Slechte timing

HET IS EEN verbazingwekkend schouwspel. Nog geen week nadat de paus handen schudde met Fidel Castro, slaagt Spanje er in zijn relaties met het communistische regime in Cuba tot een historisch dieptepunt te laten dalen. Castro ontnam de Spaanse ambassadeur zijn accreditatie en de man zou zelfs van het eiland zijn gegooid als hij zich niet toevallig in Madrid had bevonden.

Sinds Spanje in 1898 Cuba kwijtraakte - na een smadelijke nederlaag in een oorlog met de Verenigde Staten - zijn de banden tussen het moederland en de voormalige kolonie nauw gebleven. Spanje is de grootste Europese investeerder in Cuba, veel Spanjaarden brengen er hun vakantie door en hebben familie op het eiland. Net als voormalig dictator Francisco Franco is ook de familie van Fidel Castro afkomstig uit het Noordspaanse Galicië.

De socialistische regeringen van Felipe González onderhielden altijd de dialoog met Castro. González zou Castro zelfs bij herhaling hebben aangeboden op het Spaanse platteland van een rustige oude dag te komen genieten. Geen Iberisch-Amerikaanse bijeenkomst of koning Juan Carlos drukte de bebaarde ex-guerrillastrijder aan zijn borst om duidelijk te maken dat hij van harte welkom was.

Vanaf zijn aantreden in mei van dit jaar laat het centrum-rechtse kabinet van premier José María Aznar een ijzige wind over de Atlantische Oceaan waaien. Waar mogelijk wordt het Cubaanse regime tegen de haren in gestreken. Spanjes nieuwe ambassadeur liet publiekelijk weten dat er op Cuba wel eens wat meer vaart met de democratische hervormingen kon worden gemaakt. Minister van Buitenlandse Zaken Abel Matutes fêteerde uitgebreid Jorge Mas Canosa, de omstreden leider van het conservatiefste deel van de Cuba-lobby in Miami. “Ik houd van Cuba, maar niet van jouw regime”, zo sprak Spanjes nieuwe voorman Castro toe bij hun laatste persoonlijke ontmoeting.

Historische woorden, die tot dusver niet goed uitpakten. Castro bleek allerminst onder de indruk van Spanjes democratische inzichten. In Havana groeide de irritatie.

DE EUROPESE UNIE heeft deze week in een verklaring de noodzaak onderstreept de fundamentele vrijheden in Cuba te bevorderen. De oorspronkelijke Spaanse versie was aanzienlijk afgezwakt. Kennelijk voelden de Europese collega's de bui hangen. Tot dusver werd terughoudend gereageerd op de Spaans-Cubaanse strubbelingen. Een verdere verharding van het beleid tegenover Cuba is in de maak, al blijft het instellen van economische maatregelen van Europese zijde uitgesloten.

Bij de onbuigzaamheid van de Verenigde Staten, die nog steeds de economische strafwet Helms-Burton achter de hand hebben, blijft er behoefte aan een Europees alternatief met betrekking tot Cuba. Spanje is als geen ander land geschikt daarin een centrale rol te spelen. De laatste tien jaar heeft Madrid aan diplomatiek gewicht gewonnen. Het Spaanse voorzitterschap van de NAVO is daar een voorbeeld van. Maar uitgerekend in Cuba is Madrid bezig zijn bemiddelaarsrol te verspelen.

Het zou goed zijn als Aznar nu de scherven gaat ruimen die zes maanden marcheren door de porseleinkast hebben opgeleverd. Misschien dat het Vaticaan hem behulpzaam kan zijn. Deze week werd voor het eerst sinds jaren een vers contingent katholieke geestelijken op Cuba toegelaten, en er was zelfs sprake van de oprichting van een vereniging van katholieke journalisten.