Hoogstandje van verhaalkunst; De verworpenen der Ierse aarde

Frank McCourt: De as van mijn moeder. Een Ierse herinnering. Vert. Christien Jonkheer. Bert Bakker, 408 blz. ƒ 45,-

Geen lezer kan zeggen dat hij niet gewaarschuwd is. 'Als ik terugkijk op mijn jeugd, vraag ik me af hoe ik het eigenlijk heb overleefd', schrijft de 66-jarige ex-docent Frank McCourt al in de tweede alinea van zijn debuutroman De as van mijn moeder. 'Uiteraard was het een beroerde jeugd: aan een gelukkige jeugd valt geen eer te behalen. Erger dan de doorsnee ongelukkige jeugd is de ongelukkige Ierse jeugd, en de katholieke ongelukkige Ierse jeugd spant de kroon.'

Die beginpassage zet de toon van het boek, maar is ook misleidend. Ja, dit is de zoveelste autobiografische roman over een gruwelijke kindertijd in Ierland. Ja, de vader zuipt en de moeder kwezelt. De alomtegenwoordige roomse kerk is even repressief als schijnheilig. In het benepen Limerick waar Frank McCourt opgroeit tot hij op 19-jarige leeftijd naar de Verenigde Staten weet te ontkomen, regent het van nieuwjaar tot oudjaar. En als kinderen geen honger lijden, sterven ze aan tyfus of tbc.

Maar nee, dit is niet zomaar het stereotype verslag van een oude man die zo nodig zijn ellendige jongensjaren aan het papier moest toevertrouwen. Dit is het weergaloze verhaal van een overlevende die stem geeft aan een verloren Ierse generatie. De as van mijn moeder roept associaties op met De druiven der gramschap van Steinbeck. Een roman als aanklacht en schreeuw van woede over verworpenen der aarde in wie zich de geschiedenis voltrekt.

McCourt toont zich in zijn debuutroman een rasverteller. Met zijn directe, beeldende zinnen, in de tegenwoordige tijd geschreven, gunt hij zijn lezers geen distantie. Dit is geen boek voor zwakke magen. De stank van een plee waar elf goed katholieke gezinnen hun darmen legen is nog niet vervlogen, of de pus van ontstoken ogen beneemt de adem. De spanning van een gezin dat op vrijdagavond zit te wachten op de thuiskomst van de vader met zijn weekloon wordt voelbaar, net zoals de teleurstelling en vernedering van de kinderen als ze midden in de nacht door een dronken pa uit bed worden gehaald om te marcheren en te zingen en te beloven dat zij hun leven voor Ierland zullen geven. Soberheid en de - soms wrede - humor van de hopelozen behoeden het boek voor melodrama en goedkoop sentiment.

De enige troost die de moeder is gebleven, zijn haar incidentele Woodbines-sigaretten maar ook die gaan op in rook en as. Naar die vergankelijke troost verwijst de titel. Frank McCourt heeft geluk, want hij vindt troost in woorden. Als vierjarige kleuter vliegt hij al zijn broertje aan die aan een vriendje een verhaal vertelt. Mijn verhaal, vindt Frank, want zijn vader heeft het aan hem verteld. Kinderen en armoedzaaiers hebben niets te verliezen dan hun verhaal .

Later als hij drie maanden in het ziekenhuis ligt met tyfus, leest hij zijn ogen rood aan boeken. Hij ontdekt dat Shakespeare net 'als aardappelpuree' is, 'je krijgt er nooit genoeg van'. En dat 'je hoofd een paleis is', ook al 'vallen de kleren van je lijf'.

Een enkele keer als de honger niet is te stillen, weet hij zich zelfs te voeden met woorden. Hij pakt een krant waarin nog kort tevoren fish and chips waren gewikkeld. 'Ik lik de voorpagina die volstaat met advertenties voor films en dansavonden in de stad. Ik lik de koppen. Ik lik de grote aanvallen van Patton en Montgomery in Frankrijk en Duitsland. Ik lik de oorlog in de Stille Oceaan. Ik lik de rouwadvertenties en de droeve in-memoriamgedichten, de sportpagina's, de marktprijzen van eieren, boter en spek. Ik zuig op het papier tot er geen spoortje vet meer over is.' Het geschreven woord stelt hem ook in staat zijn bevrijdende overtocht naar de Verenigde Staten te verdienen. Als telegrambesteller en componist van venijnige dreigbrieven waarmee armlastige debiteuren worden achtervolgd.

McCourt heeft bijna een halve eeuw op zijn verhaal gekauwd en niets wijst nog op een onverteerd verleden. Zijn verhaal stijgt ver uit boven zijn persoonlijke geschiedenis. Het valt te bezien of hij nog ooit een andere roman zal schrijven maar dit hoogstandje van verhaalkunst ontneemt niemand hem meer.