Beckmann in New York

'Max Beckmann in Exile' in het Guggenheim-museum SoHo, 575 Broadway bij Princestreet. T/m 5 jan 1997. Inl 00-12124233500. Catalogus $ 32,95. (Reineke Hollander)

Het werk van de Duitse expressionistische kunstenaar Max Beckmann is in New York veel minder te zien dan in West-Europa. Reden dus om zich te verheugen over de huidige tentoonstelling (voor het eerst in 31 jaar!) van zeven drieluiken en 13 andere werken. En dan nog wel in het Guggenheim SoHo, een museum dat in een poging zijn verlepte imago op te vijzelen en een 'jonger' publiek te trekken, zich sinds de verbouwing vooral richt op multimedia-kunst en cyberart.

Max Beckmann in Exile omvat de schilderijen die hij maakte in Nederland en de Verenigde Staten, tussen 1937 en 1950. Hij was kort tevoren uit Hitler-Duitsland vertrokken, waar zijn werk tot 'entartete Kunst' was verklaard. Helaas, wie met kloppend hart de tentoonstellingszalen binnengaat staat een schok te wachten. Alle muren plus de kubussen waarop bezoekers voor een werk kunnen gaan zitten mediteren, zijn knalgeel geschilderd! Niet een bescheiden zachte kleur, die de ogen rust geeft, zodat ze zich volledig kunnen concentreren op het kunstwerk, maar een om aandacht smekend cinnaber geel, het geel van ranzige boter, hetzelfde geel dat Beckmann in zijn werken ook heeft gebruikt.

Nu mag iemand wat mij betreft best mij niet de kleur van een kunstwerk voor zijn eigen huis aanpassen bij de rest van het interieur, of vice versa. Maar in een museum is er geen excuus voor. Tenzij men omstandigheden simuleert die bij het ontstaan van een kunstwerk een rol hebben gespeeld, zoals men Bach kan spelen op de oorspronkelijke instrumenten. Weet iemand misschien of de muren van Beckmanns atelier ook zo geel waren?

Een ander excuus zou zijn dat het werk beschermd moet worden tegen licht, zoals bij een eerdere expositie in dezelfde ruimte, van de aquarellen van Kandinsky, waarbij de muren een donkere kleur kregen. Maar op deze tentoonstelling kan alleen sprake zijn van de wens van de curator (Matthew Drutt, assistant-curator for research) zichzelf zichtbaar te maken, hetgeen duidt op onbeschrijflijke domheid of mateloze arrogantie.

Navraag bij het Guggenheim-museum leert dat 'voor een dynamische achtergrondkleur' gekozen is om 'Beckmann's werk te versterken'. Me dunkt dat dat werk met zijn zwarte lijnen, de cartoonachtige dynamiek en het vibrerend kleurgebruik er al op eigen verdiensten genoeg uitspringt en bepaald geen versterking nodig heeft van binnenhuis-achtig karakter.

Als tweede reden werd genoemd 'om de kleur die hij zeer subtiel gebruikte, te accentueren'. Dit laatste argument klinkt hetzelfde als 'dat blauw fluwelen jurkje maakt dat Sarah's blauwe ogen zo mooi uitkomen' en doet vrezen dat in SoHo nu echt de distinctie tussen kunst en mode is opgeheven en dat voor de presentatie van een kunstwerk dezelfde wetten gelden als voor de presentatie van een jurkje. Gelukkig is wat waar is voor Shakespeare's Hamlet ook waar voor de schilderijen van Max Beckmann: wat je er ook mee uithaalt, het zijn meesterwerken die niet kapot te krijgen zijn. Het is een genoegen hier onder meer Doppelbildnis, Max Beckmann und Quappi, 1941' uit het bezit van het Stedelijk Museum weer te zien - met, inderdaad, lekker veel geel. En verder verdient aanbeveling om de tentoonstelling een paar keer te gaan zien, voor steeds slechts enkele minuten, anders gaat men naar huis met schele hoofdpijn.