Nationalistische partij Baskenland tergt socialisten

MADRID, 27 NOV. Stinkt het in de coalitieregering van de Spaanse regio Baskenland dermate dat er met de neuzen dicht gewerkt moet worden? Ja, zegt Xavier Arzalluz, de onbetwiste leider van de Baskisch-nationalistische PNV, de grootste partij in Baskenland die samen met de socialistische partij de regio regeert. Nee, zegt José Antonio Ardanza, zijn partijgenoot en de president van Baskenland, ik hoef mijn neus niet dicht te doen.

De door de terreur van de Baskische afscheidingsbeweging ETA geplaagde regio Baskenland scheerde de afgelopen dagen langs een politieke crisis. Woedende socialisten dreigden uit de regioregering te stappen, nadat de Baskische leider Arzalluz afgelopen zondag fel naar hen was uitgevallen. Alleen door de ogen, oren en soms de neus af te dekken was het mogelijk met de socialisten Baskenland te regeren, vond Arzalluz.

Xavier Arzalluz leidt sinds begin jaren tachtig de PNV, de Baskisch-nationalistische partij die zich graag mag presenteren als het gematigde, democratische alternatief voor de radicale ETA-aanhang. De Baskische voorman staat evenwel bekend om zijn demagogische talenten en extremistische uitvallen. De herdenking afgelopen zondag van Sabino Arana, de racistische en nationalistische romanticus die in de vorige eeuw de PNV oprichtte, vormde andermaal een goede gelegenheid voor Arzalluz om het meer radicale deel van zijn aanhang te paaien.

Beledigingen worden daarbij niet geschuwd. Allereerst aan het adres van de socialistische voorman en Baskische regiominister van Justitie, Jáuregui, wiens kritiek op het Baskisch-nationalistisch gedachtegoed Arzalluz danig in het verkeerde keelgat bleek te zijn geschoten. Maar ook in de richting van de rechters in Baskenland, die volgens de nationalistische leider maar beter hun koffers kunnen pakken als ze de Baskische taal niet machtig zijn. Dat deze taal slechts door een zeer kleine minderheid in Baskenland regelmatig wordt gesproken deed daarbij minder ter zake.

Regiopresident Ardanza - die vanwege zijn slaafse volgzaamheid aan Arzalluz spottend de “president met afstandsbediening” wordt genoemd - mocht de afgelopen dagen de wonden helen met sussende verklaringen. Zelf bood Arzalluz zijn excuses aan door te zeggen dat zijn aanval niet zozeer de socialistische partij betrof alswel haar leider Jáuregui.

De regering van Baskenland is daarmee gered. Maar van verschillende zijden is er al op gewezen dat de uitlatingen van Arzalluz hun werk hebben gedaan. Rechters in Baskenland, die regelmatig bedreigd worden, hebben de vrees geuit dat de uitlatingen een rechtvaardiging voor de ETA vormen voor nieuwe aanslagen. De oproep van Arzalluz aan de Spaanse regering met de ETA te onderhandelen wordt ook gezien als een schending van de afspraak tussen de democratische partijen in Baskenland om als voorwaarde te stellen dat de ETA eerst moet ophouden met zijn terreuracties.

    • Steven Adolf