Koude reigers in grauwe veren

Ad ten Bosch: Erfenissen. Meulenhoff, 168 blz. ƒ 32,90

Soms heeft een schrijver zoveel te vertellen dat het niet in één roman past. Vestdijk had drie delen Victor Slingeland nodig en acht delen Anton Wachter. Ivo Michiels' Alfa-cyclus: vijf boeken. Vorig jaar zag boek zeven van zijn op tien delen begrote Journal Brut het licht. Waar hij zijn verhaalstof alle kanten op laat waaien, concentreren J.J. Voskuil en Frida Vogels zich in hun veel monomanere reeksen op een handvol personages. Het woeden der gehele wereld is de bijna megalomane titel van de trilogie die Maarten 't Hart dit jaar voltooide. Tot de echte oeuvre-bouwers kunnen schrijvers als Van der Heijden en Atte Jongstra gerekend worden, voor wie alles met alles samenhangt. De tandeloze tijd, in eerste aanleg een trilogie, is inmiddels vijfdelig en het einde lijkt nog lang niet in zicht. Jongstra heeft zich voorgenomen een cyclus in 26 delen te schrijven: één voor elke letter van het alfabet.

Ad ten Bosch bevindt zich met zijn onlangs voltooide trilogie over Anton Traandijk in goed gezelschap, wil ik maar zeggen. Al is het de vraag of hij zich met dit gezelschap kan meten. Ten Bosch heeft niet de vertellersgave van Vestdijk. Niet de lyrische kracht van Michiels. Niet de obsessie van Voskuil en Vogels. Niet de ietwat houterige charme van 't Hart. Niet de breedheid van Van der Heijden. En ook niet de postmoderne humor van Jongstra. Deze vergelijking van een betrekkelijke beginner als Ten Bosch met gerenommeerde schrijvers mag onbarmhartig lijken, maar enige strengheid past hier wel. Aan een trilogie mogen hogere eisen gesteld worden dan aan een losse roman. Tenslotte moet de lezer vanaf het eerste deel aangespoord worden om ook het vervolg, waarop men al gauw enkele jaren moet wachten, te willen lezen.

Het eigenaardige van de trilogie van Ten Bosch is dat het venijn hier vooral in de staart zit. Het derde en afsluitende deel, Erfenissen, is levendiger en interessanter, iets beter geschreven ook, dan de twee voorgaande delen. Al is het natuurlijk wel zo dat de afronding van een cyclus, waarin de touwtjes aan elkaar worden geknoopt en waarin de held van een soort kader wordt voorzien, bevredigender is om te lezen dan de flarden levensgeschiedenis die in Vera Cruz voorbij (1994) en Nachtwind (1995) werden gepresenteerd.

Het is mij trouwens niet duidelijk geworden waarom Ten Bosch de belevenissen van Anton Traandijk over drie romans heeft uitgesmeerd. Had hij teveel verhaalstof? Had zijn held zo'n gecompliceerd karakter dat het niet in één boek te vangen was? Waren er zoveel bijfiguren en nevenintriges die om een aparte behandeling smeekten?

De belevenissen van Anton hebben weinig om het lijf. De eerste twee delen, waarin we hem als jonge volwassene leren kennen, spelen zich grotendeels af in Canada, waar hij als immigrant in zijn onderhoud voorziet met allerlei losse baantjes. Ook is er een Mexicaanse episode, waarin hij vergeefs jacht maakt op zekere Beatriz. Anton komt en gaat en ontmoet her en der wat mensen, zo laten zich deze buitenkantige, On the Road-achtige romans samenvatten.

In Erfenissen komt hij, na jaren van omzwervingen, weer tot stilstand. Hij keert terug naar Zutphen, naar de 'natte koeien en koude reigers', om er uiteindelijk de boekhandel van zijn vader over te nemen. Waarom hij tot dit besluit komt, wordt niet helemaal duidelijk en misschien weet hij het zelf ook niet. Hij wil blijven, maar tegelijk ook wel weer weg. 'Vertrekken is de moeilijkheid, hoewel naar elders wordt verlangd', heet het wat moeizaam aan het slot van de roman.

Een groot stilist is Ten Bosch niet. Zijn zinnen staan erbij als de bovengenoemde koude reigers: met stramme pootjes, in een grauw verenpak. Wel is er een subtiel verschil, in toon vooral, tussen de twee 'Canadese' delen van de trilogie en het 'Europese' sluitstuk. Erfenissen doet minder oppervlakkig aan en niet als een verzameling losse mededelingen. Toch ontkomt ook deze roman niet aan een zekere wezenloosheid, alsof we niet al te diep in het hart en de beweegredenen van de hoofdpersoon mogen kijken, hoezeer het daar toch allemaal om begonnen moet zijn. Het lijkt wel alsof Ten Bosch, boekhandelaar te Zutphen, die zonder twijfel ook uit eigen ervaringen heeft geput, zichzelf heeft willen afschermen tegen al te nieuwsgierige lezers. Die schroom heeft het boek geen goed gedaan. Het meest opmerkelijke en interessante gedeelte ervan speelt zich af in Oost-Pruisen, tijdens de oorlog. Acht boeken raadpleegde Ten Bosch, zoals hij achterin vermeldt, om het uit vrije wil gesloten eerste huwelijk van Antons moeder met een hoge SS-officier te kunnen beschrijven. Deze episode, van voor de geboorte van Anton (en Ten Bosch) maakt, hoe verzonnen misschien ook, een doorleefde en authentieke indruk. Zij staat in dienst van de levensgeschiedenis van Anton Traandijk. Maar liever had ik een trilogie over zijn moeder gelezen.

    • Janet Luis