Adviezen voor Sint Nicolaas

Volgende week donderdag komt, deo volente, Sint Nicolaas weer langs. De tips vliegen in het rond. Om enigszins orde in deze chaos te scheppen, heeft de bijlage Boeken negen medewerkers gevraagd een paar adviezen te verschaffen waarmee een ieder zijn of haar voordeel kan doen.

De Sinterklaasboeken van Hugo Camps

Toch denk ik dat Sinterklaas de laatste en enige heilige zal zijn die het millenium overleeft. De Kerstman heeft, met zijn potsierlijke gewaden en streken achter de vredige oogopslag, zichzelf afgebladderd tot een mascotte van het Endemol-geluk. En dus mag Sinterklaas weer duur zijn en hoeft er onder de kerstboom niet meer te liggen dan gebakken sneeuw. Vandaar.

1. Remco Campert, Dichter (De Bezige Bij, ƒ 75,-)

Het is altijd goed om de vanzelfsprekendheid van het Zijn weer eens als een absurditeit te ervaren.

2. Hugo Claus, Verzamelde Gedichten 1848-1993. (Bezige Bij, ƒ 125,)

Het is altijd goed om te beseffen dat elke liefde een coïtus is van wanhoop en toeval.

3. Pablo Neruda, Gedichten.

(Ambo, ƒ 37,50)

Het is altijd goed om te herontdekken dat zonder een consistent verzet geen identiteit verworven kan worden, laat staan behouden blijven.

De Sinterklaasboeken van Nicolaas Matsier

Peter Bichsel: Verhalen voor kinderen en andere grote mensen. Vertaling Daniel de Vin (Van Goor, ƒ 22,50).

Op het mooie omslag - van Sieb Posthuma - ziet men vreemde dingen: een stoel hangt aan een spijker in de muur; een portret vult een bed; een wekker staat ondersteboven op een plafond; en op de wekker zit, eveneens ondersteboven, een man aan een tapijt te ontbijten. Hoe dat zo?

Een man krijgt er genoeg van, de tafel tafel te noemen, het portret portret, het bed bed. Hij gaat woorden verwisselen. Eigenlijk schrijft hij een nieuw woordenboek van zijn interieur en zijn leven. Hij begint zelfs te dromen in de nieuwe taal. Tenslotte kan hij de andere mensen niet meer verstaan, en zij hem niet. Zeven van zulke verhalen, geschreven door de Zwitsers-Duitse weinigschrijver Peter Bichsel en mooi vertaald door Daniel de Vin, staan er in de bundel Verhalen voor kinderen en andere grote mensen. Geef uw vader dit kinderboek. Tenminste, als hij van lezen en denken houdt; en er geen bezwaar tegen heeft om twaalf plus te zijn.

Rob van Tongeren (samensteller): Kalkedotten & Knipperbollen. Amsterdam in de jaren vijftig (Amsterdam Publishers, ƒ 19,90).

Het huis aan huis bezorgde 'Amsterdams Stadsblad' heeft gedurende een aantal jaren oude foto's gepubliceerd, vaak afkomstig uit dozen van lezers. Die foto's toonden stad en stadsbeeld in de twintiger, dertiger, veertiger en vijftiger jaren. Voor elk van die decennia is er een boek samengesteld. Alle vier de delen zijn mooi en niet duur.

Het deel over de jaren vijftig is vernoemd naar de knikkers van klei - kalkedotten -, en naar de oranje knipperbollen die geplaatst werden bij zebrapaden. In alles lijken de foto's, volstrekt per ongeluk, het grootst mogelijke contrast te vertonen met de paar laatste jaren van deze eeuw. Tijdmachines als oude foto's nu eenmaal plegen te zijn, stemmen ze stuk voor stuk dromerig en nadenkend.

Drie jongens, verwikkeld in een race, alledrie in korte broek, ronden op fietsen samengesteld uit nog goede onderdelen van diverse voorgangers op topsnelheid een straathoek. Ze rijden bijna midden op de straat. Want auto's zijn er nog niet, in deze buurt. Een meisje met autoped, lollie in de mond, kijkt naar de fotograaf. Geef dit boek aan grootvader, vriendin, goede buur.

Joseph Brodsky: De herfstkreet van de havik. Een keuze uit de gedichten 1961-1986 (De Bezige Bij, ƒ 17,50).

Het afgelopen jaar is de Russisch-Amerikaanse dichter en essayist Joseph Brodsky overleden. Hij kreeg in 1987 de Nobelprijs. De herfstkreet van de havik, een zeer royale keuze uit zijn vrij heldere en tamelijk vormvaste poëzie, is virtuoos vertaald door een keurcorps van slavisten, en van een nawoord voorzien door Kees Verheul, zijn langste vriend in Nederland. In de bundel staat onder veel meer het schitterende lange gedicht Grote elegie voor John Donne. Dat was de befaamde metaphysical poet, die deken was van St. Paul's Cathedral - vandaar de tabberd, zo meteen.

