Impulsieve losheid in Ed Wubbe's Sacre du Printemps

Voorstellingen: Scapino Rotterdam. 1. Les Noces, choreografie en decor: Maria Voortman/Roberto de Jonge. 2. Le Sacre du Printemps, choreografie: Ed Wubbe. Muzikale uitvoering: Amsterdams Pianokwartet, zangsolisten, Nederlands Theaterkoor, slagwerkers van het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jurjen Hempel. Gezien: 27/11, Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m feb. 1997. Inl: 010-4142414.

Lef kan Scapino Rotterdam niet worden ontzegd: twee nieuwe choreografieën programmeren op de befaamde Strawinsky-composities Le Sacre du Printemps en Les Noces, beide geschreven voor de Ballets Russes de Serge Diaghilev, is niet niks. Sinds 1913 en 1923, de jaren waarin deze werken voor het eerst in Parijs werden uitgevoerd, hebben meer choreografen zich door deze muziek laten inspireren, waarbij Le Sacre de grootste aantrekkingkracht bleek te hebben.

Strawinsky's muziek heeft zoveel zeggingskacht en is zo suggestief dat de meeste choreografen het daartegen moeten afleggen. Zo ook het koppel Voortman/de Jonge, dat Les Noces als vertrekpunt koos. In geen enkel opzicht beantwoordde hun Les Noces Party Service aan de intenties en sfeer van de muziek. De danscompositie is weliswaar in al haar grilligheid helder en gestructureerd te noemen en is ook zeker boeiend om naar te kijken, met al die uit het lood getrokken lijnen, die geïsoleerd bewegende ledematen en de strakke formaties. Zeker als de dansers een goede en kundige greep op het dansmateriaal hebben en dat hadden deze vijftien uitvoerenden. Maar in de geforceerde eigentijdse aanpak en de pretenties dat het hier om menselijke relaties zou gaan, slaan de makers de plank mis.

Het relatie/huwelijksspel geplaatst in een entourage van een party service, het dansen op spitsen door sommige mannen, de onflatteuze strakke pakjes, en de volstrekt overbodige teksten: het is allemaal zo bedacht en afstandelijk, zo nergens in relatie met de kracht, de melancholie en de hevige uitbarstingen in de muziek. Wat moet een mens met teksten in het programmaboekje als “het bewegingsmateriaal geeft geen eenduidige richting in het lichaam aan” en “het lichaam wordt telkens in zijn meest extreme vormen uit balans getrokken en al wringend weer op zijn plaats gezet als de dynamiek van de harteklop die het gehele stuk in de ban heeft”? Dat “de dansers inspelen op elkaars karaktereigenschappen waardoor grillige vormen ontstaan die onvermoede kanten van iedere danser tonen”, heb ik ook niet kunnen waarnemen. Weg met die teksten en vooral een andere muzikale compositie kiezen.

Ed Wubbe was beter tegen Strawinsky's genius bestand. Zijn Sacre heeft weliswaar niet constant eenzelfde zeggingskracht - soms zijn er fragmenten waarin het lijkt of Wubbe er zelf geen raad meer mee wist - maar de onderliggende visie klopt. Wubbe volgt niet het gebruikelijke thema waarin de seksen elkaar in oerdrift treffen en een uitverkorene zich, als offer aan de lente, dood danst. Het onvermijdelijke gevecht waarmee de natuur zich ieder jaar vernieuwt, is voor hem de inspiratiebron.

Het prachtige en vindingrijke toneelbeeld van Herman Kossmann is direct al een treffer: een wat schuinstaande, de gehele achterwand beslaande spiegel weerkaatst het volledige speelvlak. Zo ontstaat, mede door de uitgekiende belichting van Benno Veen, een wijdse ruimte waarbinnen de zes dansers, met Roberto Ong A Kwie en Henna Lee als blikvangers, nietige wezens worden, die eerst hun plek in deze ruimte moeten vinden voor ze de confrontatie met elkaar aangaan.

Eerst is de weerspiegeling nog wazig door een gazen tussendoek, zoals de dansers eerst ook steeds frontaal werken alsof ze zich niet bewust zijn van de spiegelende achterwand. Hun bewegingen hebben een krachtige, impulsieve losheid en ze missen - wat een verademing - die constante agressieve scherpte die Wubbe in zijn laatste werken zo veelvuldig toepaste.

De goed opgebouwde ontmoeting tussen de mannen en vrouwen is aarzelend en afwachtend - het duurt lang voor ze elkaar aanraken - maar dan is de aantrekkingskracht onontkoombaar, zoals hun individuele geaardheid ondanks het samengaan onontkoombaar is.De simpele witte kostuums (Pamela Homoet) passen goed bij de chorografie en de door Maarten Bon gemaakte bewerking van Strawinsky's muziek voor vier piano's is fascinerend en doet de gecompliceerde ritmes exta uitkomen.

    • Ine Rietstap