Historicus Wils

Het taaleigen der Vlamingen kan Nederlanders voor verrassingen plaatsen. Als iemand in België 'voortvarend' te werk gaat kan dat betekenen dat hij 'onbesuisd' handelt.

Het taalgebruik van de historicus Lode Wils is in dat opzicht vaak nog misleidender. Nederlanders die zijn lezersbrief over Pieter Geyl (NRC HANDELSBLAD, 21 november) hebben gelezen, doen een ietwat vertekend beeld op van de Utrechtse historicus wanneer ze niet weten dat Wils met 'liegen' even goed 'liegen' kan bedoelen als 'zich soms onder invloed van de omstandigheden of tengevolge van gewijzigde inzichten contradictorisch uitdrukken'. 'Geyl liegt' onder de pen van Wils kan dus net zo goed worden gelezen als: Geyl hield niet zijn leven lang krampachtig aan één en dezelfde formulering van zijn (duidelijk herkenbaar) ideaal vast, hij paste zijn spraakgebruik aan de wisselende politieke omstandigheden aan en hield rekening met de kunst der mogelijkheden. Van dat soort mensen houdt Wils niet, zoveel is duidelijk. Ik ben geen leerling van Geyl, maar ik heb al eens eerder in een opstel proberen aan te tonen dat Geyl soms iets anders schreef dan Wils of zijn leerlingen erin lezen. Ik had het ook omgekeerd kunnen uitdrukken, maar dat wil ik niet, want dat zou de schuld voor het misverstand bij Wils leggen. En aan Wils ben ik, ook persoonlijk, heel wat verschuldigd, niet het minst een veel duidelijker inzicht in een aantal ontwikkelingslijnen van de recente geschiedenis in Vlaanderen.