Fictie wordt even realiteit in licht en toch diepzinnig werk

The Turner Prize. Tate Gallery, Londen. T/m 11 jan. Open: ma t/m za 10-17u50, zo 14-17u50.

Is het mogelijk een kunstwerk om verkeerde redenen te waarderen? Het is verleidelijk deze vraag met nee te beantwoorden - een goed kunstwerk laat immers vele interpretaties toe; moet zelfs veel interpretaties toelaten om goed te kunnen zijn, het moet gelaagd zijn, zoals het in modern jargon heet. Dit dogma verhoudt zich vaak moeizaam tot een ander geloofsartikel van de beeldende kunst: de fictie dat die voor zichzelf spreekt.

Zo is het bijvoorbeeld voorstelbaar dat een bezoeker van de expositie van de vier voor de Turner Prize genomineerde kunstenaars in de Londense Tate Gallery valt voor de glimmende kleuren op de verdoezelde portretten van personages uit vooral de populaire cultuur van Gary Hume, de tot gisteren gedoodverfde winnaar. Als deze bezoeker vervolgens het vouwblad leest, blijkt het de kunstenaar daar helemaal niet om te doen te zijn: Hume noemt zich zelfs een 'beauty terrorist'. Ook vindt de schilder het verschrikkelijk dat 'wij' decoraties mooi kunnen vinden (al vindt hij dat aan de andere kant ook weer heerlijk). Hume maakt schilderijen voor ingewijden, voor mensen die als ze een barbiepop in een museum zien staan nooit zullen denken dat de kunstenaar die daar uit waardering alleen heeft neergezet. Dat is geen verwijt aan de kunstenaar - ik vind zijn werk pijnlijk mooi. Het is een feit dat van de Turner Prize tentoonstelling een interessante tentoonstelling maakt, ook al is er minder spectaculair werk te zien dan in voorgaande jaren. De tentoonstelling is een van de best bezochte exposities voor hedendaagse kunst in Groot-Brittannië.

Eenduidiger dan de schilderijen van Hume zijn op het eerste gezicht de filmwerken van winnaar Douglas Gordon. Gordon, net als Hume ook in de Nederlandse kunstwereld geen onbekende - hij werd onder andere genomineerd voor zijn solo in het Eindhovense Van Abbemuseum - toont onder meer A Divided Self, een videowerk in twee delen waarop een harige arm met een kale arm vecht. Op de ene video ligt de kale arm onder, op de andere de harige. Een verschil voor de beleving van het werk: als de kale arm onder ligt, voel je medelijden, met de harige onder hoop je op rebellie. Ook hier moet je iets weten: dat het Gordons armen zijn, hij schoor er een.

Op een ander werk tracht Gordon door middel van een semantische truc de tegenstellingen die op de video met elkaar in gevecht zijn op te heffen. Op een muur bracht hij met plakletters zinnetjes aan als 'fiction is reality, I am you, shit is food, desire is fulfillment'. En waarlijk, even lukt het om al die dingen in elkaar te laten veranderen, om dan weer extra sterk het tegendeel te beseffen. Gordon kreeg op deze tentoonstelling, waarin hij ook nog in slow motion dr. Jekyll in mr. Hyde laat veranderen, de kritiek dat zijn werk niet 'gelaagd' genoeg is, te plat. Maar het is evengoed voorstelbaar dat hij dat expres doet: misschien wil hij wel uitvinden hoe simpel een kunstwerk kan zijn om toch nog voor diepzinnig te kunnen doorgaan. Gordons werk is licht, vederlicht soms, en amuseert en emotioneert meteen, maar verwaait meestal niet als je er aan terug denkt.

Saaier dan Gordon en Hume is het werk van de overige twee genomineerden. Craigie Horsfield is de oudste en de ouderwetste deelnemer. Hij toont fraaie, ouderwets zilvergrijs gedrukte foto's van mensen en straten in Barcelona. Blijkens het vouwblad zijn de foto's het resultaat van langdurige samenwerking tussen allerlei groepen mensen in de Spaanse stad en moeten ze de wisselwerking tussen mensen en gemeenschappen laten zien. Horsfields woorden klinken te hoogdravend voor zijn ingetogen foto's. Simon Patterson ten slotte is uit op verwarring maar oogst vooral de milde glimlach der herkenning. Op drie zeilbootzeilen bracht hij de namen van drie schrijvers aan: Raymond Chandler, Currer Bell en Laurence Sterne. Wie eenmaal doorheeft dat deze namen in het Engels scheepstermen zijn, zal tevreden zijn. Het raadsel is opgelost. Voor even.