Krullen zonder betekenis

Ik heb een hekel aan gebekvecht. Als de roman voor volwassenen weer eens in de beklaagdenbank wordt gezet, en de advocaat van de jeugdliteratuur heen en weer gaat lopen. Wanneer het kinderboek nu eens ernstig zal worden genomen, en of een boek voor jongeren misschien geen literatuur is? En waarom - in 's hemelsnaam: waarom een volwassene per sé moet gaan blozen als hij durft te bekennen dat hij een kinderboek heeft gelezen? Dat geëmmer hebben we al zo vaak gehad. Maar kijk: dat soort gebekvecht raakt uit de mode.

Het is een tijd heel erg in geweest. In het boekenwereldje werd er oeverloos gewikt en gewogen wat nu eigenlijk de verschillen waren tussen boeken voor jongeren en boeken voor volwassenen. De jeugdliteratuur, zeiden sommigen die duidelijkheid wilden, onderscheidt zich van de literatuur voor volwassenen door de afwezigheid van expliciete seks en expliciet geweld. Daar konden de mensen wel inkomen. Jongeren moest je als het erop aankwam een beetje tegen zichzelf beschermen. De bibliotheek werd slim ingedeeld: er zijn boeken zonder seks en geweld, en er zijn boeken mét. Maar die stelling gaf nog niet goed genoeg aan wat de jeugdroman van het boek voor volwassenen onderscheidde.

Toen werd de discussie maar over een andere boeg gegooid. Het verschil moest gezocht worden in het standpunt van de verteller. Hoe die stem zich gedroeg: vertelde hij vanop volwassen ooghoogte, of vanuit het hart van een jongere? Er werd driftig heen en weer gelezen, en de meesten wisten de bibliotheek wel in te delen, maar stiekem kwamen lezers tot de slotsom dat ook dat uitgangspunt niet deugde.

Grijnzend van triomf kwam iemand die nogal simplistisch nadacht tot de ontdekking dat het verschil in de taal zat. Natuurlijk! In kinderboeken komen geen woorden voor van meer dan vier lettergrepen en in jeugdromans vind je geen zinnen die bovenaan de bladzijde beginnen en anderhalve pagina verder eindigen. De simpele ziel vergat dat iedereen die kan spellen in principe ook kan lezen, en in principe ook kan begrijpen wat er staat, als je maar hard genoeg je best doet.

En toen ook die storm weer was gaan liggen, gebeurde er af en toe iets leuks. Van Aidan Chambers verscheen in 1979 een boek dat toen nog Lang weekend - op drie manieren heette. Het kreeg een plek in de kommer-en-kwel-reeks van uitgeverij Lemniscaat en moest het daardoor stellen met het predikaat 'jeugdroman'. Het ging helemaal in tegen argument nummer één, want halverwege het boek wordt er stevig gevochten en een beetje verderop lilt het blote vlees vantussen de bladzijden. En toch zei de verpakking van het boek: jeugdroman. Ongeveer in dezelfde periode verscheen in de toenmalige vlaggetjesserie van Querido De bruiloft van Carson McCullers, waarin een meisje van twaalf grote gesprekken voert met de keukenmeid, en wel over het op handen zijnde huwelijk van haar broer. Geen seks, geen geweld, maar volgens het literaire bestel was het en bleef het een roman voor volwassenen.

Het tij kon nog keren, want ook argument twee werd vriendelijk platgeslagen met een aantal boeken die verschenen. De vertelstem in, bijvoorbeeld, De regenboog heeft maar acht kleuren van Peter Pohl is onbepaald. Onbestemd, bij wijze van spreken. Vanuit een leeftijdloze ik-persoon zie je een jongetje van vijf ouder worden, en dan nog alsof je in het hoofd van dat jongetje zit, met alle gedachten en muizenissen van dien. Een complex en hoogst intrigerend boek, met op de rug: 13+. Om alles nog een beetje moeilijker te maken verscheen - óók verleden jaar - Paddy Clarke Ha Ha Ha van Roddy Doyle. Weer een ander jongetje, nu van tien, dat je helpt binnenkijken in zijn wereld. Je zou haast denken dat het een kinderboek is, maar nee, de bestsellerlijsten bewijzen dat achttienplussers er gek op zijn, en de jury van de Bookerprice zei het ook nog eens met klem: onze prijs is er één voor volwassenenromans.

