! Mogen we u een hele rare vraag stellen?” Het vervolg blijkt geen vraag, maar een aanbod: “U raadt nooit wat ons net is overkomen. We halen een bestelling van twaalf speakerboxen op en wat denkt u, ze hebben ons er zestien meegegeven! Dus we hebben er vier te veel die u zomaar van ons kunt kopen!”

Kennelijk kijkt de geadresseerde nogal glazig uit de ogen, want uit het handschoenenkastje wordt een heuse groene doorslag van een al even echte bestelbon tevoorschijn gehaald. Het Bewijs. “Ziet u wel: twá-luf geluidsboxen”, zegt het meisje aan de passagierskant van de bestelwagen. De opgewondenheid kent geen grenzen meer, als ook de bestuurder zich met de verkoop bemoeit en over het meisje hangt om zijn deel van het toneelstukje op te voeren. “Die sukkels waar we net vandaan komen hebben zès-tien van die dingen achterin geladen. U kunt ze zó meenemen, meneer!”

Het tafereel speelde zich 's ochtends af bij een benzinestation aan de A4 richting Den Haag toen het busje recht voor de tankende automobilist werd gezet. Dezelfde middag dook een ander team helende colporteurs op in het centrum van Den Haag. Het verhaal was hetzelfde, de bestelbon was dezelfde en het bestelbusje zag er hetzelfde uit: wit zonder belettering en met de hele laadvloer vol identieke dozen.

“Wat, hebben ze u vanochtend ook al vier boxen aangeboden?” Het enthousiasme is inmiddels omgeslagen in energiek gespeelde verbazing. “Dat moet Ferry zijn”, zegt het meisje dat het woord voert tegen de over zijn stuur gehangen chauffeur. “Dus u hoeft geen speakers van ons”, probeert ze nog terwijl ze de bestelbon op het dashbord smijt.

De chauffeur maakt aanstalten om weg te stuiven als de afgeserveerde aspirant-koper de suggestie doet het verkoopverhaal wat te variëren met dat van de collega's. Het meisje knikt aarzelend. Het tempo van spreken en de toonhoogte van haar stem is inmiddels gezakt naar een niveau zoals ze dat in de normale omgang vermoedelijk hanteert als ze zegt. “Ach meneer, wat wij doen is gewoon ons werk.”

    • Robert Giebels