Fokkers faillissement duurste uit onze geschiedenis

ROTTERDAM, 29 NOV. Fokker is een debacle, een record en voorafgegaan door twee jubilea. Het faillissement van Fokker is het duurste bankroet uit de Nederlandse geschiedenis: de inzet van vier curatoren plus een staf van medewerkers heeft het vorige record (2,5 miljoen gulden bij RSV) al ver overtroffen. En dat in het jaar dat de faillissementswet 100 jaar bestaat en de vereniging van professionele faillissementsadvocaten (Insolad) zijn eerste lustrum viert.

De ondergang van Fokker heeft de actieradius van curatoren verder verruimd. Vroeger was de curator de man (of vrouw) die in het belang van de schuldeisers de boedel te gelde maakte en de opbrengst verdeelde onder de crediteuren, zoals werknemers, leveranciers en belastingdienst. In het begin van de jaren tachtig, toen de economie een langdurige neergang beleefde en faillissementen aan de orde van de dag waren, kwam de ondernemende curator ten tonele.

Hij moest zich nog steeds houden aan zijn wettelijke plicht tegenover de schuldeisers, maar wierp zich ook op als behartiger van een maatschappijlijk belang. Behoud van werkgelegenheid sloop binnen als taak van een curator. Grote faillissementen als Van Gelder Papier en het conglomeraat Ogem baarden vele nieuwe bedrijven: dochterondernemingen die dankzij ingrijpen van de curator en steun van financiers op eigen benen konden staan.

Deze trend is de afgelopen jaren doorgetrokken, met als hoogtepunten onder meer chartermaatschappij Air Holland, dat na een bankroet in handen van een nieuwe eigenaar overging, en op veel grotere schaal, vrachtwagenfabrikant DAF. Na weken intensief onderhandelen konden de curatoren van DAF de fabrikant wederoprichten, al ging dat gepaard met het ontslag (zonder sociaal plan) van de helft van de 5.000 werknemers. “De curator, een octopus?” was de titel van het eerste lustrumcongres van de vereniging van professionele faillissementsadvocaten.

In het bankroet van Fokker zijn de curatoren niet meer ondernemend, zij zijn echte ondernemers geworden. De afgelopen tien maanden stonden zij in feite aan het hoofd van een vliegtuigbouwer die niet alleen bestaande orders afrondde, maar ook nieuwe orders in de wacht sleepte. Een van de curatoren onthulde enkele maanden geleden op een congres dat zij net als reguliere ondernemers ook een aparte verzekeringspolis hadden genomen tegen schadeclaims die kunnen voortvloeien uit de aansprakelijkheid van bestuurders van bedrijven.

“De curatoren zijn er in feite als ondernemer ingerold”, zegt een expert. Hij schetst een proces van rappe professionalisering van het curatorenberoep. Wat twintig jaar geleden nog iets voor beginnende advocaten was, staat nu aan de top van de professie. De faillissemenstwet biedt de curatoren de mogelijkheden om hun actieradius steeds meer te verruimen, al staan zij wel onder enig toezicht. Een rechter-commissaris moet elke belangrijke beslissing goedkeuren.

Of de 100 jaar oude wetgeving voor surséance en faillissementswetgeving nog voldoet is al lang geen vraag meer. Op de ministeries van justitie, sociale zaken en economische zaken hebben de rapporten en adviezen voor nieuwe wetgeving zich de afgelopen vijftien jaar opgestapeld. Veel politieke druk zit er echter niet achter, al wordt nog steeds aan nieuwe wetgeving gewerkt. De economie groeit stevig, er is geen golf van faillissementen die de werkgelegenheid bedreigt.