Pap van katoen

Het grondwater onder de Veluwe is het meest geschikt voor het maken van papiergeld. In Ugchelen staat de geheimzinnige fabriek waar zich dit voltrekt.

Denkend aan Holland

zie ik waardepapieren

snel door begerige

vingers gaan.

Zo begint de 'onherstelbaar verbeterde' versie die Gerrit Komrij maakte van Marsmans Herinnering aan Holland.

Maar de parodie begint wat aan kracht te verliezen. Want voor het zevende achtereenvolgende jaar blijft de groei van de bankbiljettenomloop achter bij de toename van de consumptie. Anders gezegd: er gaat verhoudingsgewijs steeds minder papiergeld door die begerige vingers. Holland betaalt steeds meer met plasticgeld als pinpas en chipknip.

Dat moet, zou men denken, behoorlijk aankomen bij VHP Veiligheidspapierfabriek Ugchelen, de enige fabrikant in Nederland van het speciale papiergeld-papier. Dat doet het ook, bevestigt algemeen directeur Chr. Wareman. Hij prijst zich dan ook gelukkig dat hij meer klanten heeft dan alleen 'Nederland'. “Bijna 95 procent van onze omzet halen we uit het buitenland. Daar ligt nog een enorme groeimarkt.”

Toch ging het vorig jaar niet zo best met VHP Veiligheidspapierfabriek Ugchelen. De omzet daalde ten opzichte van 1994 met 12 procent tot 43 miljoen gulden en voor het eerst in tien jaar werd verlies geleden (2,5 miljoen gulden). Dankzij een forse reorganisatie, waarbij 30 van de 200 werknemers hun baan verloren, en een gunstiger marktklimaat vertonen de resultaten dit jaar een spectaculair herstel. Wareman voorspelt over 1996 een omzet van “tegen de 60 miljoen gulden”.

Het Ugchelse bedrijf maakt sinds 1986 deel uit van de Gelderse Papiergroep. Daarvoor was het onderdeel van de Papierfabrieken Van Houtum & Palm te Apeldoorn, dat in opeenvolgende papiercrises in de jaren zeventig zware averij opliep. In 1978 werd deze firma van de ondergang gered door De Nederlandsche Bank (DNB), die daardoor en passant de toelevering van het bijzondere bankbiljettenpapier aan haar eigen huisdrukker Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem veiligstelde. Onder leiding van DNB werden de verschillende activiteiten van Van Houtum & Palm gesaneerd en verzelfstandigd. De letters VHP herinneren aan die episode van de Veiligheidspapierfabriek.

De geschiedenis van de fabriek aan de Hoenderloseweg in Ugchelen gaat terug tot 1644. De omgeving van Apeldoorn vormde toen de bakermat voor talloze bedrijfjes die het overvloedige en relatief 'zachte' Veluwse water benutten voor het wassen en bewerken van vezels. Sinds eind vorige eeuw komt er het waardevolle papier voor bankbiljetten vandaan.

Hoe het er precies aan toegaat in de Veiligheidspapierfabriek is streng geheim. Wareman: “Onze naam zegt het eigenlijk al. We bestrijken een internationaal en politiek gevoelig terrein, waarop het niveau van veiligheid afhangt van de zwakste schakel in je organisatie. Daarom dulden we geen pottenkijkers.”

Essentieel voor de fabricage van het bankbiljettenpapier zijn water en katoen. Het water moet van uitzonderlijke kwaliteit zijn. Het mag geen ijzeroxide bevatten, want dat tast de kleur en de kwaliteit van het papier aan. En waardeloos geld wil niemand. Onder Ugchelen zit zulk water op circa 100 meter diepte. Bij de katoen gaat het om de 'kammelingen'. Die vormen het deel van de vrucht van de katoenplant waarvan de vezels te kort zijn voor verwerking tot textiel.

De kammelingen worden gebroken (nog korter gemaakt), gebleekt en vermengd tot een pap waaraan kunststoffen worden toegevoegd om het eindresultaat sterker te maken en schoner te houden. Ook worden vezels toegevoegd die zijn behandeld met een fluorescerende stof. Daardoor lichten ze op onder ultraviolet licht, wat de controle op de echtheid (door winkeliers en banken) vergemakkelijkt.

Als de pap volgens recept in orde is, komt ze in een bassin waarin een cilinder ronddraait die is bespannen met enkele gazen van brons. In het bovenste gaas zijn reliëfs geperst, die de basis vormen van het watermerk. De cilinder neemt de pap op en zuigt het water er grotendeels uit. Zo ontstaat op de plek van de reliëfs verschil in papierdikte. Na drogen, persen en snijden zijn vellen papier ontstaan met elk 24 watermerken op exact dezelfde plaatsen. De vellen worden geteld en in een kluis bewaard voor transport naar de drukker.

Vorig jaar waren er 364,5 miljoen Nederlandse bankbiljetten in omloop. Dat was 3,7 procent meer dan in het jaar ervoor. Ze vertegenwoordigden een waarde van 38,6 miljard gulden (+0,8 procent). Van deze waarde namen de briefjes van 1.000 het grootste deel (39 procent) voor hun rekening, gevolgd door de briefjes van 100 (36 procent) en van 250 (13 procent).

In aantal ging het bij de duizendjes maar om vier procent van de circulatie, terwijl dat van de honderdjes boven de 35 procent lag. Het duizendje, ook wel oppot-coupure genoemd, gaat het langste mee: gemiddeld meer dan vier jaar. Van alle bankbiljetten samen ligt de gemiddelde levensduur op ongeveer 1,5 jaar.

Neemt de betekenis van bankbiljetten in het betalingsverkeer in de rijke landen gestaag af, in grote delen van de rest van de wereld is de groei volgens Wareman 'gigantisch'. Wereldwijd ligt de groei van het aantal biljetten dat in omloop is op gemiddeld vier procent per jaar. “Met name Zuid- en Midden-Amerika en Zuidoost-Azië zijn voor ons interessant. Afrika nog niet en Oost-Europa blijft moeilijk.”

Natuurlijk zal de VHP Veiligheidspapierfabriek als “toonaangevend fabrikant” (Wareman) van bankbiljettenpapier meedingen naar de orders die voor de euro te vergeven zijn. Eind vorig jaar waren in de Europese Unie meer dan 13,6 miljard biljetten in omloop. Het is de bedoeling ze uiterlijk in 2002 te vervangen door briefjes van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Denkend aan Europa, ziet Wareman zijn waardepapieren maar al te graag in euro's opgaan.

    • Joop Meijnen