Meer armoe in 'modelhervormer' Nieuw Zeeland

WELLINGTON, 29 NOV. De etalage van een tweedehandszaak in Cuba Street, een winkelstraat in het arme deel van de binnenstad van Wellington, toont bankstellen met gescheurde bekleding en een prehistorisch ogende centrifuge. Achterin de zaak staat een rek tweedehands kleding waarvoor de yuppie-ambtenaren of zakenmensen in de trendy winkelstraat Lambton Quay, een kilometer verderop, hun neus zouden ophalen.

“Wij verstrekken prijsopgaven voor de sociale dienst”, meldt het reclamebord van de winkel in Cuba Street. De sociale dienst vergoedt de aanschaf van gebruikte goederen namelijk alleen, indien het om aantoonbare behoeften gaat en er door de uitkeringsgerechtigde een prijsopgave is verstrekt.

In Nieuw Zeeland, dat altijd trots was op de status als eerste welzijnsstaat ter wereld, hangt het sociale vangnet nu dicht bij de rotsen onderaan de klippen. Het aantal gaarkeukens die afhankelijk zijn van liefdadigheid, is gestegen tot 350. Duizenden Nieuw-Zeelanders maken regelmatig van die voorzieningen gebruik. Tien jaar geleden waren er slechts enkele in de grote steden. Ze hielpen uitsluitend zwervers en alcoholisten aan een dagelijkse maaltijd.

“De lage lonen, het verlagen van de bijstandsuitkeringen en de drastische verhogingen van de huren van de sociale woningvoorraad hebben de armoe in dit land doen escaleren op een manier die de meeste Nieuw-Zeelanders hebben onderschat. Ik geloof niet dat ze wilden dat de zwakkeren in dit land zouden worden overgeleverd aan de liefdadigheid”, aldus Ruth Smithies, sociaal werker van het aartsbisdom in de hoofdstad Wellington en betrokken bij de organisatie van de gaarkeukens.

“De inkomensverdeling in dit land is in de laatste twaalf jaar grondig veranderd. Terwijl de rijken veel rijker zijn geworden, hebben de armeren in dit land geen baat gehad van de economische successen waarop Nieuw Zeeland prat gaat. De armoe onder werklozen en bijstandstrekkers is zelfs veel groter geworden. Doordat de uitkeringen zo laag zijn, konden de lonen voor ongeschoolden ook dalen. Minister van Financiën Bill Birch wilde met lagere uitkeringen de prikkel om werk te vinden verhogen. Maar de lonen zijn zo laag, dat onder de werkenden ook steeds meer armoe voorkomt”, zegt Petrus Simons, een econoom die werkt voor de linkse Alliantie.

Het vanouds egalitaire Nieuw Zeeland, na twaalf jaar economisch rechtse hervormingen door regeringen zowel geleid door de Labour als vervolgens de conservatieve Nationale partij, is op een economisch tweesporenbeleid beland. Veel Nieuw-Zeelanders plukken de vruchten van bijna 25 procent economische groei en twintig procent meer banen sinds 1990, lagere belastingen, een overschot van de overheidsbegroting, dalende buitenlandse schuld, toegenomen export en toerisme. Tegelijkertijd neemt de armoe van de onderlaag echter toe en veel Kiwi's maken zich zorgen over onbetaalbaar wordend onderwijs en ontoegangkelijke gezondsheidszorg. De onduidelijke uitslag van de parlementsverkiezingen van 12 oktober weerspiegelt dit dualisme. Het einde van de economische hervormingswoede die het land sinds 1984 in zijn greep had, lijkt echter nabij.

De onderhandelingen over een nieuwe coalitieregering zullen mogelijk volgende week worden afgerond en het is nog steeds niet duidelijk of er een centrumrechts dan wel centrumlinks kabinet komt. De hervormingen zullen waarschijnlijk worden geconsolideerd en wellicht gedeeltelijk teruggeschroefd. De hervormingen sinds 1984 bezorgden Nieuw Zeeland volop internationale lof, stabiele economische groei van drie procent per jaar en een relatief lage werkloosheid van zes procent, leidend tot een toppositie op de concurrentiekrachtindex van de OESO. Doordat de verkiezingen voor het eerst plaatshadden onder een systeem van evenredige vertegenwoordiging is er niet langer een partij met een absolute meerderheid. De National Partij van premier Jim Bolger, aan de regering sinds 1990, bleef de grootste, maar kan met 35 procent van de zetels niet verder zonder coalitiepartner.

Onder het districtenstelsel kon de regeringspartij straffeloos radicale maatregelen uitvoeren, omdat daarvoor geen steun van een coalitiepartner nodig was en de oppositie machteloos was. De Nieuw-Zeelanders gaven met hun keuze voor een nieuw kiesstelsel in 1993 eigenlijk al aan genoeg te hebben van het proces van de radicale marktgerichte economische hervormingen, waarvoor de één-partijregeringen eigenlijk nooit brede maatschappelijke steun verkregen.

