VS hebben 'geheime agenda' voor Midden-Afrika

KIGALI, 28 NOV. Om vijf uur in de middag afgelopen maandag verliet Peter Whaley, tweede man op de Amerikaanse ambassade in Rwanda, de woning van rebellenleider Laurent Kabila in de Oostzaïrese stad Goma. Wat was het doel van de geheime missie van deze hoge Amerikaanse diplomaat in de door rebellen veroverde stad? In de Zaïrese hoofdstad Kinshasa, waar de anti-Amerikaanse sentimenten toch al hoog zijn opgelopen, zal dit bezoek aan de vijand zeker niet in goede aarde vallen. De Zaïrese minister van Informatie, Boguo Makeli, had vorige week al gezegd: “De hele wereld, met misschien een enkele uitzondering, zit onder de laars van de Yankees.”

De indruk is ontstaan dat de VS er een 'geheime agenda' op nahouden bij de crisis in het gebied van de Grote Meren. Amerikaanse diplomaten in de hoofdstad Kigali betogen sinds het begin van de crisis dat een militaire interventie onnodig is. Niet buitenlandse militairen maar de strijdkrachten die Oost-Zaïre controleren - lees: de rebellen met hun bondgenoten, de Rwandezen - moeten het probleem klaren. Dagenlang hielden de Amerikanen de vorming van een interventiemacht af, tot dit scenario zich ook werkelijk voltrok: na een militaire actie van de Zaïrese rebellen rond het kamp Mugunga brak de dam, de Rwandese vluchtelingen begonnen terug te keren en de gewapende Hutu-extremisten sloegen op de vlucht. 'De geforceerde vrijwillige terugkeer' van de vluchtelingen, zoals het hoofd van een hulporganisatie in Kigali het uitdrukt, was begonnen. De noodzaak voor een internationale interventiemacht leek verdwenen.

Talrijke hulporganisaties blijven echter, tot ergernis van Amerikaanse diplomaten en de Rwandese machthebbers, roepen om een buitenlandse militaire interventie. Hulpverleners spreken over nog eens honderduizenden hongerige vluchtelingen en ontheemden in Oost-Zaïre die klem zitten tussen de strijdende partijen. Amerikaanse militairen, die met bemande en onbemande verkenningsvliegtuigen Oost-Zaïre afspeuren, komen met beduidend lagere aantallen dan de hulporganisaties. Er brak de afgelopen dagen in Kigali een woordenstrijd uit over de cijfers. Inzet is een buitenlandse militaire interventie. De Amerikanen noemen hun gegevens 'redelijk exact'. De woordvoerder van een grote vluchtelingenorganisatie slaat terug: “De Amerikanen liegen. Ze willen geen interventiemacht, dát is hun beweegreden. Ze hebben hier hun belangen, ze zijn goede vrienden van de Rwandese regering.” Een VN-medewerker voegt daar aan toe: “De Amerikanen in Washington geven in privé-gesprekken toe dat de aantallen veel hoger liggen dan de Amerikaanse militairen in Kigali openbaar maken.”

De Amerikaanse ambassade in Kigali heeft vanaf het begin van de crisis op eenzelfde lijn gezeten als de Rwandese machthebbers. Diplomaten en militairen van de missie geven regelmatig honderden journalisten en hulpverleners informatie en uitleg. Ze zeggen, de talrijke ooggetuigenverslagen van journalisten ten spijt, over geen enkel bewijs te beschikken van betrokkenheid van het Rwandese leger bij de gevechten in Oost-Zaïre. Een maand geleden wilden de Amerikanen zelfs een hardere politiek volgen dan de Rwandezen. Zij wilden alleen aan de grens voedsel aanbieden, om de vluchtelingen te dwingen naar Rwanda terug te keren, de zogenaamde pull strategy. Dit zou volgens diplomaten tevens de Rwandese zienswijze zijn. Een hoge Rwandese ambtenaar ontkende dit vervolgens: “Dát is de positie die de Amerikanen ons willen opdringen. Wij hebben dezelfde doelstelling als de Amerikanen, maar zijn wel degelijk bereid in Oost-Zaïre voedsel te verstrekken voor de terugreis aan de vluchtelingen.”

De Amerikanen en Rwandezen spreken in uiterst vriendelijke woorden over elkaar. “Er bestaat een wens aan Amerikaanse zijde om de Rwandezen hun eigen spel te laten spelen”, concludeert een waarnemer. En een Westerse diplomaat in Kigali zegt over de Amerikaanse politiek: “Ik sta er soms ook verbaasd van. De Amerikanen stellen zich tegenover de Rwandezen meer koningsgezind op dan de koning zelf.” Als er een coördinatie bestaat tussen de Amerikanen en Rwandezen over de te bepalen strategie in Oost-Zaïre, kan een nieuwe militaire actie niet worden uitgesloten. Waarna de overige vluchtelingen 'geforceerd vrijwillig' kunnen terugkomen. Reisde Peter Whaley naar Goma om een internationale interventiemacht te voorkomen, of om de rebellenleider te overreden zo'n ingrijpen te accepteren?

Bij de huidige crisis in Midden-Afrika overlappen enkele conflicten elkaar: de chaos en het machtsvacuüm in Zaïre, de strijd als gevolg van de Rwandese genocide in 1994, de tegenstrijdige Westerse belangen en de humanitaire tragedie. “Er bestaat een variëteit aan Westerse belangen”, analyseert een hoge diplomaat in Kigali. “De Amerikanen en Britten zitten min of meer op één lijn. De VS proberen destabilisatie van het Rwandese regime te voorkomen, de Britten van Rwanda's bondgenoot Oeganda. De Fransen en Belgen daarentegen laten hun politiek beïnvloeden door hun oude belangen in Zaïre. Onderling voeren de Fransen en Belgen competitie, waarbij Frankrijk de laatste jaren steeds meer aan invloed heeft overgenomen in Zaire.”

Wat rechtvaardigt deze nieuwe Westerse interesse in Afrika, wat staat er op het spel? Twee jaar geleden zei een Amerikaanse diplomaat nog: “Afrika begint voor ons pas ten zuiden van de Zambezi.” Over de grotere Westerse belangen kan slechts worden gespeculeerd. Een fragmentatie van Zaïre kan ingrijpende gevolgen hebben voor het potentieel rijke zuidelijke gedeelte van het continent.

In het noordelijke gedeelte van het continent is voor Washington van belang de omsingeling van het gevaarlijk geachte fundamentalistisch islamitische regime van Soedan. De Amerikanen verlenen militair-politieke steun aan staten rond Soedan: Eritrea, Ethiopië en Oeganda. Bij deze groep regimes - alle geleid door voormalige guerrillastrijders - voegde zich twee jaar geleden Rwanda. De Zaïrese rebellenleider Laurent Kabila leefde voor zijn militaire victorie van de afgelopen weken in ballingschap in de Oegandese hoofdstad Kampala, waar hij contact legde met president Museveni. Een andere reden voor de aantrekkingskracht van Midden-Afrika betreft de rijkdom aan grondstoffen. Rond het Kivu-meer in Oost-Zaïre, waar nu duizenden ontheemden ronddwalen, liggen grote gasvelden.

    • Koert Lindijer