Mooi en bont passieverhaal voor het Rijksmuseum

Tot 19/1 in de zaal achter 'De Nachtwacht' samen met tekeningen en met een drieluik van Cornelis Engebrechtsz.

AMSTERDAM, 28 NOV. Met de aankoop van een 16de-eeuws paneel heeft het Rijksmuseum in Amsterdam de komst, het werk en het vertrek gemarkeerd van Henk van Os. In de zeven jaren van zijn algemeen directeurschap slaagde hij er onder meer in het aandeel Nederlandse bezoekers aan het Rijksmuseum, jaarlijks in totaal een miljoen, van twintig naar minimaal veertig procent op te voeren.

Het uitzonderlijk mooie en grote paneel De Calvarieberg (172,5 bij 119 cm), vermoedelijk in 1520 vervaardigd door de Leidse meester Cornelis Engebrechtsz., is gisteren in een aparte zaal gepresenteerd, naast een kopie naar een tekening van Albrecht Dürer, waarvan de compositie is afgeleid. De schildering verhaalt over de voorbereiding tot de kruisiging. Jezus' tocht naar Golgotha, wordt de toeschouwer voorgeschoteld als een kernachtig beeldverhaal. Het laat zich vanaf de hoek rechtsonder zig-zag naar de linker bovenhoek lezen, waar zich de fluweelblauwige contouren van Jeruzalem aftekenen.

Op verschillende niveaus zijn tientallen figuren met markante koppen, druk in de weer met het uitkleden, het bespotten en het kruisigen van Jezus. Hij wordt hardhandig van zijn kleed ontdaan, terwijl op de voorgrond ruig volk er al baldadig om zit te dobbelen. Iets verderop treedt Jezus weer op, nu naakt en peinzend als Le Penseur van Rodin, en gadeslagen door de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus, die vanaf de zijlijn, rechts, het paneel komt binnen galopperen. Terwijl hij gelaten wacht op het moment dat zich boven zijn hoofd al heeft vertrokken, zijn kruisiging, bejegent het publiek Jezus met pesterijen en obscene gebaren. Middenin in het paneel ligt nog de lijkwitte, want flauwgevallen Maria. Die centrale plaatsing en de ruimte om haar heen accentueren haar betekenis.

Voor de laat-middeleeuwse gelovige mag dit devotie-stuk dan als voertuig hebben gediend om het passieverhaal mee te beleven, intenser te bidden en zodoende dichter bij god te komen, wie het bijbelverhaal niet kent, ziet, dankzij de wervelende compositie van zeven opeenvolgende scènes en de stralende tinten waarin beulsknechten en toeschouwers gekleed gaan, een wreed, maar ook een levendig sprookje.

“De beslissing om dit paneel aan te kopen is breed gedragen”, vertelde gisteren Jan Piet Filedt Kok, directeur collecties, bij de presentatie, “en het sluit prachtig aan bij de belangstelling van Henk van Os voor de privé-devotie.” Van Os, specialist in de vroege schilderkunst van Siena, stelde zelf in 1994 de tentoonstelling Gebed in Schoonheid samen, vijftig unieke voorwerpen met betrekking tot de 14de- en 15de-eeuwse gebedspraktijk.

Niet bekend

Omdat op een van de soldatenzwaarden een 'L' voorkomt, is het schilderij jarenlang toegeschreven aan Lucas van Leyden (1494-1533). Men houdt het nu op 'Leidse school', en wellicht op Van Leydens leermeester, Cornelis Engebrechtsz. (1468-1527), die met zijn drie zonen in Leiden een atelier dreef. Net als andere plaatselijke kunstenaars liet hij zich beinvloeden door het vervloeiende kleurgebruik, de zogenaamde 'changeant'-kleuren van de Antwerpse school.

Behalve dit schilderij zal ook een minder opzichtig kunstwerk aan de scheidende directeur herinneren. Een foto-portret in zwart, gemaakt door Erwin Olaf. Hij liet Van Os, plechtig en recht-toe-recht-aan, naast De Calvarieberg poseren. Morgen zal verder nog officieel een onderzoeksfonds worden opgericht dat tot doel heeft de geschiedschrijving over het Rijksmuseum te intensiveren. In het jaar 2000 bestaat het museum 200 jaar en vooral over de beginperiode - vanaf 31 mei 1800 als Nationale Konst-Gallery in Huis ten Bosch gevestigd - is relatief weinig bekend. Met jaarlijks vijf beurzen van 15.000 gulden hoopt het museum in die lacunes te voorzien. Voor de beste van deze publikaties wordt de prof.dr. H.W. van Os-prijs ingesteld. Hetzelfde fonds moet ook garant staan voor de aanschaf van objecten die gerelateerd zijn aan de museumgeschiedenis. Een stuk is er al: een tegeltableaeu met drie gratiën, ontwerpen door George Sturm die verantwoordelijk was voor een groot deel van de decoratie van het Rijksmuseum. Het werven van de twee ton die dit fonds jaarlijks nodig heeft, dient Van Os nu aan zijn opvolger Ronald de Leeuw, bijna oud-directeur van het Van Gogh Museum in Amsterdam, over te laten. Want vanaf maandag is hij weer hoogleraar, nu niet in Groningen, maar aan de Universiteit van Amsterdam.