De laatste (?) 'Ronde van Witteman'

'In elk geval voorlopig de laatste 'Ronde''', zei presentator Paul Witteman gisteravond aan het begin van de uitzending van De ronde van Witteman. Het klonk als een definitief afscheid, temeer daar hij besloten had in deze afsluitende uitzending met een aantal gasten van de afgelopen vier tv-seizoenen terug te blikken op hun ervaringen.

Witteman gaat iets heel anders doen: vanaf 4 januari 1997 zal hij met Marcel van Dam voor de VARA op zaterdagavond een wekelijkse live-uitzending maken, getiteld Het Lagerhuis, waarin over actuele kwesties wordt gedebatteerd.

Als dit de laatste aflevering van 'De ronde' was, mag wel even worden opgemerkt dat daarmee het doek is gevallen voor een van de beste programma's van de Nederlandse tv. Wim de Bie zal dat niet met mij eens zijn - die deed onlangs in Vrij Nederland een felle uitval naar dit programma dat hij te sentimenteel vond - maar ik moet bekennen dat ik er altijd geboeid naar heb gekeken. Ik weet wel wat De Bie bedoelt, er zijn enkele uitzendingen geweest waarin de emoties topzwaar werden, maar in vier tv-seizoenen mag er ook wel eens iets fout gaan.

Over het geheel genomen was Witteman juist een presentator die goed maat wist te houden, en niet met onbeschofte directheid door de porseleinkast van andermans gevoelens raasde. Vergelijk het eens met de ondraaglijke trash die de Amerikaanse talkshows ons via de commerciële omroepen voorzetten.

Witteman bracht 'emotie-tv' met authentieke emoties, voortkomend uit schrijnende, soms aan het ongelofelijke grenzende levenservaringen. Het ging meestal om indrukwekkende, goed uitgezochte case-story's die bijvoorbeeld ook voor een serie in de schrijvende pers heel geschikt zouden zijn geweest. Daarom was 'De ronde' voor mij altijd óók een informatief-journalistiek programma. Journalistiek hoeft niet alleen over de harde feiten uit de politiek en de economie te gaan.

Laat ik het met een voorbeeld toelichten. In deze laatste aflevering zat ook de Groningse vrouw, wier leven al jarenlang door een haar achtervolgende gek wordt geruïneerd. Ik kon me haar nog goed herinneren van die eerste, huiveringwekkende uitzending uit 1994. Het was voor het eerst dat ik van het verschijnsel hoorde.

Je wist dat beroemde mensen er wel eens last van hadden - John Lennon zal dit als een understatement beschouwen -, maar het kwam niet bij je op dat ook een anonieme burger ermee te maken kon krijgen: een malloot die zich inbeeldt dat hij verliefd op je is en je voortdurend achterna zit, die je thuis en op je werk belt, die om je huis draait, en dat niet een of twee keer per maand, nee, bijna alle dagen van het jaar. Wie zou daar zelf niet gek van worden?

In die eerste uitzending - in 1994 - interviewde Witteman ook de belager zélf. Hij zat in een andere studio naar het verhaal van de vrouw te luisteren. “Hij had zijn uiterlijk niet mee”, schreef ik destijds over hem, “als Hitchcock nog leefde, zou hij hem onmiddellijk casten voor een remake van Psycho.” “Is dit een obsessie voor u?” vroeg Witteman. “Dat wil ik niet zeggen”, zei de man, “zij doet dingen waar ik niet blij mee ben, ze wil niet rechtstreeks met me praten.”

“We keken de krankzinnigheid recht in de ogen”, schreef ik toen. Van die woorden hoef ik niets terug te nemen. De Groningse vrouw vertelde gisteren dat hij haar nog steeds dagelijks achtervolgt. Een psychiatrische kliniek had hem na een half jaar vrijgelaten 'omdat hij geen gevaar voor de samenleving vormde'. Dat had ik iemand van die kliniek graag in de uitzending horen uitleggen.

Sinds die uitzending is er veel over dit verschijnsel te doen geweest. In Amerika is er een speelfilm over gemaakt, en de gitarist Harry Sacksioni vertelde onlangs in Netwerk over identieke ervaringen. Maar voor mij begon het allemaal met die uitzending van Witteman.

Het is maar één voorbeeld van een 'eye-opener' (blikopener, vertaalde ik bijna uit purisme), opgevist uit een zee van verhalen vol alledaagse waanzin, woede en wanhoop. Die zee blijft, de visser heeft zich alleen (voor een poosje?) teruggetrokken.