ASEAN-landen twijfelen over houding jegens Birma

SINGAPORE, 29 NOV. Wanneer en op welke voorwaarden kan Birma toetreden tot de Associatie van Zuidoostaziatische Naties (ASEAN)? Dat is de vraag die morgen de informele bijeenkomst van regeringsleiders van de ASEAN in Jakarta domineert.

De zeven lidstaten van de associatie - Brunei, de Filippijnen, Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand en Vietnam - kwamen eerder dit jaar al overeen dat Birma mag toetreden. Het lidmaatschap zou, zo werd afgesproken, per 1997 ingaan. Maar recente ontwikkelingen in het land hebben twijfel gezaaid. Alom wordt verwacht dat toetreding van Birma morgen tot nader order wordt uitgesteld. Het overleg in Jakarta komt aan het einde van een week waarin het Birmese bewind van verschillende kanten onder vuur kwam te liggen. Eerst was het de Amerikaanse president Bill Clinton die tijdens een staatsbezoek aan Thailand commentaar leverde op de militaire leiders in Birma. Hij verweet de regering een gebrek aan democratie en betrokkenheid bij de narcoticahandel.

Gisteren deden de Verenigde Naties er nog een schepje bovenop. De VN-commissie voor sociale, humanitaire en culturele zaken beschuldigde het Birmese regime van onderdrukking van de oppositie, het gebruik van dwangarbeiders voor de opbouw van de economie en marteling van gevangenen. De VN namen gisteren een resolutie aan waarin staat dat de Birmese regering moet zorgdragen voor bescherming van oppositieleidster Aung San Suu Kyi en ruimte moet geven aan haar politieke partij, de Nationale Liga voor Democratie.

Tot voor kort was openlijke kritiek op de militaire leiders in Birma enkel voorbehouden aan het Westen. ASEAN, dat Birma een jaar geleden officieel de status van waarnemer gaf, hield kritiek - als die er al was - steevast binnenskamers. “Wij realiseren ons dat de toestand in Birma om een oplossing vraagt, maar wij achten economische sancties, pogingen het land te isoleren of anderszins publiekelijk in de hoek te drijven niet de beste manier,” verklaarde Indonesië's minister van Buitenlandse Zaken, Ali Alatas, deze zomer.

ASEAN hield lang vast aan dit beleid van 'constructieve betrokkenheid'. Maar die houding is veranderd nu Thailand, de Filippijnen en Singapore recentelijk hebben aangegeven dat zij hun reserves hebben over het plan Birma volgend jaar te laten toetreden tot ASEAN. Premier Chawalit Yongchayudh van Thailand zei afgelopen woensdag dat hij de regering in Rangoon zou vertellen dat het tijd is het beleid aan te passen.

De Filippijnse president Fidel Ramos verklaarde deze week dat Birma niet geforceerd tot ASEAN moet worden toegelaten, maar dat het land “stap voor stap” zijn lidmaatschap moet verdienen. Ramos wil dat elk kadidaat-lid eerst aantoont dat het zich kan conformeren aan ASEAN's doel om handelsbarrières te slechten door substantiële tariefsverlagingen in te voeren. Maar de meest saillante kritiek kwam van Singapore, nota bene de grootste investeerder in Birma. Premier Goh Chok Tong zei eerder deze maand dat hij niet dacht dat Birma klaar is voor een ASEAN-lidmaatschap. Singapore heeft altijd beweerd dat Birma het best gebaat is bij economische hulp, omdat dat op termijn zorgt voor democratische ontwikkelingen. Met dat argument verdedigde Singapore zich ook toen deze zomer de kritiek van het Westen op Birma toenam en een aantal bedrijven, waaronder bierbrouwer Heineken, zich onder druk van de publieke opinie terugtrok uit het land.

Met hun kritiek maken de drie leiders duidelijk dat ASEAN niet zomaar zijn doel verwezenlijkt om voor het eind van deze eeuw een machtig handelsblok van tien landen te vormen (naast Birma staan ook Cambodja en Laos op de nominatie om toe te treden). Morgen zal blijken of de ASEAN-leiders al zo ver zijn uitstel van Birmees lidmaatschap openlijk in verband te brengen met het ondemocratische militaire regime in het land, of dat zij risicoloos concluderen dat de Birmese economie gewoon nog niet klaar is voor ASEAN.