Nederland gedraagt zich hypocriet rond de zachte dood

Het euthanasiedebat is met het deze week verschenen rapport over de werking van de meldingsplicht weer in volle hevigheid losgebarsten. Volgens de Amerikaan Herbert Herdin wordt in Nederland veel te weinig aandacht besteed aan pijnbestrijding. De dood wordt beschouwd als een gemakkelijke oplossing.

Niemand hoeft een pijnlijke dood te sterven. In 85 tot 95 procent van de gevallen dat patiënten zeggen dat ze hun leven willen beëindigen, kan hun lijden worden verzacht door palliatieve zorg (pijnbeheersing). Door bovendien aandacht te geven aan de psychologische aspecten van hun toestand veranderen ze van gedachten. Patiënten leven een paar maanden langer en zijn daar dankbaar voor. Mijn probleem is dat in Nederland die zorg niet wordt gegeven en de dokter gewoon zegt: 'Je wilt er een einde aan maken? Okee.'

Euthanasie wordt in Nederland toegepast zonder dat de arts nog twijfelt. Hij aanvaardt het gewoon. Vijfentachtig procent van de patiënten die om euthanasie vragen verkeren niet in een terminaal stadium, maar zijn bang voor die laatste fase. Ze zijn doodsbang voor pijn, voor aftakeling, en dat is begrijpelijk.

Het is mogelijk patiënten te verlossen van al hun lijden door sedering. Dit betekent dat pijnbestrijdingsmiddelen worden toegediend die tot een versnelling van de dood kunnen leiden. Deze mogelijkheid bestaat zonder de noodzaak om euthanasie wettelijk toe te staan.

Binnen de Amerikaanse wet kan een patiënt altijd zeggen: 'Ik wil worden gesedeerd.' Dat betekent, ik wil in slaap gebracht worden. De patiënt kan daarnaast voedsel en vloeistof weigeren, zodat hij sneller aan zijn ziekte doodgaat. Het is niet toegestaan hem dat dan toch te geven. Het gaat hier om terminale gevallen, dus de patiënt overlijdt dan binnen een paar uren of dagen. Dat is een medisch erkende procedure die over de gehele wereld wordt toegepast.

Wie dat wil, kan dit euthanasie noemen. Er is echter een levensgroot verschil met wettelijk geregelde euthanasie. Sommige mensen zullen dat nooit zien, maar de halve wereld ziet wel een verschil. Voor de medische procedure is de wet niet nodig. Als het binnen de wet wordt gesanctioneerd moeten regels worden opgesteld die het parlement goedkeurt en artsen moeten volgen.

Maar er is geen geen huwelijk mogelijk tussen de wet en de geneeskunde. Het werkt niet. In Nederland blijkt dat artsen weinig zin hebben om gevallen aan te melden bij de officier van justitie, hoewel ze weten dat als ze de richtlijnen volgen niemand hen zal lastigvallen. In veel gevallen van de laatste jaren dat er wel een zaak kwam, was dat omdat artsen bewust de richtlijnen veranderd wilden zien en een zaak uitlokten.

Nederlanders hebben een paradoxale houding ten opzichte van autoriteit. Als je probeert ze tot iets te verplichten, doen ze het niet. Anderzijds kennen ze autoriteit toe waar Amerikanen dat nooit zouden doen. Ze erkennen een soort heiligheid en autoriteit in een arts, die in de Verenigde Staten ongekend zijn.

Nederlanders vervolgen hun artsen dan ook nauwelijks. Toen ik eens in Nederland zei dat het systeem de patiënten niet voldoende beschermt, zei Herbert Cohen, hoofd palliatieve zorg in de Daniel Den Hoed Kliniek: 'Nederlanders zouden niet eens begrijpen dat patiënten tegen artsen moeten worden beschermd'.

