Leger Algerije houdt ook na referendum de macht

Vandaag moeten 16 miljoen Algerijnse kiesgerechtigden zich in een referendum uitspreken over een nieuwe, door de overheid voorgestelde grondwet. Het aantal ja-stemmers is naar verwachting voldoende om de president grondwettelijk tot 'sterke man' te maken. Maar de legertop blijft achter de schermen aan de touwtjes trekken.

Iedereen was verbijsterd vorig jaar november: meer dan 75 procent van de Algerijnse kiesgerechtigden bleek zich niets te hebben aangetrokken van de dreigementen van de GIA (de Gewapende Islamitische Groep) om alle stembusgangers een kopje kleiner te maken. Zij waren tegen de verwachting in naar de stemlokalen gekomen om president Liamine Zéroual in zijn ambt te bevestigen en daarmee aan te geven dat zij zijn beloften van 'vrede' en 'rust' onderschreven.

De door zijn collega-generaals benoemde Zéroual werd inderdaad met een ruime meerderheid (61 procent van de uitgebrachte stemmen) gekozen. Zijn beloften kwamen alleen niet uit. De aanslagen van de laatste maanden - niet toevallig bij scholen, op druk bezochte markten en tegen bussen en treinen - zorgden voor een record aantal slachtoffers onder de burgers.

Dat kwam de overheid bijzonder ongelegen. Zij probeert immers het beeld te creëren van een moderne, sterke en democratische rechtsstaat, gebaseerd op vrijheid van meningsuiting, meer politieke partijen, markteconomie en sociale rechtvaardigheid. Zij zegt er niet bij dat 'het nieuwe Algerije' onder leiding moet blijven van de militaire machthebbers van 'het oude Algerije'.

In de door Zéroual in het vooruitzicht gestelde samenleving passen geen moorden, ontvoeringen, bomaanslagen, afpersingen en bedreigingen. Vandaar dat de overheid geen moeite spaarde om de werkelijkheid met een dikke mantel van geheimhouding te verhullen. Niettemin legden de kranten, die onder scherp toezicht van de overheid staan, de afgelopen weken stukjes van de werkelijkheid bloot - ondanks de zware sancties die zij met zulke berichtgeving riskeren. Een aantal kranten uitte zelfs felle kritiek dat dorpelingen in de omgeving van de stad Blida bij tientallen tegelijk konden worden afgeslacht, zonder dat de strijdkrachten ingrepen. De overlevenden vluchtten massaal en keerden pas naar hun huizen terug, nadat zij jachtgeweren hadden gekregen om zich te verdedigen.

Die passiviteit van de militairen was opmerkelijk. In de eerste plaats omdat Blida niet alleen een centrum is van religieus extremisme, maar ook het grootste aantal militaire kazernes van Algerije herbergt. In de tweede plaats omdat de strijdkrachten vorig jaar wèl in staat bleken te zijn om het terrorisme van de moslim-extremistische groepen vóór, tijdens en na de presidentsverkiezingen een tijdelijk halt toe te roepen.

De politieke fijnproevers in Algerije brengen deze twee gegevens in direct verband met de kritische berichtgeving van een aantal kranten. De ervaring leert dat de betreffende hoofdredacteuren de grenzen van wat wèl-en-niet-mag heel goed kennen. Zij hadden dan ook niet zo ondeugend kunnen schrijven zonder de aanmoediging en bescherming van bepaalde personen in Le Pouvoir, de militaire machthebbers achter de regering. Dezen gunnen van harte Zéroual het presidentschap; hij mag regeren zoveel hij wil. Maar hij mag geen al te sterke president zijn - conform de ongeschreven afspraak binnen de legertop dat de president in de eerste plaats de generaals en hun belangen dient te vertegenwoordigen, en daarom nooit meer dan de eerste onder zijn gelijken mag zijn.

Dat was de reden waarom president Zéroual, die tevens hoofd is van de strijdkrachten, de afgelopen anderhalf jaar niet in staat was een aantal overplaatsingen en benoemingen van hoge officieren, die al waren aangekondigd, door te voeren. Met name de janvieristes, de generaals die in januari 1992 president Chadli Benjedid tot aftreden dwongen, zetten zich schrap. Zij vormen een hecht blok, omdat zij ervan overtuigd zijn dat als één van hen valt, de anderen mèt hem vallen. Diverse malen lieten zij Zéroual weten dat zíj het waren die hem uit de ruststand hadden gehaald en tot president gebombardeerd, en dat zíj het land hadden verlost uit de greep van de moslim-extremisten.

Niemand weet precies waarom de veiligheidsmaatregelen van leger en politie dit jaar zoveel minder effectief lijken te zijn dan vorig jaar. De generaals opereren als een geheim genootschap en het is levensgevaarlijk over hun doen en laten te berichten. Het is dan ook onbekend of de janvieristes het aanstaande referendum niet zo appreciëren, of dat zij alleen Zéroual een lesje willen leren, opdat hij ná het referendum niet al te hoog van de toren blaast.

