Franse eis brengt NAVO in impasse

BRUSSEL. Het zag er zo hoopvol uit deze zomer in Berlijn. De NAVO-ministers hadden een communiqué afgescheiden waarin een vergezicht werd geopend op volledige Franse herintegratie in de militaire structuur van het Atlantisch Pact in ruil voor versterking van de Europese inbreng. Al dat moois is nu weer onzeker geworden.

Afgelopen week slaagden de stafchefs van de aangesloten landen, in Brussel bijeen, er niet in eensgezindheid te bereiken over de modaliteiten van de reorganisatie. Breekpunt: de Franse eis het in Napels gevestigde zuidelijke NAVO-commando over te nemen van de Amerikanen. De impasse zal, zo wordt verwacht, tijdens de ministersconferentie van volgende maand niet worden doorbroken.

Van oudsher is CINCSOUTH, bevelhebber geallieerde strijdkrachten in Zuid-Europa, een Amerikaan. (Onder hem valt, in zijn capaciteit van Amerikaans opperofficier, de Zesde Vloot, met verantwoordelijkheid voor het hele mediterrane gebied, inclusief het Midden-Oosten.)

De Amerikanen denken er niet over deze plaats af te staan aan een Europeaan. De eerste reden voor dit standpunt is militair, de tweede politiek van aard. De snelste manier om de populariteit van de NAVO in het Congres en bij de Amerikaanse kiezer tot het nulpunt te doen dalen is om een zo essentieel commando aan een niet-Amerikaan over te dragen. IFOR, de vredesmacht in Bosnië, zou geen enkele Amerikaanse soldaat toebedeeld hebben gekregen, als CINCSOUTH in de persoon van admiraal Smith niet de commandant was geweest. Hetzelfde geldt voor opvolger SFOR.

Frankrijk van zijn kant is niet onder de indruk van de Amerikaanse argumenten. Als er ernst moet worden gemaakt met de Europese pilaar onder het Atlantische dak - een omschrijving die stamt uit de vroege jaren zestig - zal dat zichtbaar moeten worden gemaakt in de feitelijke bevelvoering. CINCSOUTH, meent Parijs, valt logischerwijs een Europeaan toe, in eerste instantie een Fransman. Een compromis lijkt niet voorhanden, zelfs niet na de sussende woorden van de Franse minister van Defensie, Millon, eerder vorige week.

Niet zonder betekenis is wat de andere Europese NAVO-partners van de controverse vinden. In het algemeen zijn zij voor een ruimere Europese inbreng, sommigen - de Duitse minister van Defensie, Volker Rühe, wordt genoemd - zouden de Franse claim op Napels steunen.

Maar de Amerikanen zeggen te worden benaderd met het dringende verzoek de Fransen niet te geven waarvan de verzoeker meent dat het hem toekomt. Washington staat in deze kwestie niet tegenover een gesloten Europees front.

Amerikaanse woordvoerders wijzen erop dat als Frankrijk voet bij stuk houdt, er geen akkoord komt over NAVO's herstructurering. “It is as simple as that.”

Maar tegelijk zoeken de Amerikanen naar alternatieven. Veel gewicht zeggen zij te hechten aan het feit dat er binnen de NAVO meer Europese officieren in de rang van generaal zijn dan Amerikaanse en er zouden nog wel meer mogen komen om de Europese inbreng zichtbaarder te maken. Het aantal hoofdkwartieren wordt drastisch beperkt. De resterende hoofdkwartieren worden verdeeld in Strategische en Regionale Commando's waardoor, op het tweede plan, ruimte ontstaat voor Europese bevelvoering.

Een essentieel onderdeel van de nieuwe opzet zijn de CJFT's (Combined Joint Task Forces), commando's en troepen die als snel inzetbare strijdkrachten ook kunnen worden gebruikt voor vredesopdrachten. De Fransen hebben voorgesteld die eenheden via een rechtstreekse bevelslijn te verbinden met het politieke gezag binnen de NAVO teneinde de Europese invloed ook tijdens een operatie te versterken.

Amerikaanse woordvoerders verklaren dat dit voorstel niet voor overleg in aanmerking komt. De geïntegreerde commandostructuur van de NAVO moet volgens hen intact blijven. Bovendien zou de politieke controle door de ministerraad zijn gewaarborgd. Maar Parijs meent dat in Bosnië dat niet altijd het geval is geweest.

Een bijzonder probleem zou - als de blokkade over CINCSOUTH niet wordt opgeheven - kunnen ontstaan voor de WEU, de West-Europese Unie, volgens het Verdrag van Maastricht de toekomstige kern van een Europese veiligheids- en defensie-identiteit binnen de Europese Unie.

In de Berlijnse afspraken is voorzien dat ook de WEU over een CJFT zou kunnen beschikken als de Amerikanen besluiten niet deel te nemen aan een bepaalde actie, maar geen bezwaar hebben dat de NAVO die ondersteunt.

In zo'n geval zullen de Amerikaanse officieren in de betreffende Task Force hun taken blijven vervullen. De eenheid zal onder het bevel staan van de plaatsvervanger (een Europeaan) van SACEUR (geallieerd opperbevelhebber Europa). Die opperbevelhebber, een Amerikaan, zal als ondersteuning fungeren, wat betekent dat de CJFT onder WEU-bevel over NAVO-faciliteiten blijft beschikken.

Maar wat zal de invloed zijn op dit project van een voortdurende impasse over de herstructurering van de NAVO? Een Amerikaanse woordvoerder noemt in een eerste reactie op deze vraag het geheel van de herstructurering een “package deal”: er kunnen geen onderdelen uit worden losgemaakt. Vervolgens zegt hij dat er een antwoord moet worden gevonden, dat daarover moet worden nagedacht en dat nog steeds wordt gehoopt een oplossing te vinden.

De stand van zaken getuigt van Amerikaanse souplesse. De Amerikaanse bereidheid, in Berlijn tot uiting gebracht, om desgewenst een min of meer onafhankelijk Europees militair optreden mogelijk te maken, is serieus. Over planningsfaciliteiten, gespecialiseerde mankracht, transport, verbindingen en inlichtingen kan de WEU in voorkomende gevallen beschikken. Ook binnen de NAVO-structuur zelf moet de Europese stem nadrukkelijker klinken. De herstructurering zal daarin voorzien. Europese voorstellen zijn welkom.

Met hun claim op Napels tonen de Fransen zich overtuigd de eerste militaire verantwoordelijkheid binnen de NAVO voor een strategisch zeer gevoelig spanningsgebied als de Méditerranée te kunnen dragen. Hoe zij zich een en ander in de praktijk voorstellen is onduidelijk.

Dat anderen twijfels hebben over het Franse vermogen laat zich raden. Zij hadden zich de terugkeer van Frankrijk in de militaire structuur van de NAVO anders voorgesteld: niet als, opnieuw, een uitdaging voor de Amerikanen die nog altijd zijn wat een Amerikaanse senator eens “the basic underwriter” van het Atlantische veiligheidssysteem noemde.

In hoeverre de Fransen het hiermee eens of oneens zijn, wordt na 'Napels' weer een intrigerende vraag. Evenals wat hun houding uiteindelijk betekent voor Europa's eigen veiligheid.

    • J.H. Sampiemon