'Meneer Juppé heeft nooit gebrek aan benzine'

BORDEAUX, 28 NOV. “We vertrekken pas als we onze zin hebben en als het moet blijven we hier tot Pasen”, roept Maurice (48), een Franse vrachtrijder die bij Bordeaux met enkele tientallen collega's een wegblokkade bemant.

Het vanochtend gestaakte overleg in Parijs tussen hun werkgevers en hun vakbonden heeft hun één zekere overwinning opgeleverd. De regeling voor vervroegd pensioen is erdoor, maar over twee andere eisen - doorbetaling van loon tijdens wachten in werktijd en een algehele loonsverhoging van tien procent - bestond bij de mannen van het eerste uur vanochtend grote onduidelijkheid.

“Er is veel tijd besteed aan heel weinig”, zegt Patrice (34). “We wachten op de details. Als de bonden zeggen dat we moeten stoppen, breken we op. Zo niet, dan gaan we door.”

Hier, op een landtong tussen de Dordogne en de Garonne, richtten deze beroepschauffeurs elf dagen geleden de eerste barrages in. Sindsdien zijn het er 250 geworden. De plek was zorgvuldig gekozen. Met in totaal enkele honderden vrachtauto's blokkeerden zij de twee gigantische brandstofdepots die onder normale omstandigheden de hele zuidwesthoek van Frankrijk voorzien van diesel en benzine. In Bordeaux zijn nu de meeste tankstations gesloten: een ochtendspits is er niet meer. Alleen de politie en de hulpdiensten kunnen vrijelijk over brandstof beschikken.

Deze plek was om nog een reden strategisch van belang. Bordeaux is de stad waar premier Juppé burgemeester is. Het aantrekken van de strop rond zijn stad zou hun belangen in Parijs geen kwaad doen, redeneerden de chauffeurs.

Als gebaar van goede wil lieten de routiers vanochtend wel de buitenlanders vertrekken die al dagen in de barrage bekneld staan. Jaime (45), een Spaanse chauffeur, zwaait naar de camarades als hij in de cabine van zijn tankwagen met stookolie klimt. In zijn hand heeft hij een vrijgeleide: een brief waarin de vakbond CGT verklaart dat Jaime ook andere blokkades voorbij mag, en die hij aan zijn baas kan geven om te laten zien dat hij niet vrijwillig drie kostbare dagen heeft verloren.

De mannen bij de brandstofdepots van Ambès discussiëren rond een vuurtje met glaasjes pastis over de vraag of ze nu gewonnen hebben of niet. De harde lijn overheerst: we gaan door, wat er ook gebeurt. Een enkeling, zoals Thierry (33) oppert voorzichtig dat het na elf dagen misschien wel welletjes is geweest en dat de strijd misschien op een andere wijze kan worden voortgezet.

Spijt over de gevolgen voor de stad hebben ze in elk geval niet. “Haha”, schatert Bernard (38), “natuurlijk heeft Bordeaux geen benzine meer. Daar was het ook allemaal om begonnen!”

“Meneer Juppé heeft zelf nooit gebrek aan benzine”, zegt een ambtenaar die elke dag twintig kilometer moet rijden naar zijn werk in Bordeaux. “Onze burgemeester? Nee, die zien we hier maar zelden, zegt een mevrouw in een boekwinkel. “Dat is een Parijzenaar.”

Alain Juppé, eerste minister van Frankrijk en eerste burger van Bordeaux, is er op de elfde dag van de chauffeursstaking niet populairder op geworden. Nog maar twintig procent van de Fransen vindt dat hij het goed doet, daarmee duikt hij zelfs onder het cijfer van de impopulaire socialistische premier Edith Cresson. In de stad waar hij zijn dubbelfunctie van burgemeester uitoefent en waar de blokkades vorige week begonnen, kan het niet veel beter liggen, leert een snelle steekproef onder inwoners.

De Bordelais gokken er op dat de staking niet eeuwig kan duren. Met de fiets of carpoolend komen ze ook een eind. Bovendien lijden zij voor een goed doel: ook hier ondervinden de chauffeurs veel sympathie voor hun eisen. Maar wat hen wel steekt is, dat de premier zijn stadgenoten nooit zegt dat ze sommige narigheid misschien aan zijn andere baan te wijten hebben.

“Problemen in Frankrijk voelt Bordeaux altijd het eerst”, zegt een ingenieur die in zijn middagpauze een bord zuurkool zit te eten. “In oktober was hier een bomaanslag op het stadhuis, omdat de Corsicaanse separatisten het met de regering in Parijs aan de stok hebben. Nu hebben we de chauffeursstaking en morgen is het weer iets anders. Maar intussen heb ik Juppé op de televisie nog nooit het woord 'Bordeaux' horen uitspreken.”

De premier, druk in Parijs of niet, is wel degelijk begaan met zijn stad, zegt een geïrriteerde gemeentewoordvoerder Joyeux. “Hij komt altijd op donderdagavond en vertrekt op maandag. Ik kan u wel een lijst geven van zijn activiteiten in het afgelopen weekeinde.” Hij loopt weg en komt even later rood aangelopen terug. “Ik kan u de lijst niet geven, want die moet nog officieel worden goedgekeurd. Stuurt u morgen maar een fax met een nieuw verzoek.”