De rechtse economische wervelstorm begon in 1984 onder de economisch rechtse Labourregering van premier David Lange. Labour erfde een starre economie, waarin door regulering en subsidies de marktsignalen niet doorklonken. In 1984 had Nieuw Zeeland, decennia lang in feite niet meer dan een Engelse boerderij, het economische trauma van het Britse toetreden tot de EEG tien jaar eerder nog steeds niet verwerkt. Tariefmuren werden onder Lange geslecht, subsidies afgeschaft, staatsbedrijven zoals spoorwegen en telecommunicatie geprivatiseerd en daarna verkocht en de koers van de dollar vrijgelaten. De rol van de Centrale Bank werd wettelijk beperkt tot het beteugelen van de inflatie tussen nul en twee procent, zonder de noodzaak zich te bekommeren over andere sociale of economische doeleinden.

Bolgers Nationale Partij maakte als enige regeringspartij na 1990 het niveau van de AOW inkomenmens-afhankelijk en snoeide drastisch in de sociale uitkeringen. De inkomstenbelasting werd verlaagd. Tevens werd de arbeidsmarkt grondig aangepakt, een taak die Labour wegens de banden met de vakbonden nooit aandurfde.

Centraal in de strategie stond de Employment Contracts Act, die een einde maakte aan collectieve arbeidsovereenkomsten en die het einde betekende van de macht van de vakbonden. Vooral voor lagerbetaalden luidde de wet het einde in van extra betaling voor overuren, de vervanging van vast werk door werk op afroep en geringe bescherming bij ontslag. Werkgevers en regering roemden de flexibiliteit, die als oorzaak van de sterk gedaalde werkloosheid werd genoemd.

Werkgever Simon Holdsworth, voorzitter van de New Zealand Employers Federation, zegt dat geen enkele partij door de verkiezingsuitslag het recht heeft gekregen om het succesbeleid van de laatste twaalf jaar te ontmantelen. “Door de wet neemt het aantal banen toe, de lonen stijgen sneller dan de prijzen en de werknemers plukken zelf de vruchten van hun inspanningen. Nieuw Zeeland is nu een ondernemingsland met een open-markteconomie.” Hij wijst erop dat de dogmatisch rechtse ACT, de Nationale Partij en de centrumpartij New Zealand First, die alle de Employment Contracts Act steunden, samen 58 procent van de stemmen haalden. “Labour en de linkse Alliantie, die de wet wilden afschaffen, haalden maar 38 proent”, aldus Holdsworth.

Boudewijn Klap, zakenman in Wellington, zegt dat het duidelijk is dat Labour niet echt linksaf wil. “Binnen Labours parlementsfractie zitten nog veel kamerleden die indertijd deel uitmaakten van Lange's regering, die de hervormingen zijn begonnen. Zij zullen een ruk naar links verhinderen. Ik verwacht kleine aanpassingen van de Employments Contracts Act en een verbreding van de inflatiedoelstellingen van de Reserve Bank Act, zodat ook andere economische doelen, zoals het tegengaan van een te hoge dollarkoers kunnen worden nagestreefd. Labour wordt in een eventuele coalitie afhankelijk van de linkse Alliantie, maar dat effect zal worden geneutraliseerd door het centrumrechtse New Zealand First, dat economisch gezien heel dicht bij de Nationale Partij staat”, aldus Klap.

De Nationale Partij en New Zealand First verwachten dat ook de armere Nieuw-Zeelanders uiteindelijk de vruchten zullen plukken van de economische groei. Om de armere Nieuw-Zeelanders te helpen heeft Labour in de verkiezingscampagne beloofd de uitkeringen te verhogen, huurders met lage inkomens meer steun te geven en het belastingsysteem progressiever te maken, waardoor de mensen met de laagste inkomens meer geld over te houden. Labour wil het inkomstenbelastingtarief in de topschijf verhogen van 33 naar 39 procent. De Alliantie wil dat tarief naar 49 procent brengen. Labour en de Alliantie pleiten ook voor het terugdringen van het profijtbeginsel in onderwijs en gezondheidszorg, waarvan vooral de laagste inkomensgroepen zullen profiteren.

Nieuw Zeeland is in relatief korte tijd verrechtst door de neoliberale hervormingen van de laatste twaalf jaar, verzucht Alliantie-econoom Petrus Simons: “Het is waar dat dit land eens een egalitaire samenleving was. Sinds 1984 is de manier van denken echter volledig veranderd. Je merkt het hier in Wellington aan de jonge ambtenaren en zakenmensen, die de opinieleiders zijn. Door het profijtbeginsel startten ze hun werk met enorme studieschulden, maar ze vinden dat de gewoonste zaak van de wereld. Hun solidariteit met andere werknemers is verdwenen. De economische cultuurverandering is onomkeerbaar geworden.”

    • Hans van Kregten