'Elke arbeidsongeschikte heeft rugzakje geld'

De Tweede Kamer schafte gisteren het Tijdelijk Instituut voor Coördinatie en Afstemming af. Tica-voorzitter J.F. Buurmeijer neemt symbolisch afscheid met een plan om arbeidsongeschikten aan het werk te krijgen.

DEN HAAG, 28 NOV. Het loopt behoorlijk uit de hand met alle goedbedoelde maatregelen om arbeidsongeschikten aan het werk te krijgen. Elk Tweede-Kamerdebat over arbeidsongeschiktheid en ziekte is goed voor een nieuwe maatregel, heeft J.F. Buurmeijer gemerkt. Hij is voorzitter van het Tica, dat de uitvoering van de sociale zekerheid moet coördineren. Moeilijk plaatsbaren aan werk helpen prikkelt kennelijk de creativiteit van politici.

Bij de behandeling van de nieuwe WAO was het weer raak: een Kamermeerderheid kreeg het van staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) gedaan dat kleine bedrijven een korting op hun WAO-premie zouden krijgen als ze gedeeltelijk arbeidsongeschikten zouden aannemen. Al met al kunnen inmiddels 27 A-4tjes dichtbedrukt worden met alleen de opsomming van alle reïntegratiemaatregelen.

Allemaal dood hout, wat Buurmeijer betreft. Werkgevers kunnen uit al die regelingen nauwelijks wijs worden en vrezen de administratieve rompslomp als ze zouden proberen een arbeidsongeschikte werknemer in een andere functie bij het bedrijf te houden.

De werkgevers beginnen er dan ook niet aan, blijkt uit de cijfers. Zo stelde de Tweede Kamer zich twee jaar geleden nog veel voor van de loonkostensubsidie, waarbij werkgevers subsidie krijgen voor elke arbeidsongeschikte die ze aannemen. Ook toenmalig PvdA-Kamerlid Buurmeijer was destijds enthousiast. Als Tica-voorzitter zag hij deze week hoe weinig werkgevers in 1995 van deze regeling gebruik maakten. Van het beschikbare budget van 7,5 miljoen gulden is vorig jaar slechts 585.000 gulden aangesproken. “Het alsmaar inzetten van instrumenten en het vrijmaken van gelden hiervoor is niet de oplossing”, vindt Buurmeijer.

Het denken over reïntegratie moet in zijn ogen radicaal veranderen. Kort samengevat: van gedeeltelijk arbeidsongeschikte die geld kost naar een gedeeltelijk arbeidsgeschikte die geld meebrengt. Om dat te bereiken moeten alle afzonderlijk verzonnen maatregelen overboord. “Elke gedeeltelijke arbeidsongeschikte heeft een rugzakje geld, om wat hij tekort komt te compenseren”, is de formulering van Buurmeijer. Enigszins beschroomd spreekt hij van 'het produkt gedeeltelijk arbeidsongeschikte'.

De kunst is volgens Buurmeijer om de rugzak met geld te verdelen tussen de partijen die gebaat zijn bij een nieuwe baan voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer: de belanghebbende zelf, zijn oude en zijn eventuele nieuwe werkgever. “Tot nu toe is nog nooit geprobeerd de belangen van de één te koppelen aan die van de ander”, meent Buurmeijer. Transactiedenken, noemt hij het en zag in Amerika dat het goed was. Hij geeft een voorbeeld. Een werknemer van een klein schildersbedrijf krijgt een ongeluk op weg van de ene naar de andere klus en wordt blind. Zijn oude werk kan hij niet meer doen, waardoor de werkgever zo snel mogelijk van de werknemer af wil. “Want die drukt ontzettend zwaar op de exploitatie. Logisch, want het is een klein bedrijf.” Die werkgever heeft een dubbel belang, volgens Buurmeijer: hij wil zijn blinde werknemer kwijt, maar de WAO-premie gaat dan wel omhoog. “Dat is een ideale situatie om zo'n werkgever te activeren de werknemer die hij niet meer kan houden ergens anders geplaatst te krijgen.” Uit de keuring blijkt dat er nog genoeg werkzaamheden overblijven die de blinde schilder kan doen. Zo hebben steeds meer ondernemingen blinden of slechtzienden achter de receptie zitten. Ook zou de huisschilder omgeschoold kunnen worden om in de donkere kamer van een foto-ontwikkelcentrale te werken.

Afhankelijk van de verwachte moeite om de schilder weer aan het werk te krijgen wordt een individueel reïntegratiebudget vastgesteld, zeg 30.000 gulden. Die 'rugzak met geld' kan op verschillende manieren worden aangewend. Eenderde kan gebruikt worden om de gedeeltelijk arbeidsongeschikte om te scholen. Van de resterende 20.000 gulden kan de oude werkgever de helft gebruiken om de werkplek aan te passen. Als de werknemer niet bij zijn oude baas kan blijven, zou deze voor 10.000 gulden gestimuleerd kunnen worden om de blinde ergens anders geplaatst te krijgen. Die nieuwe werkgever zou de resterende 10.000 gulden alsnog voor aanpassingen kunnen aanwenden.

Ook bemiddelende instanties, zoals uitzend- of arbeidsbureaus, kunnen wat Buurmeijer betreft wat verdienen aan de succesvolle plaatsing van een gedeeltelijk arbeidsgeschikte. In de Verenigde Staten kunnen zulke organisaties als bonus tien procent van de uitgespaarde uitkering krijgen voor elk jaar dat de werknemer uit de WAO blijft. “In puur economisch verkeer werken alleen dat soort prikkels.”

Buurmeijer wil het individuele budget laten beheren door een uitvoeringsinstelling, zoals het GAK. Het is niet de bedoeling dat de uitvoeringsinstellingen ('uvi's) zelf rechtstreeks bemiddelen om arbeidsongeschikte werknemers weer aan het werk te krijgen, maar ze moeten de belangen van de verschillende partijen aan elkaar koppelen.

Buurmeijer heeft nog een maand om steun voor zijn benadering te verzamelen, want op 1 januari gaat zijn tijdelijk instituut over in het blijvende Landelijk Instituut Sociale Zekerheid. “Het zou een mooi afscheidscadeau zijn als het kabinet het idee overneemt.” De kans is groot dat Buurmeijer dat cadeau zelf in ontvangst neemt, want iedereen verwacht dat hij soepeltjes overstapt naar de voorzittersstoel van het nieuwe LISV.

    • Robert Giebels