Loonsubsidie voor WAO'er trekt niet

DEN HAAG, 28 NOV. Het plan om werkgevers subsidie te geven als ze een arbeidsongeschikte in dienst houden is mislukt. Dat blijkt uit cijfers van het Tijdelijk Instituut voor Coördinatie en Afstemming (Tica) voor de sociale zekerheid.

Twee jaar geleden ging de Tweede Kamer akkoord met het voorstel om werkgevers die een WAO'er terugnemen in hun bedrijf een loonkostensubsidie te geven van 25 procent van het bruto loon. Ook kan de werkgever een subsidie van maximaal 4.000 gulden krijgen voor training en begeleiding van de werknemer die in het eigen bedrijf wordt herplaatst.

Voor de loonkostensubsidie werd in 1995 15 miljoen gulden uitgetrokken, een bedrag dat in 1999 moet oplopen tot 85 miljoen. De Kamer verwachtte dat in 1995 3.300 keer een beroep zou worden gedaan op de subsidie. Uit de cijfers van het Tica blijkt dat vorig jaar slechts 143 maal een loonkostensubsidie is verstrekt voor een totaalbedrag van 585.000 gulden. Werkgevers blijken vooral wegens de administratieve rompslomp af te zien van de subsidie.

De 'loonkostensubsidie eigen werkgever' maakt deel uit van een aantal subsidieregelingen om arbeidsongeschikten aan een baan te helpen. Het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) constateerde vorig jaar al dat de feitelijk verstrekte subsidies ver achterblijven bij de verwachtingen van het kabinet.

“Het is niet overdreven te stellen dat de loonkostensubsidie niet werkt”, meent Tica-voorzitter J.F. Buurmeijer. Hij ziet de cijfers als een bewijs voor het falen van het grote aantal maatregelen waarmee wordt geprobeerd gedeeltelijk arbeidsongeschikten aan het werk te krijgen. Buurmeijer pleit daarom in een gesprek met deze krant voor het overboord gooien van alle bestaande instrumenten.

Volgens de voorzitter missen alle reïntegratie-instrumenten de belangrijkste eigenschap: koppeling van de belangen van de partijen die baat hebben bij een baan voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikte. Volgens Buurmeijer vertegenwoordigt de gedeeltelijk arbeidsongeschikte een “rugzak met geld”, wegens de diverse financieringsbronnen voor reïntegratiemaatregelen. Dit bedrag zou verdeeld kunnen worden over de oude en nieuwe werkgever, een eventuele bemiddelaar en de arbeidsongeschikte zelf. “Tot nu toe is nog nooit geprobeerd de belangen van de één te koppelen aan die van de ander”, meent Buurmeijer.