'Emily' doet drama koningshuis recht

Voorstelling: Emily, of het geheim van Huis ten Bosch van Ger Beukenkamp, Dick van den Heuvel, Mark Walraven door Toetssteen. Regie: Ger Beukenkamp. Decor/kostuums: Menno Jonker. Spel: Ineke Veenhoven, JanAd Adolfsen, Haiko van der Pol e.a. Gezien: 28/11, De Engelenbak, Amsterdam. Aldaar t/m 14/12. Alle voorstellingen uitverkocht. Inl. voor tournee: 020-6266866.

Ineke Veenhoven, de actrice die koningin Beatrix speelt in Emily, of het geheim van Huis ten Bosch, maakt de vraag of het stuk de indruk wekt op 'ware feiten' gebaseerd te zijn direct tot een mineure kwestie. Natuurlijk is de werkelijkheid haar voorbeeld en natuurlijk stileert ze de werkelijkheid tegelijkertijd. Veenhoven is iets te slank voor haar rol en haar kapsel is net niet stijf genoeg, maar haar glimlach houdt precies het juiste midden tussen dwingelandij en charme, de handen houden het origineel getrouw voortdurend contact met elkaar, de schouders draaien steeds keurig mee met het ietwat schuin gehouden hoofd en haar felgekleurde garderobe grenst onvermijdelijk aan het cabareteske. Veenhoven maakt een verkleedzolderdroom werkelijkheid.

Figuren van wie we slechts het uiterlijk kennen, krijgen menselijke eigenschappen, de herkenning maakt korte metten met de glans van het mysterie. Dat verdiept het inzicht in de uitzonderlijke mensensoort die een koningshuis herbergt: gewoon als ze zijn, zijn ze allesbehalve gewoon. Ze zijn slachtoffer van een dilemma dat ze zelf koste wat het kost in stand houden. Emily is ontsproten aan de fantasie van de makers, maar veel fantasie is er niet voor nodig om zich de zorgen van Beatrix over de toekomstige en noodzakelijke kouwe kant van de familie te kunnen voorstellen.

De verdienste van schrijvers Ger Beukenkamp, Dick van den Heuvel en Mark Walraven is, dat zij met veel gevoel voor humor en theatraliteit, dat unieke drama recht doen. Huis-, tuin- en keukenpraat wordt op kundige en onderhoudende wijze vermengd met staatsrechtelijk besef - geen andere dochter dan Beatrix zal in alle ernst aan haar dwarsliggende vader vragen: “Wie moet ik dan om raad vragen, de minister-president?”

Van die vader, uitstekend gespeeld door JanAd Adolfsen, is overigens werk gemaakt. Je begrijpt precies hoe hij zich heeft kunnen handhaven in de dynastie: met veel onverschilligheid, een tikje grofheid en goed-getimed cynisme. “Ik ben in Nederland volstrekt onaantastbaar geworden” bijt hij de ongewenste Emily toe: “Ik kan mij alles permitteren, dat heeft lang geduurd, nu is het zover.”

Het is even spannend als ontroerend als kostelijk, dit stuk, al vind ik de intermezzi die de schrijvers inruimen voor de historische Oranjes - van stadhouder Willem III tot en met Wilhelmina - overbodig. Het is wel duidelijk dat vorstelijke huwelijken vroeger politieke allianties waren en nu niet meer en dat daar de schoen wringt.

De slotwoorden van Beatrix die de verloving met Emily (of hoe ze straks heten mag) aankondigt, voldoen ruimschoots. “Mijn zoon, waarom heb je mij verlaten?” vraagt ze testamentisch. Ze maken duidelijk dat zij waarschijnlijk de laatste monarch is die haar taak opvat als een goddelijke roeping. En dat die benadering even wereldvreemd als noodzakelijk is.