De randen van paars

De Oosterscheldedam is altijd het monument van de Nederlandse compromis-politiek geweest. Niets weerspiegelt het nationale tussenweg-denken zo goed als dit deel van de Deltawerken. Openhouden of afsluiten van de Oosterschelde; dat was in de jaren zeventig dè vraag die het land en dus ook politiek Den Haag verdeeld hield.

De voorstanders van een open Oosterschelde lieten de milieubelangen prevaleren, de voorstanders van het afluiten kozen voor optimale veiligheid van de Zeeuwen. Het werd na vele marathonvergaderingen van het toenmalige kabinet-Den Uyl een oplossing die zowel veel politiek als technisch vernuft verraadde: een waterdoorlatende dam, die bij zwaar weer kon worden afgesloten. Milieu gered, Zeeuwen gered en, niet onbelangrijk, kabinet gered. Het kostte een slordige paar miljard gulden extra, maar iedereen was tevreden.

Opnieuw was bewezen dat politiek van het haalbare in Nederland gelijk staat aan politiek van het deelbare. Uiteenlopende standpunten worden verzoend met behulp van halfbakken oplossingen, waar niemand echt tevreden mee is, maar wel iedereen nog net mee thuis kan komen. Politiek is nu eenmaal een kwestie van geven en nemen, luidt steevast de verdediging als het onverzoenbare toch weer eens met een gedrocht van een compromis verzoend blijkt te zijn.

Christen-democraten zijn decennialang ware meesters van deze middenweg-politiek geweest. Door altijd ietsje mee te buigen met de andere kant (de ene keer de liberalen, de andere keer de socialisten) wisten zij hun spilpositie vanuit het centrum immer te behouden. Dit betekende echter geen garantie voor inhoudelijke christen-democratische politiek. Het CDA fungeerde òf als remparachute voor de PvdA, òf als remparachute voor de VVD. Maar voor pure ideologische CDA-politiek was daardoor geen plaats. Met als gevolg dat onder het toeziend en wakend oog van het CDA Nederland voor het kritisch buitenland kon uitgroeien tot de porno-, narco-, en euthanasiestaat aan de Noordzee.

De onstuitbare drang naar het compromis leidt vooral tot keuzemijdend gedrag. Want in hoeverre is een halve oplossing nu een echte oplossing? Het is veelal een oplossing om het broze coalitie-bouwwerk dat in Nederland voor kabinet doorgaat in stand te houden. Onder 'paars' zou echter ook dit veranderen. Het kabinet-Kok mocht niet beschouwd worden als het gemiddelde van de som der delen van de coalitie, zeiden de fractievoorzitters van PvdA, VVD en D66 fier in 1994. Het regeerakkoord was weliswaar het resultaat van onderhandelen, maar paars zou ook tot een meerwaarde moeten leiden.

Wat die meerwaarde is wordt steeds duidelijker nu de coalitie met een flink aantal vraagstukken zit dat niet in het regeerakkoord is vastgelegd. Met het oplossen hiervan tonen de coalitiepartijen zich net zo 'gewoon' als de voorgaande kabinetten. Het duurt niet lang meer of de Oosterscheldedam krijgt concurrentie van een forse hoeveelheid paarse consensusmonumenten.

Allereerst is er natuurlijk de Betuwelijn. Het was niet de noodzaak van de goederenlijn die de partijen scheidde, maar de tracé-keuze. De Oosterscheldedam indachtig werd het compromis tussen een spoorlijn door de Betuwe en een ondergrondse lijn, een gedeeltelijk ondertunnelde lijn. Met de hogesnelheidslijn staat nu hetzelfde te gebeuren. De optelsom van twee uitersten - een spoorlijn door het Groene Hart en een spoorlijn om het Groene Hart - gedeeld door twee is, inderdaad, een spoor onder het Groene Hart. Met de meerkosten die met deze variant gemoeid zijn zouden talloze infrastructurele knelpunten kunnen worden weggenomen, maar het gaat nu om het politieke knelpunt en dat mag wat kosten.

Ook in Limburg weet men straks waar 'paarse' evenwichtskunst voor staat. Bij de kwestie-Beek gaat het om een vliegveld met nachtvluchten en economische overlevingskansen of een vliegveld zonder nachtvluchten met dito minder kans op winstgevendheid. Het was premier Kok zelf die in onvervalst Lubbers-proza met het compromis naar buiten kwam. Vluchten “in de randen van de nacht” zijn toegestaan. De PvdA-fractie zegt het hem sinds gisteren na. Een beetje zwanger kan dus toch!

Ook bij kleinere onderwerpen doet de coalitie geen moeite meer om werkelijke keuzes te maken. Vermakelijk en bizar tegelijk was wat dit betreft het debat over de tabaksaccijns. De VVD voelde niets voor het kabinetsvoorstel de prijs van sigaretten en shag in één keer met 50 cent te verhogen. Een maatregel die door volksgezondheidsoverwegingen was ingegeven: hoe duurder de tabak hoe minder vroeg jongeren beginnen met roken. In dit geval geloofde de VVD niet in het prijsmechanisme en zei dus nee.

Om dit nee in een ja om te zetten heeft het kabinet voorgesteld de voorgenomen accijnsverhoging op tabak over drie jaar uit te smeren. VVD tevreden, (dit viel aan de branche uit te leggen), minister Zalm van Financiën tevreden: hij had geen gat in zijn begroting. Maar met beleid om jongeren van het roken af te houden - de aanvankelijke doelstelling - heeft het bitter weinig meer te maken als er zo'n lange gewenningsfase wordt ingevoerd. Ook hier geldt dat een compromis dat voor de coalitie werkbaar is nog niet automatisch leidt tot werkbaar beleid.

En zo komt het paarse kabinet steeds verder terecht in het moeras van compromissen. Ogenschijnlijk valt het niet eens zo op. Zolang de economische conjunctuur meezit, zal de uitstraling positief blijven. Maar alle zaken die niet in het regeerakkoord zijn geregeld, zullen steeds stroever gaan verlopen. Met verkiezingen in aantocht zal van een echt gezamenlijke politiek steeds minder terecht komen. Op weg naar 1998 zullen de coalitiepartijen zich verder gaan profileren. Er moet immers straks wel wat voor de kiezer te kiezen zijn. En dus zet elke partij de hakken in het zand. Samen met de randen van de nacht zijn nu ook de randen van paars in zicht gekomen.