Ik heb mensen in Nederland gesproken in de palliatieve zorg die zeggen dat veel artsen niet gemotiveerd zijn om meer te leren over deze zorg omdat het gemakkelijker is euthanasie te leren. Palliatieve zorg is nu eenmaal een zeer moeilijke vorm van geneeskunde. Je moet voortdurend weten wat je doet en het vergt ook veel van jezelf om veel tijd door te brengen met stervende patiënten.

In Nederland is men met de euthanasie begonnen voor de enorme ontwikkelingen van de laatste tien jaar. Het is nu veel gemakkelijker om aan pijnbeheersing te doen. Door palliatieve zorg blijft het een medische kwestie. Veel artsen lopen weg bij stervende patiënten. Als euthanasie wordt gelegaliseerd of toegestaan, wordt dat alleen maar erger.

De dood wordt beschouwd als een gemakkelijke oplossing. Minister Borst heeft eens opgemerkt dat wie een een paar keer euthanasie heeft gepleegd gewend raakt aan de besluitvorming. De arts krijgt het gevoel dat hij het beste weet wie moet blijven leven en wie moet sterven. Het geeft een overdreven gevoel van eigen kennis en capaciteiten, waardoor het idee ontstaat dat niemand meer hoeft te worden geraadpleegd.

Er zijn mensen die het een paar keer doen en dan doorgaan en zich rechtvaardigen door het vaker te doen. Daarna propageren ze euthanasie en schrijven erover. In de Verenigde Staten lopen dergelijke artsen ook rond. Sommigen kunnen je vertellen dat iemand helpen bij het sterven een van de meest betekenisvolle ervaringen in hun leven is. Dat heeft iets vreemds. Ze zeggen bijvoorbeeld dat het zo mooi is om deel te worden van een familie als je die stervenservaring met hen deelt. Misschien is het wel verslavend.

Door euthanasie te plegen identificeer je je als arts met de dood. Je wordt sterker dan de dood, omdat de arts bepaalt wanneer de patiënt doodgaat, en niet een of andere ziekte. Artsen hebben soms ook de neiging om stervende patiënten te vermijden. Maar het is natuurlijk de taak van een arts om ook bij de patiënt te blijven als hij geen raad meer weet om zijn lijden te verlichten. To care beyond cure. Dat gebeurt in Nederland te weinig. Als artsen beter op de hoogte waren van palliatieve zorg zouden ze minder overgaan tot het plegen van euthanasie.

Nederland moet niet verder streven naar legalisering, maar het is niet waarschijnlijk dat dat gebeurt. Wat de Nederlanders moeten doen is meer een open discussie voeren over de kwestie. Op dit moment is er te veel de neiging om te bewijzen dat het systeem werkt.

Er zouden meer meningen moeten worden gehoord van artsen en zorgspecialisten die de medische gevestigde orde nu niet wil horen. Ze moeten daar niet al te bang voor zijn. Het klimaat moet veranderen. Er zijn veel mensen in de palliatieve zorg die niet willen praten over wat ze weten.

De kopstukken in de Nederlandse geneeskunde weten dat er problemen zijn maar willen het niet toegeven. Het probleem met Nederland is dat artsen niet willen erkennen dat er ook problemen zijn en dat er fouten zijn gemaakt.

De Nederlandse artsenorganisatie KNMG verdedigt elke arts, wat er ook is gebeurd. Nederlandse artsen zijn als de Nederlandse bevolking: ze verdedigen het beleid omdat ze geen munitie willen geven aan de tegenstanders van het beleid. Nederlanders beschouwen hun fouten vaak niet als fouten.

Veel artsen maar ook mensen in het rechtssysteem nemen overtreders in bescherming, omdat ze bang zijn dat ze anders het systeem schade toebrengen. Het systeem is er meer mee gediend als de overtreders worden gestraft. Dan had men zich maar aan de regels moeten houden.

In Amerika wordt gerechtigheid geofferd aan het doel een rechtszaak winnen; in Nederland wordt gerechtigheid geofferd aan het hogere doel van sociale harmonie.

    • onder de Titel 'De Dood Als Verleider. de Holland
    • Herbert Hendin