Ode aan de Schelde

Marie Gevers: De dijkgravin. Vertaald uit het Frans door Stefaan van den Bremt, Meulenhoff, 216 blz. ƒ 34,90

Een opmerkelijke uitgave tussen de oogst aan Franse vertalingen dit najaar is een volstrekt vergeten roman van een totaal vergeten schrijfster - De dijkgravin van Marie Gevers. Wie was zij? Gevers (1883-1975) was een Franstalige Vlaamse die aan het begin van deze eeuw als dichteres debuteerde en geprotegeerd werd door Emile Verhaeren, van wie zij verre familie was. Op latere leeftijd begon zij romans en reisverhalen te schrijven. De dijkgravin was de eerste van een lange reeks en werd in 1931 aanvankelijk als feuilleton in een Frans tijdschrift gepubliceerd.

Het gegeven is op het eerste gezicht bij uitstek materiaal voor een streekroman: Suzanne Briat, dochter van een dijkgraaf in het Scheldegebied, staat na de dood van haar vader voor twee cruciale beslissingen. Kan en wil ze haar vader opvolgen als 'dijkgravin'? Voor haarzelf is dat geen vraag, ze is immers door haar vader sinds haar kinderjaren vertrouwd gemaakt met de verantwoordelijke taak van bewaking en onderhoud van de dijken. Maar zal een jonge vrouw acceptabel zijn voor het mannelijke polderbestuur? De tweede vraag is of ze wil trouwen - en zo ja, met wie? Er zijn twee kandidaten. Enerzijds Trifon, de hard werkende, competente opzichter van haar vader, die 'met zijn viriele kracht... en zware, krachtige tred' de verpersoonlijking is van de natuur en de ontembare seksuele oerkracht, maar sociaal en intellectueel haar mindere is. Anderzijds Max Larix, een anti-burgerlijke, half artistieke natuurliefhebber uit een goede familie die aanzienlijk gecompliceerder is dan Trifon, een stuk intelligenter en sociaal aanvaardbaarder.

Niettemin stijgt het boek ver uit boven de doorsnee streekroman. Dat komt in de eerste plaats omdat het een grote, meeslepende ode aan de Schelde is. De rivier is de ware geliefde van Suzanne en alle aspecten van het rivierlandschap van schorren, grienden, dijken en water worden vol liefde beschreven. Elke beslissing en elke emotie van Suzanne wordt ingegeven, weerspiegeld of geïllustreerd door de rivier. Voor haar is de Schelde de meeslepende, onbeteugelde natuurkracht die binnen de perken moet worden gehouden. Als de rivier, op het dramatisch hoogtepunt in het verhaal, door zijn dijken dreigt te breken, ziet ze kans in een heroïsch gevecht tegen de elementen het water - en haar eigen erotische verlangens - te beteugelen en in goede banen te leiden. Bij haar zegeviert het verstand over de oerkrachten. Ook daarin onderscheidt het boek zich van de gangbare streekroman, die de mens graag afschildert als een tragisch slachtoffer van het noodlot.

Stefaan van de Bremt heeft dit boek vertaald in prachtig, ietwat archaïsch Vlaams-Nederlands. Dat is een juiste keuze geweest. Niet alleen plaatst dat het boek onmiddellijk in de juiste omgeving en de juiste tijd, maar de fraaie taal is in zekere zin ook een soort verlate gerechtigheid. Marie Gevers kende Nederlands, maar sprak het slecht, omdat ze in het Frans was opgevoed. Wel heeft ze het werk van Vlaamse en Nederlandse schrijvers in het Frans vertaald. Niettemin beschouwde ze zichzelf bij uitstek als een Vlaams schrijver. Deze vertaling had haar ongetwijfeld veel genoegen gedaan.

    • Nelleke van Maaren