Veel lof voor Terlouw bij afscheid van Gelderland

ARNHEM, 28 NOV. Provinciale Staten van Gelderland hebben het vertrek van commissaris der koningin J. Terlouw aangegrepen voor een groot eerbetoon aan de man die vijf jaar lang het “boegbeeld van de provincie” is geweest. Het afscheid van Terlouw, gisteren, was een opeenstapeling van complimenten, dankwoorden en cadeaus.

Terlouw gaat wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd tegen zijn wil met pensioen. Hij raakte geëmotioneerd bij de overhandiging van een borstbeeld met zijn beeltenis, dat een plaats zal krijgen in het provinciehuis. Terlouw is daarmee de eerste commissaris in Gelderland van wie een bronzen kop in de hal komt te staan.

De Staten hadden gisteren voor het afscheid gekozen voor een nauwe samenwerking tussen alle partijen, waarbij enige showelementen niet ontbraken. In tegenstelling tot eerdere officiële gelegenheden, waarbij de fractievoorzitter van de grootste partij het woord voerde, mochten gisteren alle fractievoorzitters - pal in het licht van een speciaal daarvoor geplaatste schijnwerper - een persoonlijk dankwoord tot de scheidend commissaris richten. Daarna werd een lied gezongen.

Terlouw werd op 9 november 1991 geïnstalleerd als eerste D66-commissaris. Hij volgde VVD'er De Bruijne op, die in mei van dat jaar was overleden. Tot die tijd werkte Terlouw in Parijs als secretaris-generaal bij de Europese conferentie van de ministers van transport, een zusterorganisatie van de OESO. Terlouw was in 1983 naar Parijs vertrokken na de voor D66 dramatisch verlopen verkiezingen in 1982. De partij had deel uitgemaakt van het Kabinet Van Agt II (Terlouw was er minister van Economische Zaken) en zag bij de vervroegde verkiezingen het aantal zetels terugvallen van zeventien naar zes. In de zomer van 1991 werd hij door D66-leider Van Mierlo gevraagd voor de functie van commissaris in Gelderland.

Terlouw werd in Gelderland binnengehaald als een vorst. Vijf jaar later is die waardering alleen nog maar groter. “Terlouw heeft Gelderland teruggebracht op de kaart”, zei fractievoorzitter Van Berkestijn gisteren na de speciale Statenvergadering. “Hij heeft al zijn contacten in Den Haag en Brussel en al zijn kennis gebruikt om Gelderland te promoten. Hij was altijd voor iedereen aanspreekbaar, en wat net zo belangrijk is: de pers zocht hem steeds op. Dat heeft een groot positief effect gehad voor de provincie.”

In zijn dankwoord sprak Terlouw over zijn functioneren als commissaris der koningin. “Ik heb geprobeerd het belang van Gelderland te dienen. Maar wat is het belang van Gelderland? Is economische ontwikkeling ten behoeve van werkgelegenheid zo'n belang? En behoud van natuur en milieu dan?” Een commissaris der koningin, aldus Terlouw, is moeilijk op zijn daden te beoordelen omdat hij geen portefeuille beheert met concrete beleidsvoornemens. En dus vroeg hij het zich retorisch af: “Wat is de draagwijdte van de dingen die ik zeg bij de opening van een fabriek, wat is het effect van een gesprek in Den Haag, welke invloed hebben contacten in Brussel?”

Na een oproep de stadsprovincie te laten voor wat die is, kwam Terlouw op de macht van de Provinciale Staten. Hij riep de Statenleden op zich meer bewust te zijn van hun macht. “Af en toe heb ik de indruk dat u, Statenleden, meent dat het primaat van de Staten een fictie is, theorie. Maar u bent machtiger dan u soms beseft.” De Staten, zei Terlouw, hebben het recht politieke prioriteiten te stellen. “Die macht hebben ze voor vier jaar van de kiezers gekregen.”