Literaire kloostercel

Jenny Diski: De Dromenmeesteres. Uit het Engels vertaald door Inge Kok. Atlas, 353 blz. ƒ39,90

In De Dromenmeesteres sterft een kind in de armen van een oude, zonderlinge vrouw. Het astmatische kind is paars aangelopen en verkrampt in de worsteling om adem, dan verslapt het tegen haar oude, verlepte borst. De moeder, machteloos om het van de verstikkingsdood te redden, had het haar in paniek toegeworpen. Eén heel lang moment staren ze de afschuwelijke realiteit in het gezicht. Dan blijkt het kind weer te ademen. Al wiegend heeft de oude, eenzame vrouw het gered. Of preciezer nog: weer tot leven gewekt. Een onverklaarbare gebeurtenis. Een wonder, denkt de oude vrouw in afgrijzen. Ze heeft een wonder verricht - niets zal vanaf nu nog hetzelfde zijn. Ze is vervloekt.

Deze scène tekent het universum van Jenny Diski, een paradoxale, desolate werkelijkheid waar zelfs de miraculeuze redding van een kind geen zegen is. In Engeland is haar werk enthousiast ontvangen en De Dromenmeesteres is inmiddels haar vijfde Nederlandse vertaling - tegelijk verschijnt de verhalenbundel De Prinses In De Spiegel als goedkope pocket bij uitgeverij Pandora.

De Dromenmeesteres is een zorgvuldig opgebouwd verhaal rond een jonge vrouw die in een steegje een oude zwerfster vindt, op sterven na dood. We duiken afwisselend in de gedachtenwereld van de jonge vrouw en die van de zwerfster. Beiden reflecteren op hun dagelijks bestaan en hun verleden. De oude vrouw, na haar opname in het ziekenhuis Bella gedoopt door een jolige verpleegster, blijkt bovendien stevig te hallucineren: ze laat niet alleen tientallen lagen stinkende kleding van haar zieke lichaam pellen, maar ze registreert ook hoe er een scalpel op haar comateuze schedel gezet wordt en hoe ze als een sinaasappel geschild wordt: zwerende huid, vlees, totdat er niets van haar rest dan een bundel felgekleurde organen.

Diski's werk is, om Reve's fraaie term nog maar eens aan te halen, fel-realistisch. Van menselijke waardigheid, moederschap en liefde blijven onder haar scalpel weinig meer over dan van Bella. Met haar grimmige stijl probeert Diski te raken aan een 'diepere' realiteit dan de alledaagse werkelijkheid met haar behaaglijke illusies. Door zich af te zonderen van alle anderen - ouders, geliefden, kinderen - proberen de jonge vrouw en de zwerfster allebei door te dringen tot een diepere 'kern'. In de kilte van de eenzaamheid zoeken ze de uiteindelijke betekenis in hun leven. Diski doet hetzelfde in de kaalheid van haar stijl: De Dromenmeesteres is een soort literaire kloostercel. Veel leesplezier levert dit niet op. Het hele boek is doordrongen van een licht onpasselijk makende naargeestigheid. Daarnaast wil dat diepere inzicht in het bestaan zich ook maar niet ontvouwen. Het boek eindigt met een nogal plots paradijselijk visioen, bedoeld om duidelijk te maken dat al dat eenzame gespit in de diepte eigenlijk helemaal niet nodig is: het leven is ook heel goed in de breedte te ervaren, in al zijn weidsheid en rijkdom. Dat is een waarheid als een koe, maar hetzelfde geldt natuurlijk voor de literatuur: ook bij het vertellen van een verhaal kun je kiezen voor een minder Spartaanse vorm. Als dat de moraal van dit verhaal is, lijkt het zinloos om je als lezer door zo veel grauwheid heen te worstelen. Laat de schrijfster dan de kleur en het sentiment van zo'n visioen maar gewoon door het verhaal héén gooien, dat zou het een stuk beter leesbaar maken.