De voorgestelde grondwetswijzigingen wekken zeer weinig enthousiasme. Van de grote politieke partijen heeft alleen de vroegere eenheidspartij FLN (Nationaal Bevrijdingsfront) opgeroepen om ja te stemmen, nadat de voorstanders van verzoening en machtsdeling met het moslim-extremistische FIS (Front van Islamitische Redding) vorig jaar bij een machtswisseling binnen de FLN-top waren uitgeschakeld.

De overige grote politieke partijen - het FFS (Front van Socialistische Krachten) van Hocine Aït Ahmed en de RCD (Vereniging voor de Cultuur en de Democratie) van Saïd Saadi - hebben hun aanhang, die vooral uit Berbers in Kabylië bestaat, opgeroepen om respectievelijk tegen of helemaal niet te stemmen. Ze zijn woedend dat de taal van de Berber-bevolking niet op gelijke voet wordt behandeld met het Arabisch, “de nationale en officiële taal” van het land, hoewel in de preambule van de nieuwe grondwet de islam, het Arabische- en het Berber-karakter als “de fundamentele componenten” van de Algerijnse identiteit worden bestempeld. Bovendien vreest met name de RCD, evenals vele andere groeperingen, dat de herbevestiging van de islam als de staatsgodsdienst, de fundamentalisten in de kaart zal spelen.

Sjeik Nahnah, de leider van de fundamentalistische Hamas-partij, die vorig jaar bij de presidentsverkiezingen met 25 procent van de stemmen als nummer twee uit de bus kwam, heeft zijn aanhangers geen stemadvies gegeven; hij moet zeer voorzichtig manoeuvreren, omdat “het gebruik voor politieke doeleinden” van de islam opnieuw verboden is. Nahnah moet dus de fundamentalistische doelstellingen van zijn partij onder een andere noemer presenteren. Dat levert hem geen onoverkomelijke problemen op, gezien de duidelijke bereidheid van de president om met de 'gematigde islamisten' samen te werken.

De grondwetswijzigingen die de macht van de president en het parlement bepalen, zijn zeer ingrijpend. Weliswaar mag de president van nu af aan slechts twee ambtstermijnen dienen. Maar hij krijgt ruime bevoegdheid om door middel van decreten en 'organieke wetten', die boven de 'gewone wetten' staan, beleidsbeslissingen buiten het parlement om te nemen.

Nòg belangrijker zijn de beperkingen aan het parlement, dat volgens de plannen komend voorjaar wordt gekozen en dan uit twee Kamers zal bestaan. De Tweede Kamer (Nationale Vergadering) wordt met algemeen stemrecht gekozen. De Eerste Kamer (Raad van de Natie) daarentegen wordt voor tweederde gekozen uit lokale bestuurders en voor eenderde door de president benoemd. Geen van deze Eerste-Kamerleden is in wezen vrij. Want na de 'fluwelen revolutie' van januari 1992 verving de overheid de gekozen lokale bestuurders, voor het overgrote deel FIS-leden, door mensen die zijzelf benoemde. Dat schept banden en verplichtingen.

Als de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanneemt, moet dat vervolgens door driekwart van de Eerste Kamer worden goedgekeurd, wil de wet van kracht worden. Uiteindelijk beslist dus 25 procent van de Eerste Kamer of een wetsvoorstel erdoor komt. Aangezien de president 33 procent van de leden hoogst persoonlijk benoemt, heeft hij altijd het laatste woord.

De president wordt dus een zeer machtig man. Hij is verantwoordelijk voor de defensie, hij bepaalt de buitenlandse politiek, hij mag de premier benoemen en ontslaan, hij sluit en ratificeert internationale verdragen, en hij benoemt de gouverneur van de Nationale Bank en de rechters. Hij mag ten slotte over elke kwestie van nationaal belang een referendum uitschrijven. Geen wonder dat zoveel politici ernstige bedenkingen hebben.

De doorsnee-kiezer heeft die bedenkingen niet. Die weet alleen dat zijn leven niet verbeterd is. Alle problemen - gigantische woningnood, werkloosheid van officieel 28 procent en een inflatie van 20 procent - zijn dezelfde gebleven of erger geworden. Een opiniepeiling, elf dagen geleden gepubliceerd door de krant Al Watan, toont aan dat de hoop die men vorig jaar na de presidentsverkiezingen koesterde, is vervlogen: slechts 29 procent van de ondervraagden was tevreden met de overheid.

Toch zal het referendum zonder enige twijfel een overwinning voor de president opleveren. De enige vraag is hoeveel procent de overheid bekend zal maken over de opkomst en het aantal ja-zeggers.

    • Michael Stein