Gastschrijvers

Het Nederlandse gastschrijverschap in het Amerikaanse Ann Arbor waar de Universiteit van Michigan gevestigd is, dreigt binnen een jaar te worden opgeheven.

Daphne Meijer die op 1 januari naar Amerika vertrekt, is waarschijnlijk de laatste Nederlandse auteur die de studenten uit de Midwest met de Nederlandse cultuur vertrouwd zal maken. Na haar moet, als alles doorgaat, het stil worden in Michigan. De vakgroep Duits waaronder de Nederlandse 'writer in residence' valt, heeft haar financiële bijdrage aan het programma teruggetrokken, wat het einde inluidt van een inmiddels veertien jaar oud instituut. De kosten van het gastschrijverschap worden traditioneel door Nederland en Amerika gedeeld, en ook al zou Nederland voortaan honderd procent willen betalen, dan nog zal de deur voor Nederlandse schrijvers dicht blijven. Zonder steun van de Amerikanen is een Nederlands gastschrijverschap kansloos.

Het is niet de enige klap die de Nederlandse literatuur in Amerika te wachten staat. Tegelijk met het gastschrijverschap wordt in Michigan ook de post van de docent Nederlands opgeheven. De Taalunie die dit lectoraat sinds 1972 mede financierde, heeft besloten geen langer lopende aanstellingen in het buitenland meer te ondersteunen. Tom Broos, de huidige lecturer in Ann Arbor: “De Taalunie wil alleen nog maar korte startprojecten financieren, waar ik het uiteraard niet mee eens ben.” De afgelopen jaren gaf Broos in Michigan colleges Nederlandse Taal en Literatuur. Elk jaar had hij een stuk of twintig studenten. Daarnaast geeft hij elke winter een 'cursus Anne Frank', waarvoor de belangstelling nog groter is. Zijn colleges, zegt hij, trekken vooral studenten die de Nederlandse taal naast hun studie kunstgeschiedenis of literatuur willen leren. Een enkele keer heeft hij ook iemand die zich tot vertaler uit het Nederlands zou kunnen ontwikkelen. “Ik heb nu één student die met veel enthousiasme de Max Havelaar leest en Couperus. Uit hem zie ik nog wel eens een goede vertaler groeien.”

Het Nederlands gastschrijverschap in Ann Arbor werd ingesteld in 1981. Sindsdien werd het onder anderen vervuld door Martin Brill, Herman Stevens, Graa Boomsma, Renate Dorrestein en Thomas Rosenboom. Zij doceerden Nederlandse literatuur en gaven workshops creatief schrijven. Aanvankelijk verbleven de Nederlanders een jaar in Amerika, zodat ze de kans kregen aan het Amerikaanse onderwijssysteem te wennen. Drie jaar geleden werden de aanstellingen echter ingekrompen tot één semester in de twee jaar. Volgens Herman Stevens die na afloop van zijn gastschrijverschap in Amerika is blijven wonen was dit het begin van het einde. “Het maakte het instituut bijna onzichtbaar voor studenten.” Daarbij had de universiteit de pech dat de door Nederland uitgezonden gastschrijvers niet altijd even goed vielen in Amerika. De universiteit zou zich in toenemende mate zijn gaan afvragen waarom men altijd zulke kneuzen uit ons land kreeg toegeschoven.

De verklaring voor dit probleem zou zijn dat meest geschikte kandidaten nooit naar Amerika wilden. Het honorarium in Ann Arbor is aan de lage kant, ongeveer 3000 dollar in de maand, met het gevolg dat alleen beginnende schrijvers zonder gezin de reis aandurfden. Daar komt nog bij dat het Literair Produktiefonds uitgaat van een rouleer-systeem. Omdat zoveel mogelijk schrijvers van de regeling moeten kunnen profiteren, mag niemand langer dan vier maanden in Amerika blijven. Zodra iemand enige routine heeft gekregen moet hij terug.

