Rentree Deutekom op zangersfeest

Concert: Opera Feest: Jubileum Orkest o.l.v. Friedrich Haider en Brabants Orkest o.l.v. Marc Soustrot m.m.v. diverse zangers. Gehoord: 27/11 Concertgebouw Amsterdam.

Met een groot en geslaagd Opera Feest vierde impresario Pieter Alferink gisteren in het Amsterdamse Concertgebouw zijn 25-jarig jubileum. Het vocale evenement, dat ook op een dubbel-cd verschijnt en waarvan de opbrengst gaat naar de stichting Cliniclowns, bracht een parade van zijn zangers: van de jonge Engelse tenor Alfred Boe die voor het eerst met een orkest zong, tot de enthousiast begroete rentree van Cristina Deutekom. De coloratuursopraan, die jaren geleden wegens hartklachten stopte, gaat ook weer cd's opnemen.

Deutekom genoot zichtbaar enorm van de ovaties, het applaus en de vele bloemen. Ze zong twee nummers - de bolero uit Verdi's I Vespri Siciliani en Liebe du Himmel auf Erden, Bella Giretti's lied uit Léhars Paganini. Het was alsof de tijd had stilgestaan, Deutekom zong weer geheel als vanouds in haar hoogstpersoonlijke stijl. De coloraturen, waarmee ze in de jaren '60 de wereld veroverde als de Koningin van de Nacht in Mozarts Die Zauberflöte kwinkelden en kwetterden hier opnieuw. Moeiteloos overvleugelde ze het orkest met haar krachtige topnoten.

De verschijning van Deutekom was de slotattractie van een lange belcanto-avond waarin 22 geliefde operanummers werden vertolkt door evenzoveel zangers en twee orkesten: het 'Jubileum Orkest' (het Radio Kamerorkest) onder leiding van Friedrich Haider en het Brabants Orkest onder leiding van Marc Soustrot. Vooral het Brabants Orkest excelleerde in de begeleiding: goed klinkende scènes uit Strauss' Der Rosenkavalier en Verdi's Otello en een bruisende ouverture La vie Parisienne van Offenbach - dat verwacht men ook van een Franse dirigent.

Twee zangers ontbraken: tenor Hans Peter Blochwitz was ziek en sopraan Elena Vink kreeg van het regisseursechtpaar Herrmann geen vrije avond tijdens de repetities voor een Brusselse reprise van Die Zauberflöte, waarin zij de Koningin van de Nacht zingt. Nienke Oostenrijk viel voor haar in, Alfred Boe mocht na Che gelida manina uit Puccini's La bohème het voor Blochwitz genoteerde Dein ist mein ganzes Herz zingen. De jonge talentvolle Engelsman deed dat in het Engels deed, daarmee een Londense traditie van Richard Tauber voorzettend.

Ook veel jong, aankomend en gevestigd Nederlands zangtalent liet Alferink horen tijdens deze publieke 'auditie' met soli, duetten, een kwintet en twee Mozart-sextetten: Gert Jan Alders, Willemijn van Gent, Marcel Reijans, Geert Smits, Jaco Huijpen, Marisca Mulder, Annegeer Stumphius, Ernst Daniël Smid en Charlotte Margiono. De laatste twee hadden ook een kleine 'geënsceneerde' rol in het slotduet uit Der Rosenkavalier: van hoog op de trap zagen zij als Marschallin en Faninal goedkeurend neer op het gezang van Nienke Oostenrijk en Ingebjorg Kosmo (Octavian en Sofie).

Dit degelijk uitgevoerde Opera Feest had artistiek een groter belang dan soortgelijke recente avonden rond Gré Brouwenstijn en Elly Ameling. Toch is het niet moeilijk de hoogtepunten aan te wijzen: Birgit Remmert in Mon coeur s'ouvre à ta voix uit Samson et Dalila; Jeannine Altmeyer in een gepassioneerd en expansief gezongen Sola, perduta, abbandonata uit Puccini's Manon Lescaut; het enerverende duet Mira o Norma uit Bellini's Norma door Nelly Miricioiu en Charlotte Margiono; de door Miricioiu indringend tegen de stilte gezette waanzinscène uit Bellini's Il Pirata en - het mooist van alles - Margiono's Wilgenlied en Ave Maria uit Otello: sereen, eenzaam en ontroerend. Alleen al dit nummer rechtvaardigde de avond en de cd-opname.

Het feest eindigde vanzelfsprekend met een gezamenlijk deinende uitvoering van Brüderlein und Schwesterlein uit Johann Strauss' Die Fledermaus, ingezet door Thomas Quasthof, die eerder furore maakte door zijn Don Carlo-aria Per me giunto. Ik heb deze zwoel mijmerende muziek, die uiteraard werd gebisseerd, wel eens subtieler horen zingen. Maar hier stonden op het podium 22 solisten, die als levensdoel hebben zich te laten horen. Alferink zelf liet zich, zoals het een impresario betaamt, niet op het podium zien. Hij zat de hele avond in de zaal, waar hij overigens niet werd vergeten door de bloemen en feestneuzen uitdelende Cliniclowns.