Kan & Vonk

Het gezag van kunst stelt ons soms voor onoverkomelijke problemen. Zo staat op het Leidseplein het beeld van Wim Kan en Corry Vonk. Het is waar dat over smaak niet te twisten valt, dat de tijd zal uitmaken wat overblijft en wat niet, enz. maar van dit beeld der lachende tuinkabouters kan men toch werkelijk zonder voorbehoud zeggen dat het foei- en foeilelijk is.

In de jaren tachtig is er op instigatie van Wim Ibo geld ingezameld voor dit beeld. Ik vermoed dat Wim Ibo ooit bij Wim Kan in het voorprogramma heeft gestaan en toen zo door Kan is gepest en gemaltraiteerd, dat hij op deze wijze wraak heeft genomen op de godfather van het Nederlandse cabaret. Anders valt niet te verklaren dat een dergelijk monstrueus eerbetoon ook daadwerkelijk tot uitvoering is gebracht. Wim Kan en Corry Vonk hadden toch wel iets beters verdiend.

Sinds het beeld in 1986 is geplaatst, zijn er stemmen opgegaan om het te verwijderen. Maar hoe doe je zoiets? Aan een kunstwerk zit meestal een kunstenaar vast en die kunstenaar heeft, terecht, allerlei rechten. Bovendien is een discussie over mooi en lelijk weinig heilzaam, want er is in van de gemeentelijke besluitvorming altijd wel iemand die bewogen opstaat en zegt dat Van Gogh aanvankelijk ook niet werd gewaardeerd en daarom zijn oor heeft afgesneden.

Ten slotte heeft men gedacht de oplossing te vinden in een 'herprofilering' van het Leidseplein. De gemeente, ingefluisterd door de plaatselijke middenstand, heeft namelijk ontdekt dat het beeld van Wim Kan en Corry Vonk precies in de looprichting staat. Wil men doorstomen van het Leidseplein naar de Leidsestraat dan stuit men - boem, scheppen gaat van au! - op dat beeld. Dat kan zo niet langer, en om nu de argeloze passant in de toekomst voor een dergelijke botsing te behoeden, heeft men helaas moeten besluiten het beeld te verplaatsen.

Maar wat doe je met zo'n beeld?

Wim Ibo, die sprak van 'een onwaardige scharrel met de nagedachtenis van een groots duo' wist een oplossing. Hij stelde voor het beeld neer te zetten in de tuin van het Nederlands Theater Instituut. Op het moment dat Ibo zijn voorstel aan de openbaarheid prijsgaf, gingen de luiken bij het Nederlands Theater Instituut dicht, werd de voordeur hermetisch afgesloten en speelde men niet thuis.

Gelukkig was er ook nog het idee van de heer Dolf Winkler, die in hetzelfde Jappenkamp heeft gezeten als Wim Kan. In Vrij Nederland lees ik dat de heer Winkler heeft voorgesteld om het beeld te plaatsen in Kudelstaart. Om precies te zijn: aan de boorden van de Westeinder Plassen, vlak bij het bankje waarop Kan en Corry in vroeger tijden wat zaten te mijmeren.

Het lijkt een schitterende oplossing. Zo komt het beeld op een mooie plek te staan, waar niemand het hoeft te zien en waar het niemand tot last is. Van degenen die er toch van willen genieten, wordt enige zelfwerkzaamheid verlangt, maar wie dat er voor over heeft, wordt beloond met een uitzicht over het zwarte water van de Westeinder Plassen.

Helaas heeft de kunstenaar, hij leeft nog, bezwaar gemaakt tegen wat hij de plompverloren herplaatsing van zijn beeld noemt. De kunstenaar kan met een eventuele verhuizing naar Kudelstaart wel leven, maar in dat geval eist hij dat er onder het beeld een betonnen sokkel wordt aangebracht en dat het rondom wordt afgebiesd met een monumentale betonnen muur. Er nog even van afgezien dat een dergelijke omheining sommige huizen het uitzicht op de Westeinder Plassen ontneemt - je zult dat beeld maar voor je raam krijgen, als je gewend bent over een prachtig meer uit te kijken - overschrijden de bouwkosten de anderhalve ton. En dat is weer driemaal het totale budget dat Aalsmeer jaarlijks aan kunst pleegt uit te geven.

Het lijkt mij dat hier een gezamenlijke taak is weggelegd voor de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad. Steek Aalsmeer de helpende hand toe. Bouw dat muurtje en laat dat beeld een meter of wat in de grond verzinken. Als wij iets overhebben voor de kunst, mag dat best nog een ton extra kosten.

    • Max Pam