In Ann Arbor heeft dat systeem het afgelopen jaar tot onverkwikkelijke taferelen geleid. De universiteit had van het Produktiefonds een lijst met beschikbare schrijvers gekregen en daarop de schrijfster Astrid Roemer ontdekt. Dat was een naam die men kende. Roemer had al eens een gastcollege gegeven en men dacht dat zij de studenten zou kunnen aanspreken. Toen alles in kannen en kruiken leek, stak het Produktiefonds daar echter op het laatste moment een stokje voor. Roemer, zo was de boodschap, had al eens eerder in Amerika gedoceerd en mocht daarom niet weg.

Coördinator Tom Broos van het schrijversprogramma: “Dat was heel erg kinderachtig. Roemer stond op de lijst met schrijvers waaruit we konden kiezen, maar toen ze eenmaal gekozen was, mocht ze niet meer. Waarom staat ze dan op zo'n lijst? Ik begrijp niet wat voor politiek het Produktiefonds hierin voert. Astrid Roemer zou hier veel studenten hebben getrokken en ook mijn voorzitter was er erg voor dat ze kwam. Ik begrijp niets van die regels.” Volgens Broos worden de voorschriften ook niet altijd even strak gehanteerd. “Stephan Sanders die eerst in Minnesota heeft gezeten mag van het Produktiefonds nu wel naar Iowa. Dat is meten met twee maten.” Volgens de coördinator is het conflict over Roemer nu op een regelrechtige loopgravenoorlog uitgelopen die tot het opheffen van het gastschrijverschap heeft geleid. “Het Produktiefonds, zoals wij dat zeggen, won the battle but lost the war.”

De schrijver Herman Stevens, die de situatie in Ann Arbor de laatste jaren heeft gevolgd, verwijt het Produktiefonds veel te laks te hebben gereageerd op de troebelen rond het gastschrijverschap. Op dit moment wordt weliswaar nog gekeken of er mogelijkheden zijn om het baantje bij de vakgroep Engels onder te brengen, maar dit lijkt gedoemd te mislukken. Stevens: “Kijken kost niks, maar ik ken toevallig de directeur van dat Engelse programma, en de kansen dat hij op zo'n verzoek ingaat, schat ik, ruim genomen, op een half procent. Zijn taak is om studenten hun 'masters of fine arts' te laten halen en ze vervolgens aan net zo'n baantje te helpen.”

Volgens Stevens is een van de grootste problemen de afgelopen jaren geweest om Nederlandse schrijvers op universitair niveau in het Engels les te laten geven. “Vijftien jaar geleden zat Sybren Polet nog maar net in Texas of hij stuurde al een noodkreet naar Amsterdam. Niemand in Texas sprak Nederlands! De gemiddelde Nederlandse schrijver hanteert in het begin een Engels dat hem intellectueel in de buurt van een Amerikaanse freshman brengt.” Stevens gelooft dat sommige gastschrijvers zich in hun onkunde hebben overgegeven aan een 'stamelende arrogantie', die de Amerikaanse studenten desondanks nog vriendelijk hebben aangehoord. De schrijver Robert Vernooy die het gastschrijverschap in 1994 vervulde zou wat dat betreft een dieptepunt zijn geweest. Stevens die zelf verschillende colleges van Vernooy heeft bijgewoond, had sterk de indruk dat de Amerikanen helemaal niets van zijn verhalen begrepen.

Het Literair Produktiefonds laat weten vast te willen houden aan het rouleersysteem. Directeur Rudi Wester: “We hebben zoveel kandidaten voor het gastschrijverschap dat het logisch is om steeds andere schrijvers te sturen.” Op het verwijt uit Michigan dat Stephan Sanders wel twee keer is uitgezonden, zegt ze dat dit 'een totaal ander geval' is: “In Iowa doet Sanders mee aan een programma dat niets met universiteiten te maken heeft. Dat wordt ook anders gefinancierd.” Wester heeft goede hoop dat het gastschrijverschap in Ann Arbor toch nog op een of andere manier wordt voortgezet. “De universiteit is op dit moment erg coöperatief om een andere oplossing te vinden.”

    • Reinjan Mulder