Digitale opmars in oorlogssfeer

Betalen of uitbetaald worden kan op vele manieren. Bij de bank, via de giro, in klinkende munt of door middel van de computer thuis. Geld is steeds vaker iets elektronisch. Omdat bijvoorbeeld pinnen zo handig is. Maar er zijn ook nadelen: de veiligheid en de kosten voor de consument en de winkelier. Zes geldmiddelen op een rij.

Met elektronisch betalen via de chipkaart loopt Nederland voorop. Dat is vooral prettig voor de banken.

CHIPKNIP, CHIPPER, Studentenchipkaart, Albert Heijn-kaart, MKB-kaart, Zeelandkaart, KLM-kaart en Edah-kaart. Een stortvloed van chipkaart-projecten van banken, supermarkten, oliemaatschappijen, universiteiten en verzekeraars rolt over Nederland. Voor deze instellingen is het zonneklaar: de chipkaart, die dezelfde omvang heeft als credit card of pinpas, wordt een onmisbaar onderdeel van ons dagelijks leven. Betalen zal nooit meer hetzelfde zijn.

Met één kaart kun je je boodschappen betalen, bellen, sparen, teleshoppen, parkeren of een ritje met het openbaar vervoer maken.

De kaart kan in de toekomst zelfs worden gebruikt om produkten en diensten af te rekenen die thuis vanachter de pc zijn geselecteerd.

Maar de chipkaart kan veel meer dan alleen betalen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderzoekt of de chipkaart een burgerservice-pas kan worden, waarop rijbewijs, paspoort en sociale zekerheids- of bibliotheekpas zijn opgeslagen. En de detailhandel wil spaarprogramma's, zoals de populaire Air Miles, op de kaart zetten. Onlangs werd door Tweede-Kamerleden zelfs bepleit de chipkaart in te zetten om te bepalen in hoeverre automobilisten hun lease-auto ook privé gebruiken.

In Frankrijk, waar de chipkaart in de jaren zeventig werd uitgevonden, is de kaart al jaren in gebruik, vooral als telefoonkaart. Het hart van de kaart wordt gevormd door een silicium-chip die het complete circuit bevat van een miniatuur-personal computer. De chip bevindt zich in een module die is ingebed in een stuk plastic ter grootte van een creditcard. De meest simpele chipkaart kan honderd keer meer gegevens bevatten dan een kaart met magneetstrip, zoals de pinpas.

Wie die gemakkelijke chipkaart hanteert, zal wel een prijs moeten betalen. Bedrijfsleven en overheid kunnen dankzij de chipkaart meekijken over de schouder van de consument en zijn of haar gedrag in kaart brengen. De banken krijgen informatie over de transacties van de rekeninghouders, supermarkten kunnen het koopgedrag van hun klanten in kaart brengen.

Dat roept om herbezinning op het vraagstuk van privacy en bescherming van gegevens. In oktober werden de Registratiekamer, die toezicht houdt op de privacy-wetgeving, en het Nationaal Chipcard Platform (NCP) het eens over de bescherming van de privacy bij het gebruik van chipkaarten.

In het NCP zitten vrijwel alle betrokken partijen: de banken, PTT Telecom, zorgsector, detailhandel, vervoer, de Consumentenbond en de ministeries van Economische en Binnenlandse Zaken. Kern van de afspraken is dat de burger moet weten wat er met zijn gegevens gebeurt en hoe hij daarvoor toestemming moet geven.

Een van de meest opvallende toepassingen van de chipkaart is het elektronisch betalen. Nederland loopt daarin voorop. De opmars van het digitaal betalen, nu nog vooral met de pinpas met magneetstrip, is indrukwekkend. In 1991 waren er in Nederland 3.422 betaalautomaten en 24 miljoen transacties, vorig jaar waren er 73.376 betaalautomaten en 256 miljoen transacties. Nu zijn er al 80.000 betaalautomaten in Nederland. Gemiddeld wordt per transactie 106 gulden uitgegeven.

De elektronische portemonnee is vooral bedoeld voor kleinere uitgaven tot 35 gulden. De consument kan zijn chipkaart opladen bij oplaadpunten bij de banken of - in de toekomst - thuis, via de telefoon. Bij het betalen wordt het bedrag direct van de chipkaart gehaald en, zoals bij het pinnen, rechtstreeks van de eigen bankrekening afgeschreven. Om de chipkaart op te laden is wèl een pincode noodzakelijk, want het op te laden bedrag wordt van de eigen bankrekening afgeschreven. Met een kaartlezer kan de consument zien hoeveel saldo er nog op zijn chipkaart zit.

Voor de banken liggen de voordelen van het elektronisch betalen vooral in de kosten. Wanneer er meer elektronisch wordt betaald, neemt de stroom contant geld af, zo hopen zij. Dat dringt de kosten van de verwerking van bankbiljetten en munten voor de banken terug. Op dit moment heeft in Nederland circa 88 procent van de circa vier miljard betalingen met contant geld plaats. In zeventig procent van deze betalingen betreft het bedragen van onder de 25 gulden.

Bovendien kunnen de commerciële banken rekenen op hogere rente-inkomsten. Het tegoed dat chipkaart-consumenten op hun elektronische portemonnees aanhouden draagt geen rente, terwijl de banken die rente wel innen op het tegoed dat zij daar op hun balans tegenover hebben staan.

Het belang van de banken om de chipkaart in te voeren is dus groot, het gaat om een miljardenmarkt. Tot eind vorig jaar trokken alle Nederlandse banken gezamenlijk op met de ontwikkeling van de chipknip. Maar in december '95 kondigde de Postbank, die vijftig procent van het betalingsverkeer in Nederland voor zijn rekening neemt, aan samen met PTT Telecom een eigen chipkaart uit te brengen, de chipper.

Sindsdien verkeren de Postbank/PTT en de andere banken met elkaar op voet van oorlog. Maar de vraag blijft in hoeverre de Nederlandse consument het anonieme contante geld, waarmee je overal kunt betalen, zal inwisselen voor de veel minder anonieme smart card.

TIJDPAD

Eind oktober 1996. De banken zijn begonnen met een landelijke introductie van de chipknip. Maandelijks krijgen een miljoen rekeninghouders een nieuwe pinpas met daarin een chip.

31 december 1996. Bij 80.000 winkels, parkeerautomaten enz. zou 'chippen' mogelijk moeten zijn. Maar de banken hebben inmiddels gezegd dat dit aantal niet zal worden gehaald, als gevolg van verzet van winkeliers en logistieke en technische problemen.

Januari 1997. De concurrent van de chipknip, de chipper van de Postbank en PTT Telecom, wordt verstrekt aan rekeninghouders van de Postbank.

Eind 1997. Twaalf miljoen bankrekeninghouders en zeven miljoen rekeninghouders van de Postbank hebben hun chipkaart gekregen. Er zijn dan honderdduizenden acceptatiepunten voor de chipkaart.

    • Paul Wessels