Een dichter heeft syfilis nodig

De dichtende huisarts William Carlos Williams stond in 1918 bij de poort van de New-Yorkse vrouwengevangenis te wachten op barones Elsa von Freytag-Loringhoven.

Zij was veroordeeld wegens het gappen van een paraplu; hij wilde haar trakteren op een uitgebreid ontbijt. “I was foolish enough to say I loved her. That all but finished me”, noteerde de dichter jaren later. De barones was een fenomeen; haar stoutmoedigheid is tegelijk legendarisch en hilarisch. Zo beet ze Williams, toen hij haar kuste, keihard in de tong. Wat hij nodig had om zich volledig aan het dichten te wijden, meende ze, was syfilis bij haar oplopen. Onsterfelijk is haar betoveringsversje: “Marcel, Marcel, I love you like hell, Marcel” [Duchamp]. De barones was de belichaming van Dada in Amerika, maar zelfs de meest geavanceerde avant-gardist schrok van haar vermetelheid. Wie droeg in die tijd een opgezette vogel als hoed, veiligheidsspelden en thermometers bij wijze van oorbellen? Welke vrouw liet zich voor de camera van heur schaamhaar ontdoen?

In de jaren twintig experimenteerden Marcel Duchamp en Man Ray in New York met film. Ze hadden een eenvoudig scenario: het ontharen van een vrouw. De ravissante barones fungeerde als model; helaas ging er bij het ontwikkelen van de film iets mis. Van Elsa von Freytag-Loringhoven Shaves Her Pubic Hair resteert slechts één wazige flard. Discreet als hij is verzwijgt Man Ray in zijn onlangs in het Nederlands vertaalde memoires de naam van het model. Ook zijn werkelijke naam (Emmanuel Radnitsky), geboortedatum en zijn milieu (Russisch joods-orthodox) laat hij in de lucht hangen. Niet voor niets voorzag hij zijn begin jaren zestig opgetekende levensverhaal van de titel Self Portrait - met andere woorden: amalgaam van flatterende feiten en fantasie. Zonder blikken of blozen schrijft Man Ray dat hij per boot op 14 juli in Frankrijk arriveerde, de nationale feestdag, dus veel vlaggen en vrolijkheid. In werkelijkheid vertrok de boot die dag uit New York en meerde af in Le Havre op 22 juli 1921. Deze vertekening is begrijpelijk, want draagt bij aan de algemene leesvreugde, maar wat te denken van de ontdekking van de zogeheten 'Rayogrammen'? Ook hier is de geschiedenis klip en klaar: Christian Schad paste die techniek in 1918 voor het eerst toe. Man Ray ging echter met de eer strijken. “A new method of realizing the artistic possibilities of photography”, kopte Vanity Fair in 1922. “Experiments in abstract form, made without a camera lens.” Man Rays verbluffende solarisatie-portretten, in zijn woorden “een manier van filmontwikkelen waarbij de omtrekken van het gezicht worden geaccentueerd door een zwarte lijn”, is hoogst vermoedelijk op het conto te schrijven van zijn assistente, tevens minnares, Lee Miller. Volgens haar geheugen deed zij in 1929 tijdens het ontwikkelen van een filmpje in de donkere kamer van schrik het licht aan omdat ze meende dat er een muis over haar voeten liep. Zoals elk ego-document is Man Ray's Self Portrait een vernuftige, in dit geval doorzichtige gooi naar onsterfelijkheid. Doorzichtig omdat de auteur allerhande feiten naar zijn hand zet, vernuftig omdat de lezer niet op het idee komt zich in de achtergronden van het boek te verdiepen. Weliswaar voegde de Nederlandse uitgever aan de vertaling (Belicht geheugen, uitg. De Arbeiderspers ƒ 59,90) een register toe; maar het in dit geval onmisbare notenapparaat schittert door afwezigheid. Dus kopte de Volkskrant: Openhartige memoires. Och arm! Het gaat eerder om een uitzonderlijke mengelmoes van feiten en fictie.

Helaas is Elsa von Freytag-Loringhoven niet toegekomen aan het schrijven van haar memoires; rond 1923 raakte ze in de versukkeling. Vrienden en vriendinnen zamelden geld in en verscheepten haar naar Duitsland, waar ze zich in leven hield met het op straat uitventen van kranten. Godlof ontfermde de schrijfster Djuna Barnes zich tijdig over de barones; om haar een klein appartement in Parijs te bezorgen verkocht Barnes hoofdstukken van het geannoteerde manuscript van James Joyce's Ulysses. Elsa en haar lievelingshondje stierven op 14 december 1927; de gaskraan stond open.

Toegegeven: het geheugen is een bedrieglijke zeef, en het hart is een donkere kamer. Toch verdient een belicht geheugen voetnoten. Herinneringen worden anders tot, zoals Man Ray-biograaf Neil Baldwin het noemt, 'an immensely entertaining saga'.

    • Peter Yvon de Vries