Met airbag, katalysator, kooiconstructie en 15 kleuren; Nieuwe Mini bindt strijd met concurrenten aan

ROTTERDAM, 28 NOV. De Mini, met zijn ruim 37 jaren - op de modellen van Morgan na - de langst in produktie zijnde auto, is na een kortstondige afwezigheid weer terug.

Nadat Rover Nederland onlangs de import van het wagentje staakte, heeft het bedrijf Ben van Leeuwen in Aarlanderveen die weer ter hand genomen. Het bedrijf gelooft dat de Mini, met sterk verbeterde veiligheids-, milieu- en accessoire-aanpassingen, de strijd aankan met moderne concurrenten die gemiddeld zo'n zesduizend gulden goedkoper zijn.

Op de Motorshow van Birmingham presenteerde Rover onlangs nog de nieuwe Mini, geheel aangepast aan de moderne eisen, die zeker tot de volgende eeuw in produktie zal blijven. Rover Nederland ziet er echter geen brood meer in.

Ben van Leeuwen, een bedrijf dat zich de afgelopen zeventien jaar heeft gespecialiseerd in Mini's, neemt de import nu zelfstandig ter hand. De nieuwe Mini's zijn uitgerust met een airbag voor de bestuurder en een kooiconstructie voor de zijportieren. Voorts zijn de auto's voorzien van een driewegkatalysator.

Het decennia oude concept is volgens de importeur ruimschoots aangepast aan de eisen van deze tijd. Er kan worden gekozen tussen een Mini of een Mini Cooper, beschikbaar in vijftien kleuren, waarvan er een aantal teruggrijpen op de kleuren die in de jaren zestig populair waren.

De Mini volgde in augustus 1959 de Morris Minor op, de auto bij uitstek voor de wijkverpleegster en het antwoord op Hitlers Volkswagen. De Mini moest de remedie zijn voor de Suez-crisis. Ontwerper Alec Issigonis, geboren in het Turkse Izmir, die de Minor al op de tekentafel had getoverd, moest zich buigen over een nieuw concept.

De Mini was het resultaat. Een wagentje van ongehoord kleine afmetingen met niettemin imposante binnenruimte. De tijd en het budget die Issigonis werden gegeven om met zo'n concept te komen was al even ongehoord benepen.

Hoewel de roemruchte Britse auto-industrie nimmer een zo succesvol model maakte voor zo lage onderzoek- en ontwikkelingskosten, heeft British Motor Corporation er nooit iets aan verdiend. Toen de auto werd geïntroduceerd in 1959 was alleen vastgesteld dat hij goedkoper moest zijn dan de toenmalige Ford Anglia. Over een reële kostprijs was niet nagedacht.

Pas in 1977, toen de boekhouding van Leyland Cars werd geautomatiseerd, kon men met een druk op de knop zien dat het wagentje tot dan toe uitsluitend voor verlies had gezorgd. Het bleek bij nadere beschouwing een ingewikkeld concept, waaraan te veel handen te pas moesten komen. Een goede berekening leerde dat er in vergelijking met de concurrentie 35 procent te veel werk aan werd verricht. Ook al werd daar, in weerwil van de machtige vakbonden, iets aan gedaan, de wet bleef van kracht dat aan goedkope auto's ook weinig wordt verdiend.

De Mini heeft de Britse auto-industrie dus ook nooit iets goeds gebracht. De compacte auto, met z'n vele flensnaden en ongekend veel schroeven en moeren heeft daarom nooit kunnen opboksen tegen modernere generaties van Renault, Fiat of de Japanse merken. Maar de Mini heeft onmiskenbaar een eigen karakter behouden. En daarmee zou hij de volgende eeuw moeten halen.

    • Bram Pols