'John Donne is dood en alles slaapt rondom.' Zo begin 't. Volgt een precisering, in de vorm van een opsomming, van wat er dan zoal rondom hem slaapt. Eerst in het huis van de overledene zelf. Vervolgens verlaat het gedicht als in een camerabeweging, Donne's interieur. Om naar buiten te gaan, de straat en het dak op, de buurt in, de stad uit, plattelandwaarts. En voort gaat het, op almaar groter schaal: 'Het eiland slaapt, geheel door slaap omhelsd.' (...) 'En zijn gedichten slapen. / Elk beeld en alle rijmen, liggend, staand.'

Het gedicht is al bezig aan een opstijging: 'De wereld slaapt. Rivieren, bergen, wouden.' (...) 'Iedereen slaapt, God, heiligen, de duivel.' En in die enorme stilte wordt dan een dunne stem hoorbaar. 't Is de ziel van Donne, die treurt en getroost moet worden. 'Slaap, slaap, John Donne, en trek het je niet aan. / Je tabberd heeft verdriet, hij hangt vol gaten. / Maar dan opeens, achter een wolk vandaan, / de ster die nooit jouw wereld heeft verlaten.'

Zorg ervoor dat dit boek, desnoods vermomd als geschenk voor een dierbare huisgenoot, eigen bezit wordt.

De Sinterklaasboeken van Liesje Schreuders

Nr. 1: Elsbeth Etty, Liefde is heel het leven niet. Henriëtte Roland Holst 1869-1952. (Balans, ƒ 85,-)

Nr. 2: René Appel, Geweten. (Bert Bakker, ƒ 34,90)

Nr. 3: Remco Campert, Oom Boos-Kusje en de kinderen, met tekeningen van Poeka Veldman. (De Bezige Bij, ƒ 22,90)

Nr. 1: Dit lijkt een duur boek maar dat valt ontzettend mee, gezien het aantal pagina's. Niet alleen een geschikt cadeau voor historici en neerlandici, maar ook voor iedereen die van lezen houdt. Het is namelijk een prachtig boek en het leest als een trein.

Nr. 2: Goed, niet duur cadeau voor de winteravonden. Spannend, intrigerend, met een bijzondere verhaalopbouw en goed geschreven.

Nr. 3: Dit heb ik aan mijn buurkinderen voorgelezen en het viel erg in de smaak. Als ik Sinterklaas was, zou ik het zeker aan alle kinderen cadeau doen, alleen al vanwege de tekening op de voorkant.

De Sinterklaasboeken van Eduard J. Bomhoff

Na 15 jaar verscheen zojuist bij MacMillan in Engeland The Dictionary of Art (na 1 januari a.s. ƒ 17.365,-). Jane Turner gaf leiding aan 6700 kunsthistorici uit 120 landen en het resultaat is een fabelachtige encyclopedie.

Ook Nederlandse lezers kunnen trots zijn. Ben Broos schrijft over Rembrandt, en Pieter Singelenberg over Berlage en de moderne arcitectuur. Zelfs straatnamen in Amsterdam-Zuid zijn correct uit de Engelse computer gekomen. Ook moderne kunstenaars als Ger Lataster en architect Rem Koolhaas worden besproken. Niet-westerse kunst krijgt meer aandacht dan ooit tevoren: 584 pagina's over India en bovendien nog mooie, aparte artikelen over de Taj Mahal en andere monumenten en steden. Bij ons thuis dit jaar geen maximaal aftrekbare lijfrente. En volgend jaar ook niet. Minder belegd in geld, maar twee planken in de boekenkast gevuld met literatuur.

De Sinterklaasboeken van Judith Eiselin en Marjoleine de Vos

Sylvia Waugh: De Mennyms. Uit het Engels vertaald door Johan Hos. (Uitg. Jenny de Jonge/ Gottmer, ƒ 29,90, vanaf 10 jaar). Een verrukkelijk raar boek over een ogenschijnlijk doodgewoon gezin.

Maar de Mennyms zijn lappenpoppen in een wereld die door mensen bewoond wordt. Ze simuleren met bewonderenswaardige energie en fantasie het echte leven.Ted van Lieshout: Gebr. (Van Goor, ƒ 22,90, vanaf 11 jaar). 'Wist ik veel dat je dood zou gaan,' schrijft hoofdpersoon Lucas, die met zijn gestorven broertje communiceert door in zijn oude dagboek te schrijven. De jongens hadden meer gemeen dan ze dachten en dwars door de dood, maar ook door de woede, angst en jaloezie van Lucas heen wordt hun band alsnog versterkt.

Edith Nesbit: Op zoek naar Fortuin. Uit het Engels vertaald en bewerkt door Els Pelgrom. Illustraties Jenny Dalenoord (Averbode/Becht, ƒ 29,90, vanaf 9 jaar). Pelgrom koos uit een trilogie van bijna honderd jaar geleden de levendigste, grappigste verhalen over de zes kinderen Bastable, die rijk willen worden en daarvoor de meest wilde plannen bedenken.

