I.H. VAN EEGHEN 1913-1996; Koningin van de Amsterdamkunde

In Amsterdam, waaraan zij heel haar hart had verpand, is dinsdag Isabella Henriëtte van Eeghen overleden. Mejuffrouw dr. I.H. van Eeghen, die 83 jaar oud werd, was historica en oud-adjunct-stadsarchivaris van Amsterdam. Ruim een halve eeuw was zij betrokken bij het Gemeentearchief aan de Amsteldijk: bijna veertig jaar als chartermeester (oorkonden-beheerder) en adjunct-archivaris en na haar pensionering in 1978 nog geruime tijd op persoonlijke titel.

Mejuffrouw Van Eeghen, die als ongetrouwde vrouw beslist geen mevrouw wilde worden genoemd, kwam uit een bekende Amsterdamse doopsgezinde patriciërsfamilie. Vele jaren hebben de Van Eeghens, die een groot aantal culturele activiteiten voor de hoofdstad ondernamen, op het mooiste punt van Amsterdam gewoond: de Gouden Bocht van de Herengracht. Haar overgrootvader was president-commissaris van De Nederlandsche Bank en initiatiefnemer van het Vondelpark (1864), terwijl haar grootvader de kunstverzameling-Jan Luyken, nu in het Amsterdams Historisch Museum, bijeenbracht. Haar vader, Chr. P. van Eeghen, stond aan het hoofd van het handelshuis, annex effectenbank Van Eeghen & Co en was later directeur van de Nederlandsch-Indische Handelsbank.

Na een moeizame schooltijd en staatsexamen Gymnasium A ging Isabella Henriëtte van Eeghen, die in 1913 was geboren, geschiedenis studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 1941 promoveerde zij met een proefschrift over Amsterdamse vrouwenkloosters. In hetzelfde jaar trad zij in dienst bij het Gemeentearchief. Eerst als administratieve kracht, later als chartermeester en ten slotte als adjunct-archivaris. Hoofd van het archief heeft zij nooit willen worden, omdat zij niet met de bedrijfsmatige kant van de dienst van doen wilde hebben.

Juffrouw Van Eeghen heeft niet alleen duizenden, later vaak nogal moeilijk leesbare artikelen, voor het maandblad Amstelodamum geschreven. Ze publiceerde ook de vijfdelige Geschiedenis van de Amsterdamse Boekhandel en diverse studies over Rembrandt. Zij had een grote verzameling waaiers. Zozeer leidde zij een archief- en boekenleven dat zij naar haar zeggen nooit op reis wilde.

Tot haar bijzondere verdiensten wordt gerekend dat zij heel wat historici vertrouwd heeft gemaakt met de manier waarop men in archieven de weg kan vinden. Binnen het archief ging haar belangstelling vooral uit naar 16de- en 17de-eeuwse documenten, waaruit ze familieleven uit die tijden kon reconstrueren. Als geen ander was zij op de hoogte van familiebetrekkingen en familieschandalen in de Gouden Eeuw.

In archiefkringen werd juffrouw Van Eeghen wel de 'koningin van de Amsterdamkunde' genoemd. Talrijk zijn de anekdotes over haar ongewone manier van optreden, haar eigenzinnigheid en haar extreme zuinigheid die in de familiekring primair als 'soberheid' werd gezien. Legendarisch was hoe zij van haar woonhuis een pakhuis van papier en papiersnippers wist te maken en hoe zij plastic bekertjes uit het archief mee naar huis nam. Volgens de familiewoordvoerder was zij niet alleen bijzonder geestig, maar ook, “zoals wij allemaal”, heel scherp van tong.

In 1971 kreeg dr. Van Eeghen de zilveren penning van de stad Amsterdam voor haar werk voor het historisch genootschap Amstelodamum en in 1989 - bij gelegenheid van de tentoonstelling van de kunstverzameling Van Eeghen - de zilveren museummedaille van Amsterdam. Voor alles staat echter dat zij de verpersoonlijking was van het Amsterdamse Gemeentearchief, waar zij, tot voor twee jaar, nog vrijwel dagelijks aanwezig was.