Mladic legt zich neer bij ontslag als opperbevelhebber

PALE, 28 NOV. Generaal Ratko Mladic, legerleider van de Bosnische Serviërs, heeft zich alsnog neergelegd bij zijn ontslag. Hij droeg gisteren het commando over aan zijn plaatsvervanger, die het op zijn beurt vandaag heeft overgedragen aan de generaal die door de politieke leiding van de Serviërs al begin deze maand tot opperbevelhebber was benoemd.

Mladic stemde met zijn ontslag in nadat gisteren het parlement van de Servische Republiek in Bosnië zich met 55 stemmen voor, nul tegen en zeven onthoudingen achter het ontslag had geschaard.

Kort daarop stuurde generaal Mladic de president van de Servische Republiek, Biljana Plavsic, een brief waarin hij meldde zich bij zijn ontslag neer te leggen. Hij droeg het commando over aan generaal Manojlo Milovanovic, zijn plaatsvervanger. Deze droeg het vandaag over aan generaal Pero Colic, die de steun van de politieke leiding van de Servische Republiek geniet.

In zijn brief vroeg Mladic de president wel om garanties voor de officieren en soldaten die de afgelopen weken in het conflict met de politieke leiders zijn kant hebben gekozen.

Plavsic ontsloeg eerder deze maand Mladic met het argument dat ze hem niet kon herbenoemen aan de top van het Bosnisch-Servische leger omdat de internationale gemeenschap hem van oorlogsmisdaden beschuldigt.

Ze ontsloeg met Mladic tachtig hoge officieren in het kader van een hervorming van het leger. Mladic en zijn ontslagen legertop weigerden echter het ontslag te accepteren en verschansten zich in hun hoofdkwartier in Han Pijesak.

Op de zitting van het parlement van de Bosnische Serviërs zei Plavsic gisteren dat het ontslag van Mladic en zijn medestanders een eind moet maken aan een “jarenlang” bestaande breuk tussen de legertop en de politieke leiding van de Servische Republiek.

Tijdens de zitting van het parlement in Jahorina kwam het gisteren tot een incident toen de zeventien moslim-leden van het parlement en de enige etnische Kroaat wegliepen. Ze maakten zich kwaad over een beslissing van de etnisch-Servische leden van het parlement hun geen stemrecht te geven.

De Serviërs besloten dat de moslims en de Kroaat, hoewel zij gekozen zijn tot lid van het parlement, geen recht hebben om deel te nemen aan stemmingen omdat ze hebben geweigerd de eed van trouw aan de Servische Republiek af te leggen. De achttien niet-Serviërs hebben dat inderdaad geweigerd, omdat die eed tevens een eed van trouw aan het orthodoxe geloof inhoudt. (Reuter, AP)