Rovers op de loer

Betalen of uitbetaald worden kan op vele manieren. Bij de bank, via de giro, in klinkende munt of door middel van de computer thuis. Geld is steeds vaker iets elektronisch. Omdat bijvoorbeeld pinnen zo handig is. Maar er zijn ook nadelen: de veiligheid en de kosten voor de consument en de winkelier. Zes geldmiddelen op een rij.

Pinnen is niet zonder risico. 'GEA'-overvallers liggen op de loer. Advies: weiger hulp van derden.

EEN DIEF VRAAGT een 47-jarige Eindhovense over de telefoon haar pincode omdat er iets mis zou zijn gegaan bij een transactie. Eerder die dag heeft hij haar bankpasje gestolen. In de Dordtse wijk Sterreburg wordt voor de vierde maal dit jaar een bejaarde van zijn geld beroofd na bezoek aan een geldautomaat. Een 17-jarige Tilburger wordt verdacht van zeven berovingen bij pinautomaten, waarbij slachtoffers werden gedwongen extra geld op te nemen.

Zomaar wat gevallen van roof bij geldautomaten van de afgelopen maand. Met de invoering van de pinpas medio jaren tachtig is ook de 'GEA-beroving' in zwang geraakt. (GEA staat voor geldautomaat). De methodes variëren van brute straatroof tot subtiele vormen van fraude.

De omvang is door fragmentarische registratie van dit soort delicten moeilijk te achterhalen. In juli schatte de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) dat twee tot drie procent van de straatroof direct verband houdt met geldautomaten, volgens de Amsterdamse politie waren er in 1995 93 berovingen bij geldautomaten en dit jaar tot dusver 53.

Het is logisch dat geldautomaten populaire pleisterplaatsen zijn voor straatrovers. Nergens valt eenvoudiger vast te stellen of een slachtoffer geld op zak heeft; rovers cirkelen derhalve rond de geldautomaat als leeuwen rond de drenkplaats. Meestal wordt het slachtoffer na bezoek aan een geldautomaat domweg beroofd. Een tweede optie is het slachtoffer tevens zijn pasje af te nemen en zijn pincode op te eisen. Die heeft dan wel de kans een valse pincode op te geven. Een derde optie is het slachtoffer te dwingen zelf geld op te nemen. In Rotterdam werd vorig jaar een jeugdbende opgerold die voor deze wijze van 'ontpinning' koos, in Tilburg was de methode deze nazomer in zwang.

De mogelijkheden om tegen berovingen op te treden, zijn beperkt. Banken concentreren geldautomaten op drukke en goed verlichte plaatsen en sluiten een deel ervan in de nachtelijke uren. Daarnaast kunnen de banken klanten slechts aanraden een blokje om te lopen als verdachte figuren zich rond de pinautomaat ophouden.

Volgens directeur Overmars van de NVB staan lokale overheden soms de veiligheid nog in de weg. “Die willen dan geen rij fietsen in hun drukke winkelstraat. Dus moet die geldautomaat maar in dat donkere steegje.”

Maar het grootste risico lopen klanten volgens Overmars nog altijd thuis, doordat ze hun pincode niet geheim houden of pas en pincode niet scheiden.

De magneetstrip biedt ook subtielere kansen tot diefstal en fraude. Recentelijk kwamen weer enkele spectaculaire gevallen aan het licht. In juni 1995 rolde de Utrechtse politie een bende op die 130 bankpasjes had gerold en daarmee 110.000 gulden buitmaakte. De methode was simpel. Eerst keken bendeleden de pincode van hun slachtoffers af terwijl ze een kaartje kochten bij de kaartjesautomaten van de NS. Die waren zo geplaatst dat men vanaf de trap een prima uitzicht had op het pinpad. De bijbehorende portefeuille met pasje werd gerold als het slachtoffer in de trein stapte.