Met bovenstaande titels heb ik nog maar vier wapenfeiten genoemd. Er zijn nog meer boeken verschenen die duidelijk maken dat de grens tussen kinderen, jongeren en volwassenen steeds smaller wordt. Zo smal als de rug van een novelle, bijvoorbeeld. Ik had in de krant gelezen dat Spookliefde bestond, móói bestond, zo uitgesproken mooi bestond dat ik het boek van Vonne van der Meer moest lezen, omdat ik anders een parel zou missen. Als ik uit de recensie alleen had onthouden dat haar verhaal over een meisje van zeventien gaat, dan had ik kunnen denken dat haar boek een jeugdroman was. Dan had ik het in de verkeerde kast gezocht. Sterker nog: argument drie slaat nergens op. Van der Meer heeft voor haar novelle geen hoogdravende volzinnen nodig. Met haar heldere taal bouwt ze evengoed een geheimzinnig verhaal op.

En met diezelfde eenvoudige taal, een kind kan het lezen, weet Kirsty Gunn dan weer een compleet verwarrend boek te schrijven, dat Regen heet en verschenen is in de reeks 'Orlando', en dus graag bij Virginia Woolf op de plank voor volwassenen wil staan. Niks over seks, niks gewelddadigs, de stem is die van een meisje van twaalf, en toch voel je aan je ellebogen èn via de taal dat dit boek, tja, wél eerder naar volwassenen toe moet.

Mooie feiten allemaal, die de boekenkasten van tegenwoordig op een gezonde manier doen wankelen. De mooiste gebeurtenis is er een van een paar maanden geleden. Dit najaar is van David Grossman een boek verschenen dat voor ons verpakt werd door een uitgeverij voor volwassenen, en daardoor vanzelfsprekend in een roman voor volwassenen veranderde. Maar het boek in kwestie, Het Zigzagkind, over een twaalfjarige jongen die in Israel een avontuurlijke week vóór zijn bar mitswa beleeft, is door de schrijver toevallig wel als jeugdroman bedoeld. In Frankrijk en in Duitsland hebben ze naar de auteur geluisterd, maar hier moest het anders. Voor het Nederlandse taalgebied werd het boek probleemloos ingelijfd bij de literatuur voor volwassenen. Paginagroot stond het boek in de kranten, en ik kon alleen maar denken dat het boek met een andere kaft en een andere uitgeverij waarschijnlijk op een andere manier was ontvangen. Verpakt als jeugdroman hadden ze Grossman in de kolom 'kinderboek' besproken, met een vrolijk vignetje erboven en niet al te prominent. Dat was het enige verschil geweest. Grossman heeft eigenlijk geluk gehad, zou je denken. Zijn bijzondere roman wordt nu ook door volwassenen gelezen. En de jongeren weten hem wel te vinden, ook al staat er geen 15+ op de rug.

Als er nog eens zo'n discussie oplaait, breng ik een stapel boeken bij die bekvechtende mensen langs. Dan zeg ik dat het theoretisch gezwam is, dat geruzie over het Grote Onderscheid. De doelgroep van een boek komt niet aan het licht, als je oeverloos over het verschil tussen jong en oud blijft emmeren. Ga uit van de Grote Gelijkenis, en dan blijkt de doelgroep wel, als je van de logo's van uitgeverijen betekenisloze krullen maakt, je mond houdt, en léést.

    • Bart Moeyaert