Dubbelfuncties van Franse ministers zijn nooit onderwerp van veel discussie geweest. Links en rechts grossierden erin. De huidige minister van Ruimtelijke Ordening, Gaudin, is burgemeester van Marseille, en ook nog eens voorzitter van het regiobestuur Provence-Alpes-Côte d'Azur. De voorzitter van het departement Haute-Loire, Jacques Barrot, is ook minister van Sociale Zaken. En Juppé is behalve premier en burgemeester ook nog partijvoorzitter van de RPR. Politici zeggen dat ze op die manier goed voeling houden met het volk. Het volk van Bordeaux gelooft juist het omgekeerde.

“Ik begrijp goed dat Juppé een zware verantwoordelijkheid heeft in de hoofdstad”, zegt een hotelhouder, “maar dan moet hij niet doen alsof hij dat kan combineren met het burgemeesterschap van een stad als Bordeaux. Hij is hier op vrijdag en hij is hier op maandag. Dan opent hij wat en houdt hij hier en daar een toespraakje. Wat hij in het weekeinde doet weet ik niet, maar wij zien hem in elk geval niet.”

Ook als Juppé er niet is, functioneert de stad prima, antwoordt de inmiddels briesende gemeentewoordvoerder op de kritiek van zijn stadsgenoten. Hij ontkent dat de premier op het ogenblik een speciale verantwoordelijkheid zou dragen voor de voortgang van het openbare leven in Bordeaux. “En voor problemen door de chauffeursstaking moet u bij de préfecture wezen, want dat is een regionale kwestie. Wat zeg ik, een nationale kwestie.”

Hoe de nationale kwestie voor Bordeaux uitpakt zal - als er niet eerder een oplossing is - volgende week blijken. Enkele tankstations konden onder politiebewaking gisteren nog worden bevoorraad. Sommige pomphouders hebben op eigen initiatief via-via benzine uit Spanje laten komen. Maar veel tankstations zijn afgesloten met rood-wit plastic lint. Waar nog wel benzine te koop is, staan lange rijen hamsteraars, ook al heeft de prefect laten weten dat er nog geen reden tot paniek is. Maar volgens de krant Sud Ouest, die een rondgang liet maken langs bedrijven en overheidsinstellingen, komt volgende week de bodem van de laatste brandstoftanks in zicht.

Niet bij politie, brandweer en ambulances, die noodvoorraden hebben, en ook niet bij artsen en schoolbussen die brandstofbonnen hebben gekregen. Maar wel bij de bedrijven die nu nog de eindjes aan elkaar kunnen knutselen. Die kunnen dan hun produkten niet meer afvoeren, noch grondstoffen aanvoeren. Zo zegt de regionale zuivelreus Le Petit Basque te vrezen dat vaste klanten over zullen gaan op een ander merk als de kaasjes en potjes yoghurt hen niet langer bereiken. Ook de post zal niet meer elke dag bezorgd kunnen worden. En het elektriciteitsbedrijf komt alleen nog voor echte noodgevallen aan de deur. De ziekenhuizen gaan over op gasgeneratoren, maar of het personeel nog kan komen is de vraag. De luchthaven van Bordeaux heeft nog wel een voorraad kerosine voor tien dagen; daar wordt mogelijk gebeden dat de staking van Franse piloten en luchtverkeersleiders nog even aanhoudt.

De Bretonse vishandelaar heeft er ook iets op gevonden. Met kleine vrachtautootjes die de snelwegen mijden heeft hij zijn aanvoer voorlopig weten te garanderen. Bij de piepschuimen dozen vol glanzende tongen en zeeduivels op scherfijs heeft hij een bordje neergezet: 'Geen brandstof meer, maar wel vissen.'

Misschien heeft het toch voordelen als je burgemeester de premier is. Vorige week hield Juppé een toespraak tot een nationaal congres van burgemeesters. Daar zei hij dat te veel beslissingen over geldzaken van grote steden in de hoofdstad worden genomen. Dat moest afgelopen zijn en daarom had hij besloten om burgemeesters de beschikking te geven over speciale fondsen waaruit zij naar eigen inzicht urgente projecten kunnen uitvoeren.

Een restauranthouder in de stationsbuurt van Bordeaux moet het nog zien. Tien jaar geleden had hij nog vier man in dienst. Zijn omzet heeft hij daarna grotendeels naar le fast food zien verlopen. En van de weeromstuit heeft hij nu ook maar een pizza-oven in zijn zaak gezet. Nu is hij chefkok en de enige ober. Eerst stemde hij Mitterrand, daarna Chirac en bij de volgende verkiezingen gaat hij niet stemmen. “Ik heb alles geprobeerd en alles gehoopt”, zegt hij. “Maar niemand heeft het voor mij en deze wijk opgenomen. Ik zou wel eens een nieuw gezicht in de politiek willen zien. Maar ja, dan moeten wij een nieuwe revolutie beginnen.”

    • Hans Steketee