Slachtoffers seksueel geweld dwalen in hulpverleningsland

AMSTERDAM, 29 NOV. Voor slachtoffers van seksueel geweld bestaat een woud van hulpverleningsinstanties, maar het is voor hen moeilijk daarin de weg te vinden. Het 'shoppen' langs hulpverleners levert soms weer nieuwe schade op. Dat blijkt uit een onderzoek van het landelijk centrum TransAct onder 54 slachtoffers, dat gisteren werd gepresenteerd op het hulpverlenerscongres 'Aan den lijve'.

In 1994 ontvingen 12.000 vrouwen ambulante hulp en verbleven 4.100 vrouwen voor korte of langere tijd in een opvangcentrum. Eerder deze maand zegde minister Borst (Volksgezondheid) de regionale instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg (Riaggs) een jaarlijks bedrag toe van twee miljoen gulden extra voor opvang na seksueel misbruik.

Slachtoffers verwachten veel van hulp, zo blijkt uit het onderzoek. De 54 geënquêteerden (52 vrouwen en twee mannen) noemen erkenning van het misbruik, veiligheid, steun, vertrouwen, respect, begrip, inleving en gelijkwaardigheid als voorwaarden voor goede hulpverlening. Om die te vinden hebben ze aangeklopt bij zeventien verschillende soorten opvang, waaronder een crisiscentrum, maatschappelijk werk, een psychiatrisch ziekenhuis, Riaggs, de Rutgersstichting, een evangelisch begeleidingscentrum, een therapeutische gemeenschap en Jomanda. Meestal wisselden ze een of meer keren van hulpverlener. Een vrouw die in haar puberteit was verkracht door een zwager vond bij haar eerste therapeut zo weinig gehoor (“Hij riep me toe dat ik een mannenhaatster was”) dat ze er geruime tijd niet over wilde praten. Een vrouw die was misbruikt door haar broer schoot weinig op met gesprekstherapie en kwam via een vriendin achter het bestaan van een 'herstellingsoord', waar ze wel opknapte. Ze verbaasde zich erover dat ze niet door een hulpverlener daarheen was doorverwezen.

Sommige slachtoffers klagen dat een hulpverlener te weinig wist van hun specifieke problematiek “zoals misbruik door hulpverleners, misbruik buiten het gezin of MPS (meervoudige persoonlijkheidsstoornis)”. Weer anderen misten nazorg nadat in hypnose traumatische gebeurtenissen waren 'herbeleefd', of hulp bij seksuele problemen. Over hun laatste hulpverlener velden de meeste slachtoffers een positief oordeel.

Omgekeerd hebben hulpverleners problemen met sommige slachtoffers, zo bleek op het congres. P. Deij, werkzaam op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis Gooi Noord, heeft moeite met wat ze noemt 'koninginnen van het lijden'. “Vrouwen die zijn misbruikt en blijven hangen in de slachtofferrol. Je krijgt aan de lopende band het gevoel dat je het ze weer aandoet. Dat je gemeen bent als je verwacht dat ze er om kwart voor tien zijn als je om kwart voor tien hebt afgesproken. Wat je ze ook geeft, het is nooit genoeg.”

Ook proberen sommige slachtoffers te 'splitsen', dat wil zeggen tweedracht te zaaien in het behandelteam. Deij: “Dan krijg ik van een collega te horen dat ik zulke dingen niet moet zeggen tegen een cliënt.” J. Vos, maatschappelijk werker bij de stichting FIOM in Alkmaar, voelt zich wel eens “gebruikt” door “jongens van 17, 18, 19 die binnenkomen om over seksueel geweld te praten, na twee keer niet meer terugkomen, en dan na vier weken opbellen dat ze je weer nodig hebben”.

Zelfstandig therapeute E. Meijles uit Utrecht heeft verscheidene hulpverleners met burn out in haar praktijk. De zwaarte van het werk speelt daarbij volgens haar zeker een rol. “Je moet millimeter voor millimeter samen met de cliënt de weg gaan en daarbij hoor je de meest gruwelijke verhalen.” Sommige slachtoffers proberen de hulpverlener helemaal voor zich op te eisen. “In het begin heb ik wel over mezelf laten lopen”, zegt Vos. “Dan belde een klant me zomaar thuis op en vond ik dat normaal.”

J. Manshanden, hoofd Maatschappelijk Werk bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, noemt 'afgebrande hulpverleners' als een van de nieuwe problemen bij de bestrijding van seksueel geweld. Andere problemen zijn volgens haar de lange wachtlijsten en de gebrekkige samenwerking tussen instellingen en tussen de verschillende ministeries die met seksueel misbruik te maken hebben.

    • Joke Mat