De Sinterklaasboeken van Lisette Lewin

1. Theodore Dreiser, An American Tragedy (Sun Dial, 1925). Zie je vaak in antiquariaten. Gerard Reve verklaart geregeld dat dit de enige roman is die hij ooit las en nog altijd prachtig vindt.

Wonderlijk, want het is een sociaal geëngageerd epos en de schrijver bezocht in 1927 de Sovjet-Unie. Bij Reve's vader stond dat boek in de kast. Bij de mijne ook. Onlangs sloeg ik het op en raakte op slag verslingerd aan de hoofdpersoon Clyde Griffith, een innemende jongeman met aardige manieren, van treurige komaf, verblind van liefde voor een beeldschoon society-meisje, maar in de nesten met een arbeidster, waarvoor hij een al te drastische uitweg bedenkt.

2. De tranen der Acacia's (Van Oorschot, 23ste druk ƒ 45,-). Deze voltreffer van de jonge Willem Frederik Hermans moet je af en toe herlezen. De mensen kennen hun klassieken niet meer. Onlangs trad ik op in Kampen, waar de roman begint, wanneer Oscar Ossegal daar in de oorlog per trein arriveert, twee koffers met gevaarlijk spul torsend. Voor de aardigheid droeg ik in de zaal de eerste zin voor, verwachtte een spreekkoor van herkenning. Niemand. Nog een paar alinea's liet ik horen. Geen reactie. Na afloop kwam er toch een verlegen man op me af, die het wel degelijk had geweten. De volgende ochtend, terwijl ik met keelpijn in de regen Ossegals wrakke 'hotel onder de toren' liep te zoeken, kwam ik langs een kruidenierswinkel waar ik stopflessen zag met zuurtjes. Laat die kruidenier de geletterde van de vorige avond zijn! Thuis heeft hij een antiquariaat. Jan Poutsma heet hij. Het hotel kon hij me precies wijzen. Het stond in de Torenstraat. Daar is nu een eetcafé. Op de gevel prijkt nog een bord met oude zwarte sierletters: Hotel de Zon'.

3. Frits van Oostrom, Maerlants Wereld (Prometheus, ƒ 45,-). Voor het eerst, sinds de AKO-prijs bestaat, heeft Sint zelf echt zin om een bekroond boek zelf te lezen.

De Sinterklaas-boeken van Arnold Heumakers

Jean-Jacques Rousseau: Bekentenissen (Arbeiderspers, ƒ 99,-). Vanwege de omvang past het niet in de schoen, maar wie wil weten waar al dat gepieker over het eigen ik is begonnen, vindt hier het antwoord.

Charlotte Mutsaers: Paardejam (Meulenhoff, ƒ 39,90). En Atte Jongstra: Familieportret (Contact, ƒ 39,90) Twee essaybundels waarin de auteurs, door over anderen te schrijven, op aanstekelijke wijze laten zien hoe hun eigen romans en verhalen zijn geschreven.

Kees 't Hart: Blauw Curaçao (Querido, ƒ 34,90). Misschien wel de meest toegankelijke roman van deze drieste auteur, die met woorden onze blik richt op wat we doorgaans over het hoofd zien omdat we denken het al te kennen.

De Sinterklaasboeken van Rudi van Dantzig

Zóu ik mezelf nog op de daken wagen, ik zou denk ik de boeken van Mario Vargas Llosa of van A.F.Th. van der Heyden omlaag laten glijden, speciaal voor mensen die voor langere tijd in raadselachtige en fascinerende werelden willen ronddolen.

Gesprek in de kathedraal en De oorlog van het einde van de wereld (Meulenhoff, ƒ 89,90 en ƒ 62,90) van de eerste auteur, een deel uit de De tandeloze tijd-reeks (Querido, rond de ƒ 50,- per deel) van de tweede.

Voor de liefhebbers van gedichten één van de bundels van Charles Ducal: '...een kamer is lucht voor honderd moerassen, voor duizend slangen op weg naar hun staart...' - en daarbij dan ook, omdat hij me boeit en ontroert, zijn roman De meesterknecht (Atlas, ƒ 29,90).

Voor jonge schoenzetters heb ik Wij noemen hem Anna, of Mijn vriend Jan (Querido, ƒ 29,90 en ƒ 27,50) van de Zweeds-Duitse schrijver Peter Pohl meegenomen, om hem te laten inzien waar puberleven óók in kan uitmonden; of De stad en de honden (ƒ 39,90) van, nogmaals, Vargas Llosa, die iets laconieker tegen jeugdsituaties lijkt aan te kijken.

Zouden er mensen zijn voor wie ik echt zo gauw niets weet, dan brieven en dagboeken van Flaubert, (Gallimard, Pleiade, Arbeiderspers) of van de gebroeders De Concourt (Laffont). Of anders George Sand. A Biography. Van Curtis Cate: die Franse schrijverslevens uit de vorige eeuw lijken wonderwel samen te gaan met Nederlandse winteravonden.