Een Nederlandse Singin' in the rain op klein formaat

Voorstelling: Singin' in the rain, musical van Arthur Freed, Nacio Herb Brown, Betty Comden en Adolph Green, door Melody Musical Productions. Vertaling en regie: Fred Florusse. Spelers: Fred Butter, Michiel Verkoren, Marieke van Grimbergen, Maaike Schuurmans, e.a. Choreografie: Leslie Gray. Muziek o.l.v. Paul Mulder. Gezien: 27/11 Luxor, Rotterdam. Aldaar t/m 30/11; tournee t/m 17/5. Inl. 0229-270684.

Eén scène uit Singin' in the rain zal tot in de eeuwigheid onvergetelijk blijven: Gene Kelly in de titelsong, zingend en dansend terwijl de regen op hem blijft neerdalen, een doorweekte gleufhoed op het vrolijke hoofd, stampend door de plassen, en vriendelijk lachend naar een passerende politieman. Wie dat beeld bevredigend op het toneel wil zetten, gaat een ongelijke strijd aan. En toch gebeurt het, lang niet slecht, in de Nederlandse versie die gisteravond in première ging: Fred Butter heft Het regent en ik zing aan, de regen gutst naar beneden, een loshangende regenpijp spuit nog méér, het podium staat vol plassen en hij blijft ondanks al die gladheid behoorlijk op de been.

Singin' in the rain is een filmmusical uit 1952, die gesitueerd was in 1927, toen Hollywood moest overgaan op de geluidsfilm. Een diva van de zwijgende film heeft te kampen met een snerpende spreekstem en ziet haar carrière stokken. Haar partner in tal van romantische produkties laat intussen zijn oog op een starlet vallen; zij spreekt en zingt op de geluidsband de rol van de ster en valt vervolgens in de armen van de man die eigenlijk voor de diva was bedoeld. Een grappig verhaaltje was het, maar het waren vooral de vele zang- en dansscènes (met hits als All I do is dream of you, Make 'em laugh, You are my lucky star en natuurlijk de titelsong) die de film tot een kassucces maakten.

Pas in 1983 maakte de Britse popzanger Tommy Steele er, als hoofdrolspeler en regisseur, een theaterversie-inclusief-regenscène van, die nu door een kleine, beginnende produktiemaatschappij in een Nederlandse bewerking wordt uitgebracht. Een bewonderenswaardige onderneming is dat, met een zestienkoppig ensemble zonder evidente sterren en een vijfmansorkestje waarin de elektronica de klank moet zien te benaderen van de omvangrijke Hollywood-orkesten van weleer.

Geen wonder, zo bezien, dat het resultaat te wensen overlaat. Hoewel regisseur Fred Florusse er alles aan heeft gedaan om met beperkte middelen de illusie van show business te wekken, kan niemand verhullen dat het effect niet opweegt tegen de goede bedoelingen. Singin' in the rain zou een schuimtaart moeten zijn, die alleen door de onweerstaanbare charme van royaal opgezette taferelen het pleit nog kan winnen. Op deze kleine schaal blijft er, vind ik, te weinig van over.

Daar komt bij dat het geluid te blikkerig is om de zangteksten, die door Florusse zonder hoorbare moeite werden vertaald, recht te doen, en dat veel van de spelers nog te pril zijn om zulke kleurrijke Hollywood-types tot leven te wekken. Te veel van de grappen gaan nu onopgemerkt voorbij en te veel van de grote dansscènes - naar de originele choreografieën van Gene Kelly en Stanley Donen - blijven steken in de omzichtige danspasjes uit de Nederlandse musicals van vroeger. En weliswaar is hoofdrolspeler Fred Butter een bedreven zanger, danser en musical-acteur, maar ook hij kan het origineel niet doen vergeten.

Het hoeft niet altijd een mega-spektakel op Van den Ende-formaat te zijn. Maar mede daardoor is intussen wel een kwaliteitsnorm geschapen, die maakt dat ook kleinere produkties met een strengere maat worden gemeten.

    • Henk van Gelder