Fokker gaat ter ziele terwijl markt opleeft

ROTTERDAM, 29 NOV. Fokkers jammerlijk mislukte doorstart via een overname door Samsung komt uitgerekend nu de marktvooruitzichten voor Fokkers produkten, en met name voor de 'zeventigzitter' F-70, verbeteren. Zoals bekend bezweek het oude Fokker begin dit jaar onder een loodzware schuldenlast, die inmiddels door het faillissement is verdampt, en beslist niet door gebrek aan orders. Vooral de F-70 trok in Fokkers laatste levensjaar, 1995, de interesse van veel luchtvaartmaatschappijen.

Het is daarom niet verbazingwekkend dat er eerder dit jaar, direct na Fokkers bankroet, kapers op de kust verschenen. Zo liet het Canadese Bombardier weten plannen te ontwikkelen om zijn nieuwe Canadair Regional Jet voor vijftig passagiers te vergroten tot een zeventigzitter. Bovendien zei Bombardier ook nog de bouw van een Dash-8-400 turboprop voor zeventig passagiers te overwegen.

Kort daarop kondigde topman Henri-Paul Puel van Air Regional International (AIR) - waarin het Franse Aérospatiale, British Aerospace en het Italiaanse Alenia in de sector regionale vliegtuigbouw samenwerken - een nieuwe AIR-jet voor zeventig passagiers aan. Tot woede overigens van de Britse partner die nu zijn eigen RJ-jets voor zeventig tot honderd passagiers via AIR op de markt brengt en vreesde dat Puels abrupte aankondiging van een AIR-70 de waarde van z'n huidige RJ-produkten zou verminderen.

Wat maakte wijlen Fokkers marktpositie temidden van al deze ontwikkelingen weer interessant? Allereerst zijn de aangekondigde zeventigzitters van Bombardier en AIR, als ze er al komen, niet voor begin volgende eeuw op de markt te verwachten. Hetzelfde geldt voor de AE-100 voor honderd passagiers die het Europese AIR-consortium met het Chinese Avic gaat bouwen. Bovendien eisen de Chinezen nu dat deze AE-100 onder verantwoordelijkheid van het grote Airbus wordt gebouwd. Dit betekent dat het Frans-Brits-Italiaanse AIR onder de vleugels moet worden gebracht van het Frans-Brits-Duits-Spaanse Airbus - wat best zal lukken, maar tijd kost. En dat zou Fokkers marktkansen de komende vier tot vijf jaar alleen maar beter hebben gemaakt.

Opvallend genoeg zit het ook enkele andere concurrenten van Fokker niet mee. Zo wacht McDonnell Douglas' MD-95 honderdzitter nog steeds op de eerste serieuze klant. Vorig jaar was de maatschappij ValuJet met een order voor honderd stuks de eerste 'lanceer-klant' van dit toestel. Maar nadat begin dit jaar een toestel van ValuJet boven Florida uit de lucht viel, kreeg de maatschappij van de Amerikaanse autoriteiten een gedeeltelijk vliegverbod.

Pikant is trouwens dat de Koreaanse bedrijven Korean Air en Hyundai Space & Aircraft al enige tijd bij de bouw van die MD-95 willen worden betrokken als leveranciers van respectievelijk neus en vleugelstukken. Hun belangstelling voor samenwerking met of zelfs overname van McDonnell Douglas' kwijnende civiele vliegtuigbouw kan een oorzaak zijn geweest van het failliet van de door Samsung geleide 'brede' Koreaanse overname van Fokker.

Ook de concurrentie voor Fokker uit de Indonesische hoek was wat vervaagd. Het Indonesische staatsvliegtuigbouwbedrijf IPTN dat sinds vorig jaar een N-250 turboprop voor zestig passagiers laat vliegen en zojuist is begonnen met de ontwikkeling van een N-2130 jet voor honderd passagiers heeft namelijk de grootste moeite z'n produkten buiten Indonesië gecertificeerd (goedgekeurd) te krijgen. IPTN hoopt dat te ondervangen door in Amerika en later ook in Duitsland produktiefaciliteiten op te zetten. Ook dat zal veel tijd en geld kosten, wat voor Fokker voordelig was geweest.

Dit alles zou hebben betekend dat een doorstartend Fokker de komende vier à vijf jaar hoofdzakelijk te maken had gekregen met de concurrentie van de Regionale Jets (RJ's) van British Aerospace (BAe) die via AIR worden verkocht. Nu is de RJ-jet - zeker na de recente order voor 36 van die toestellen door Northwest Airlines - voor een aantal jaren uitverkocht. BAe's commerciële vliegtuigbouw, die begin jaren negentig op het nippertje aan het bankroet ontsnapte door net op tijd scherp te saneren, hield daarom z'n jaarproduktie tot nut toe angstvallig op achttien toestellen. Daarvoor kunnen immers aan goede klanten goede prijzen worden gevraagd. Maar nu het er naar uitziet dat Fokker echt ter ziele gaat, hebben de Britten weinig reden meer hun RJ-produktie niet uit te breiden. “Wij hebben daarover nog geen besluit genomen”, zei een BAe-zegsman vanmorgen desgevraagd, “maar wij houden alle opties open.”

    • Ferry Versteeg