MINESTRONE-SOEP VOOR ÉÉN AS

De euro van de Oudheid. Tot en met 31 maart in Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet, Rapenburg 28, Leiden. Openingstijden: dinsdag tot en met zaterdag 10-17 uur; zon- en feestdagen 12-17 uur. Toegang volwassenen 7 gulden, 65-plussers en kinderen tot 18 jaar 6 gulden, kinderen tot 6 jaar gratis.

De euro kent een voorganger: de denarius. Deze eenheidsmunt werd gebruikt in het Romeinse rijk van keizer Augustus, die heerste van 31 v.Chr. tot 14 n.Chr. Overeenkomsten en verschillen tussen de toekomstige euro en de denarius ('de euro van de oudheid') worden op het ogenblik zichtbaar door middel van een tentoonstelling in het het museum Het Koninklijk Penningkabinet in Leiden.

Het hele gebied rondom de Middellandse Zee alsmede Noordwest-Europa tot aan de Rijn en de Donau behoorde tot het rijk van Augustus. Munten bestonden er al wel in die tijd - de Romeinen kenden ze al sinds 280 v.Chr. als betaalmiddel, waaronder de zilveren denarius sinds 211 v.Chr. De munten werden nog niet als algemeen betaalmiddel gebruikt, maar voornamelijk als soldij.

Augustus stichtte een monetair stelsel, waarin de denarius de centrale munt werd en de sesertius de rekeneenheid. De denarii werden in miljoenenvoud geslagen en konden in het gehele rijk als betaalmiddel worden gebruikt, dus van Syrië tot Frankrijk en van Gibraltar tot de Rijn. Het stelsel bestond uit negen munten. Een daarvan was de as. Een bord minestrone-soep kostte één as.