Voor de Consumentenbond was dit aanleiding weer te pleiten voor betere beveiliging van betaalautomaten in winkels, tankstations en NS-stations. Daarvoor werd ook Interpay Nederland aangeschreven, het bedrijf dat het betalingsverkeer tussen de ongeveer 50.000 Nederlandse betaalautomaten en de banken regelt. In het contract met afnemers stelt Interpay de voorwaarde de automaat zo op te stellen dat de pincode van de bankpashouder “redelijkerwijs niet aan derden bekend kan worden”.

In het blad Pinformatie worden afnemers van betaalautomaten regelmatig geïnformeerd over de juiste opstelling van betaalautomaten. Het pinpad mag niet te zien zijn via beveiligingscamera's of spiegels. De klant moet het pinpad met zijn lichaam kunnen afschermen; de automaat mag dus niet in een al te open ruimte staan. Ook is het af te raden de automaat op een hoge balie te plaatsen, want lange mensen kunnen dan over de schouder van hun voorganger kijken.

Veel warenhuizen, kledingwinkels en tankstations voldoen nauwelijks aan deze voorwaarden. De Consumentenbond stelde deze week in een brief aan Interpay Nederland dat alleen het informeren van afnemers onvoldoende effect heeft. Interpay wordt daarom gevraagd naleving van het contract “af te dwingen”. E. Aberson van de Consumentenbond acht de tijd rijp voor een beveiligingsronde nu betaalautomaten worden aangepast voor chipkaarten.

Een bende Duitse fraudeurs die in augustus werd opgerold, had een wel zeer originele methode ontworpen. Zij wisten mini-camera's met een zendertje boven de geldautomaat te plaatsen. De bijbehorende magneetstrip kopieerden zij door een apparaatje in de sleuf van de toegangsdeur te plaatsen die de klant met zijn pinpas moest openen. Begin januari plunderden de Duitsers in Sittard met valse pasjes Duitse rekeningen voor in totaal 430.000 gulden. Ze liepen pas tegen de lamp toen een klant in Zeist zijn hoofd stootte tegen een van hun camera's.

Zo'n werkwijze eiste grote investeringen en technische kennis. Terwijl het zoveel eenvoudiger kan. In april stond in Utrecht een 25-jarige Utrechtenaar terecht die met drie vrienden in korte tijd 120.000 gulden vergaarde. Hij plaatste uit röntgenfoto's geknipte driehoekjes in gleuven van betaalautomaten. Klanten zagen dan dat hun bankpasje schijnbaar werd 'opgegeten'. Een handlanger kwam vervolgens met een hondje langswandelen en adviseerde de klant opnieuw de pincode in te toetsen. Uiteraard keek hij over diens schouder mee. Als de klant afdroop, hengelde hij de pas uit de geldautomaat.

De NVB adviseert daarom met klem nooit hulp van derden te accepteren.

OPKOMST

1978. 'Modelland' Noorwegen voert als eerste de magneetkaart in.

1985. Eerste bescheiden experimenten met gelduitgifte-automaten.

1986. Tilburgse en Eindhovense rekeninghouders kunnen bij 84 pompstations in de regio betalen met hun pincode. Het betrof een 'dubbelsysteem': bij transacties met de Postbank werd het saldo van de rekeninghouders direct aangepast, bij andere banken ging het via de bankgirocentrale, waardoor het saldo van de rekeninghouder niet meteen bekend was. Dit systeem bleek niet goed te werken. De banken bleven aarzelen. De Postbank rook zijn kans en plaatste bij 115 Shell-stations betaalautomaten (BEA's) die alleen met de Giromaat-pas werkten.

1987. De banken worden het eens over een gezamenlijk systeem voor elektronisch betalen.

1988. Proefneming met BEA's bij filialen van Albert Heijn. 1995. Er staan inmiddels 73.376 BEA's in het land, met een omzet van 27,1 miljard.

    • Coen van Zwol