De Leeuw onthult Monet bij afscheid

Sir Lawrence Alma-Tadema. Tot 2 maart. Geopend: ma. t/m zo. 10-17 uur. Catalogus: ƒ 59,50.

AMSTERDAM, 29 NOV. Dankzij het afscheid van Ronald de Leeuw, die vanaf maandag Henk van Os opvolgt als algemeen directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, heeft het naburige Van Gogh Museum gisteravond een schilderij van de Franse impressionist Claude Monet (1840-1926) aan zijn collectie kunnen toevoegen. Het is de enige, pre-impressionistische Monet in bezit van een Nederlands museum.

Tijdens een feestelijke ontvangst schoof de scheidende directeur het enorme blauwe gordijn opzij, waarachter zich een net zo enorm doek leek schuil te houden. Dat formaat viel nogal tegen. De ongedateerde maar gesigneerde aanwinst, afkomstig uit een privé-collectie, is een kustlandschap en meet 53 bij 80 centimeter. “Een prachtige Monet en een grote beloning”, aldus De Leeuw. Het toeval wil, zo ging hij verder, dat zijn Britse opvolger, John Leighton, als conservator van de National Gallery in Londen ook net zo'n vroeg werk van dezelfde schilder had aangekocht; “weliswaar duurder, maar mooier.” Desondanks acht het museum dit doek (1864), afkomstig uit een privé-collectie en voor een onbekend bedrag aangekocht, de kroon op de serie negentiende-eeuwse, Franse landschappen en kuststroken van onder anderen Camille Corot en Johan Barthold Jongkind, die het de laatste tijd heeft verworven.

Monet geeft de toeschouwer een blik op een blauw-groenige zee, die zich glad uitstrekt achter een v-vormige voorgrond van planten, struiken en een 'wildgroei' van zomerbomen. Op zijn palet mengde hij vele groenen - van fris lentegroen tot het diepe bruingroen dat de bladmassa's in zich dragen. Tussen de plantenstengels kruipt het oker van de zanderige aarde.

In zijn dankwoord dat volgde op vele loftuitingen over de 'gouden jaren' in aankoop- en tentoonstellingsbeleid van het Van Gogh Museum, pleitte De Leeuw voor een meer nauwkeurige afbakening van museale collecties. Als voorbeeld noemde hij de National Gallery en de Tate Gallery in Londen, waar nu de een nadrukkelijk de negentiende eeuw en de ander de twintigste eeuw voor zijn rekening neemt. Of dergelijke ferme afspraken zich ook hier in praktijk laten brengen, lijkt vooralsnog twijfelachtig. Menig museum zit graag als een bok op de haverkist. De Leeuw herinnerde nog aan het omstreden bestaansrecht waar het Van Gogh Museum elf jaar geleden bij zijn indiensttreding mee worstelde: “Een mausoleum met een te smalle basis om te overleven.” Door steeds verrassende tentoonstellingen te presenteren, zoals over Redon, Puvis de Chavannes en 19de-eeuwse omlijstingen, is dat imago volstrekt verdwenen. Zo'n 950.000 mensen weten jaarlijks het museum te vinden en volgens de nieuwe directeur Leighton houdt ook Londen de Amsterdamse tentoonstellingsavonturen scherp in de gaten.

Zo'n nieuwe, avontuurlijke tentoonstelling, die gisteren op de valreep gereed kwam, heet Sir Lawrence Alma-Tadema (1836-1912). Een verguisde Victoriaan, die eens triomfen vierde met fantasieën over het veelal decadente leven in de klassieke oudheid. Roem is niet vergankelijk, maar wispelturig, aldus de Leeuw gisteren. Tadema mag weer in volle glorie bekeken, ja, zelfs bewonderd worden.

    • Marianne Vermeijden